Verslag van een worm

Vondelstraat 81, Amsterdam. Aan de gevel van dit patriciërshuis is gisteren een gedenkplaat onthuld voor Anton Koolhaas (1912-1992). Hier is het grootste deel van zijn oeuvre, zijn romans en dierenverhalen, geschreven. Een klein groepje intimi had er zich op de stoep verzameld en omdat het initiatief voor de plaquette kwam van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek waren er ook enkele fotografen, cameramensen en verslaggevers, zoals ikzelf.

Wim Boevink

Ik was niet vanwege de gedenkplaat, maar vooral vanwege Koolhaas gekomen, en niet omdat hij ’mijn held’ was, zoals de ook aanwezige Midas Dekkers hem noemde, maar omdat ik een onbekend boekje bezat. Dat was in 1977 in een kleine oplage verschenen bij het lustrum van een Enschedese boekhandel, waarvoor ik destijds werkte. Het boekje bevatte vijf korte verhalen. Het eerste, speciaal voor dit boekje vervaardigd, was van Anton Koolhaas.

’Een à twee wolven’ heet het en toen ik het liet zien, bleek ook zijn uitgever, Wouter van Oorschot, het niet te kennen. ’Een à twee wolven’ is een hilarisch relaas over een namiddag in de achtertuin van typograaf H.L.M.A. van der Berg, die in zijn vrije tijd schaakproblemen oplost en spiegeleieren bakt. Maar die middag zit in zijn achtertuin ineens een grote hond, die als hij hem besluit te verjagen door kssscht te roepen een wolf blijkt te zijn, ontsnapt aan de dierentuin.

Zo leerde ik de literatuur van Koolhaas kennen – in een lachbui van zeventien pagina’s lang. Enkele jaren daarvoor had ik hem ook al eens ontmoet, niet de schrijver, maar de directeur van de Filmacademie. Als jongen van zeventien was ik vanuit de provincie naar de grote stad gereisd, mijn aanmeldingsformulier achterna met daarin de wens om na mijn eindexamen filmregisseur te worden. Dat formulier was een lijvig geval met veel vragen naar eigen fotografische of filmische werken (die ik niet had) , maar ook naar de boeken die je las en zelfs het merk van de televisie die thuis bij je ouders stond.

Door alles in de grote stad geïntimideerd en met weinig vertrouwen in de goede afloop, betrad ik aan de Overtoom het kantoor van Koolhaas. Hij droeg een vlinderdas, en op zijn bureau lag mijn formulier opengeslagen. Van het gesprek herinner ik me niet veel, al kwam even Hermann Hesse ter sprake (stond op mijn lijstje) maar andere, obscure, titels als ’Vlucht uit Boedapest’ van W.J. Verbeeten en ’Roman van een Romein’ van John Cosgrove zeiden hem niets. Wel staat me nog zijn afwijzing voor de geest, met de mededeling dat de Filmacademie voor mij nog te vroeg kwam.

Anton Koolhaas heeft mijn leven dus beslissend beïnvloed. Ik mocht nu in zijn oude werkkamer kijken. De kamer, nu een walk-in closet , bood zicht op een deel van het Vondelpark en de tuin van de buren.

’Ik zit in alle figuren, al zijn het regenwormen’, stond als citaat op de plaquette.

Koolhaas zit ook een beetje in mij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden