Versnippering jeugdzorg maakt controle op zorgboeren en gezinshuizen lastig

Martin en Trineke van der Meer met zoon Dennis (op de voorgrond). Zij richtten zelf zorginstelling De Vlieger op. Beeld Herman Engbers

Veel kleine zorgaanbieders handelen vanuit hun hart. Maar liefdevolle zorg is niet altijd even verantwoord, ontdekt de inspectie voor de jeugdzorg. Het wordt steeds moeilijker om de circa 3000 logeerhuizen, gezinshuizen en zorgboerderijen goed te controleren. 

De inspectie is blij dat een grote groep mensen kwetsbare kinderen wil opvangen. Kleinschalige opvang past bij de nieuwe Jeugdwet, die in 2015 is ingegaan en gemeenten verantwoordelijk heeft gemaakt voor jeugdzorg. Bij kleinschalige aanbieders zoals pleegouders, zorgboeren of gezinshuizen, kunnen kinderen een min of meer normaal gezinsleven leiden. 

Maar waar de inspectie jeugdzorg tot 2014 te maken had met 120 grote instellingen, schat ze het aantal zorgverleners nu op 3000. Het is ondoenlijk om die allemaal te controleren. De omvang van de inspectie is namelijk niet gegroeid.

Het kunnen er trouwens ook veel meer zijn dan 3000, zegt senior-inspecteur Hans Jagers. Niet elk gezinshuis, zorgboerderij of logeerplek wordt aangemeld via de gemeenten of de kamer van koophandel. Er is geen verplichte registratie van het particuliere zorgaanbod. Als een kind een persoonsgebonden budget krijgt, is het aan de ouders om een dagopvang of logeerhuis uit te kiezen.

Privacywetgeving

De inspectie loopt ook aan tegen privacywetgeving, zegt Jagers. Er zijn wel meer instanties die weet hebben van aanbieders, maar zij mogen geen persoonlijke of medische gegevens verstrekken. "Het komt dus wel eens voor dat we een hulpverlener ontdekken, omdat medewerkers of ouders een ontevreden verhaal op Facebook zetten."

Met de groei van het aantal kleine zorgverleners staat de inspectie voor een dilemma. Hoe professioneel moeten zij zijn? Hans Jagers: "We kunnen onmogelijk van alle medewerkers eisen dat ze een hbo-opleiding hebben, dan kunnen veel gezinshuizen en zorgboerderijen wel sluiten."

Als ze de zorgaanbieders kent, stuurt de inspectie een uitgebreide vragenlijst. Als daaruit een hoog risico blijkt, als zaken op papier al niet in orde lijken, dan komt er een bezoek. Van de 26 aanbieders die de inspectie de laatste maanden bezocht voldeden er zes niet aan belangrijke eisen. Bij andere waren enkele zaken niet op orde. Medicijnen waren niet veilig opgeborgen. Of cliënten wisten niet waar ze een onafhankelijke vertrouwenspersoon of klachtencommissie konden bereiken. De meeste aanbieders krijgen na een bezoek een paar weken de tijd om verbeteringen aan te brengen. Meestal lukt dat ook.

Hun hele leven pony's kammen

Bij de kleine zorgaanbieders is er vaak sprake van intensieve begeleiding, het is de vraag of de traditionele instellingen daaraan kunnen tippen. De begeleiding is vaak ook persoonlijk en betrokken. Toch is hart voor de zaak niet altijd genoeg. Jagers: "Het gaat vaak om complexe problemen en dat stelt hoge eisen aan de mensen die deze hulp bieden."

De inspectie vindt dat er in ieder geval één hbo-geschoolde professional in huis moet zijn die geregistreerd is bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. Jagers: "Zo streng is dat niet: je kunt iemand inhuren, of zelf een opleiding gaan doen. Maar er moet iemand zijn die risicovolle situaties kan inschatten, die bijvoorbeeld tekenen van seksueel misbruik herkent."

En er moet een ontwikkelingsplan zijn voor de kinderen. Een idee waar je met die jongeren naar toe wilt. "Uiteindelijk wil je dat ze meedoen aan de maatschappij, dat ze naar school gaan." En niet, chargeert hij, "dat ze hun hele leven pony's kammen."

Er worden echt wel stappen gezet, ziet Jagers. "Met brancheorganisaties of bijvoorbeeld de federatie landbouw en zorg. Gezinshuizen vallen vaak als franchise-onderneming onder een koepel. Maar er zijn nog weinig koepels die met harde kwaliteitseisen werken."

De Vlieger moest in een paar maanden tijd professionaliseren

De inspectie is uiteindelijk hun redding geweest, zeggen Martin en Trineke van der Meer. Maar het was even slikken toen in november drie man op de stoep stond bij hun logeerhuis en jeugdopvang in Nieuweroord, een dorp bij Hoogeveen. "We waren ons er totaal niet van bewust dat er iets aan schortte. Van iedereen, ouders, kinderen, maar ook van gemeenten en instanties, hoorden we al zeven jaar dat we het fantastisch deden."

Er is passie en betrokkenheid, noteerden de inspecteurs. Respect en tijd voor cliënten en ouders. Maar van de 32 verwachtingen in het zogenaamde 'toetsingskader Jeugdhulp met verblijf', werd aan 21 niet voldaan.

Inmiddels hebben ze de werkwijze geprofessionaliseerd en op papier gezet. "We deden veel dingen op gevoel en uit ervaring. Nu is het ook voor anderen meetbaar", zegt Trineke. "En hopelijk stralen we nog steeds dezelfde warmte uit."

Ze was ooit apothekersassistente, ze doet alles graag gestructureerd. Maar hun bedrijf, De Vlieger, is erg snel gegroeid. "Geëxplodeerd vanuit goede bedoelingen", zegt ze. Het echtpaar is met jeugdzorg begonnen omdat er voor hun eigen zoon, Dennis, geen goede oplossing was. Hij heeft een stevige vorm van autisme. 

Toen het steeds moeilijker ging in het gezin, kregen ze een persoonsgebonden budget en een lijstje van de lokale jeugdhulpverlening met zorgboerderijen, vertelt vader Martin van der Meer. "Daar barst het van hier in Drenthe, maar veel autistische kinderen hebben niets met grote beesten. Vaak waarderen ze de sterke geuren en prikkels juist helemaal niet."

Kwetsbare kinderen

In 2007 kregen ze het idee om ouders, zoals zijzelf, te ontlasten met een zorgcamping en logeerhuis. Martin: "Een of twee weekenden bij ons kan een crisis thuis voorkomen."

In april 2010 begonnen ze met drie kinderen, één weekend. In september zaten ze drie weekenden per maand vol. Ze verzinnen uitstapjes, sporten met de kinderen. Van tevoren wordt alles doorgegeven, ook het menu dan weten de kinderen wat hen te wachten staat. Martin en Trineke zegden hun baan op - hij was commercieel manager, ze verkochten hun huis en staken ziel en zaligheid in De Vlieger. 

De camping is er nooit gekomen, wel startten ze ook een dagopvang. Grootste verdriet van hun zoon was namelijk dat hij na school nooit kon afspreken, veel vrienden werden met een busje naar huis gebracht. Opvang betekent dat De Vlieger de schoolkinderen haalt en pas na het eten thuisbrengt. "Dat geeft ouders ook tijd voor de rest van het gezin."

Als ze een rondleiding geven, komt de veertienjarige Wessel even knuffelen. Sinds zijn zesde komt hij al logeren. Op woensdag is hij bij de naschoolse opvang. Hij kletst ze de oren van het hoofd, toont meteen ook even zijn Star Wars masker, een stormtrooper. "Hier doe je het voor", zegt Trineke, terwijl ze terugknuffelt. Hun kracht is dat ze zelf ouder zijn van een kwetsbaar kind, denkt ze. "Wij nemen ze op alsof ze familie zijn. We geven ze veiligheid en vertrouwen, zonder voorwaarden. Wij kijken naar wat ze kunnen, niet wat er aan mankeert."

De Vlieger vangt nu zestig jeugdige- en jongvolwassen cliënten op. De jongste is 7 jaar, de oudste - met afstand - 34. Er is een gezinshuis waar zes jonge kinderen zijn geplaatst, en hetzelfde adres heeft een logeerhuis voor nog vier kinderen in het weekend. Op een tijdelijke andere locatie logeren nog zo'n zes kinderen per weekend.

Heel andere eisen

Vijf kilometer verderop staat sinds januari een splinternieuw pand, met dertien appartementen voor begeleid wonen. Een ervan is voor zoon Dennis, die is nu 21. Dat begeleid wonen is in 2013 begonnen met een 15-jarige logee. "Toen het thuis even helemaal niet goed met hem ging, en hij uit huis geplaatst moest worden, hebben we de zolder verbouwd," vertellen ze. "Dat je aan heel andere eisen moet voldoen als je iemand in huis neemt, is volledig aan ons voorbijgegaan."

Zo waren er meer dingen waar de inspectie anders over dacht. Medicijnen geven moet met officiële aftekenlijsten. Logees mogen niet zomaar bij elkaar op de kamer slapen. "Dat is nou juist het leuke van logeren!", dachten Trineke en Martin. Maar, zegt de inspectie, in de jeugdzorg heb je te maken met kwetsbare kinderen. Dus inmiddels zet het echtpaar mogelijke risico's op papier en onderbouwen ze het als kinderen - twee broertjes bijvoorbeeld - juist wel bij elkaar liggen.

Soms sliepen logeerkinderen in een kamer van een begeleid-wonen-cliënt, omdat die toch het weekend weg was. Maar, zegt de inspectie: cliënten hebben recht op een eigen kamer, waar ze eigen spullen kunnen opbergen.

Bij nieuw personeel keken Martin en Trineke vooral naar betrokkenheid en betrouwbaarheid. Nu zijn een organisatiecoach, een zorgmanager en een gedragswetenschapper in dienst. De logeer- en leefplannen worden opgesteld door hbo'ers die zijn geregistreerd bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd.

Gevoel van eigenwaarde

Op de nieuwe locatie probeert het echtpaar zoveel mogelijk zinvolle zaken aan te bieden. Een van de nieuwe keukens heet straks 'The Bakery', waar jongeren onder begeleiding lekkere hapjes kunnen maken, én misschien verkopen. De oudere jongeren onderhouden een aanlegsteiger en oever in de buurt. In de grote schuur zijn jongens net klaar met het oliën van de maaier. "Ontwikkeling is heel belangrijk, zegt Martin. "Niet voor de prestatie, maar voor hun gevoel van eigenwaarde en geluk."

Ze hebben zich wel afgevraagd of ze moesten doorgaan. De nieuwbouw was net opgeleverd toen de inspectie langs kwam. En het echtpaar dat hun nieuwe locatie zou gaan runnen, besloot plotseling uit elkaar te gaan. Vandaar dat Trineke en Martin daar nu beheerder zijn. Een zus en zwager hebben het gezinshuis overgenomen.

Al met al heeft het veel voordelen dat de organisatie nu gestructureerd loopt. Deze zomer kan het gezin voor het eerst sinds jaren weer eens lekker op vakantie.

Gezinshuizen en zorgboeren, de cijfers

Het precieze aantal zelfstandige gezinshuizen is niet bekend. Wel heeft de Alliantie Kind in Gezin een goed overzicht van aanbieders die in loondienst zijn bij een instelling, zoals Pluryn. Of van franchiseconstructies zoals bij gezinshuis.com. De alliantie zag het aantal gezinshuizen de afgelopen jaren stijgen met 30 procent, in 2012 waren er nog 497 gezinshuizen, in 2016 764. Daar worden in totaal 2594 kinderen opgevangen, tegenover 1677 in 2012.

Er zijn zeventig grote aanbieders. De acht grootste hebben 20 tot 40 gezinshuizen onder zich. Bij de Federatie Landbouw en Zorg zijn nu 812 zorgboerderijen aangesloten, maar de inspectie jeugdzorg schat het totaal aantal zorgboeren op 1500.

Dat het aantal zorgaanbieders zo gegroeid is, heeft veel oorzaken. Boeren die hun opbrengsten zagen afnemen, konden met een zorgtaak extra inkomen verdienen.

Ouders zoeken zelf steeds meer naar persoonlijke opvang in de buurt. Het persoonsgebonden budget bestond al even, maar sinds 2015 kennen gemeenten het budget toe waarmee ouders zelf zorg kunnen inkopen.

Ook gemeenten stimuleren deze vormen van opvang. Het is dicht bij huis en bovendien kan dagbesteding of een keer logeren in het weekend, gezinnen ontlasten. Dat voorkomt specialistische zorg op de lange termijn, is het idee.

Tegelijk stimuleren de grote jeugdinstellingen hun gezinshuisouders om als zelfstandige aanbieder door te gaan. Het aantal gezinshuizen neemt dan niet toe, maar wel het aantal aanbieders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden