Verslag van een intense omwenteling in een dorp

Oberammergau: brave ambachtslieden wonen er achter propere, quasi-rococogeveltjes en verdienen de kost als eerzame snijders van houten kerstkribjes. Al eeuwen dommelt het dorp er in het Ammerdal, niet ver van Garmisch-Partenkirchen, het benedictijnerklooster in Ettal en de beroemde, barokke Wieskirche. In 1633 woedde er de pest. De bewoners baden de ramp af met een dure eed: tot in de eeuwigheid zou men elke tien jaar het lijdensverhaal van Jezus Christus opvoeren. De zwarte dood trok zich terug. De Oberammergauers hielden sinds 1633 woord -behalve in 1940- in het jaar 2000 voor de veertigste keer.

Het idee is sindsdien ook elders aangeslagen, bijvoorbeeld in Tegelen, waar dit jaar voor de zeventiende keer het (vijfjaarlijkse) Passiespel wordt opgevoerd. Ook in Tegelen gaat het om een dorps gebeuren: spelers en regisseur moeten diepe roots hebben in het dorp.

In Oberammergau zullen sinds de première op 21 mei na de laatste, honderd-zoveelste, voorstelling op 8 oktober zo'n half miljoen mensen het spektakel hebben gezien. Duur: van 9 tot 18 uur, met drie uur lunchpauze, toegang 100 of 150 mark. Maar achter de coulissen is nu al meer dan tien jaar, van vóór de voorlaatste voorstellingenreeks, een heftige strijd gaande tussen de vernieuwers en de traditionalisten van het dorp.

Deels gaat het om artistieke concepten, deels om de visie die tekst en voorstelling uitdragen op de rol van de joden in de verbeelding van de laatste dagen van Jezus. In de jaren dertig was Hitler een enthousiast supporter van de spelen van Oberammergau. In 1965 heeft het Vaticaans Concilie bijna van de een op de andere dag de houding van de rk kerk jegens het jodendom en de collectieve schuld van de joden voor de kruisdood van Jezus ingrijpend herzien. Vanaf dat moment gingen serieuze stemmen op om de Passiespelen van Oberammergau, de tekst en enscenering, grondig te herzien. Pas 35 jaar later is daar een flinke stap in gezet. Lang niet genoeg, vinden geraadpleegde joodse organisaties en rk theologen. Maar elke stap en elk geschrapt woord en veranderd kostuum is weggesleept uit de stroop van bijna vier eeuwen conservatisme en anti-judaïsme in Oberammergau en moeizaam verdedigd voor het machtige Passionspielkomitee.

James Shapiro heeft in gewoon een spannend en bij wijlen verbijsterend boekje de geschiedenis van deze intense omwenteling beschreven. De vernieuwers wisten het uiteindelijk van de traditionalisten te winnen, maar ook de vernieuwers hadden de neiging om af te knappen op de gevoeligheid van joodse critici, die vonden dat de kruisigingsscène maar beter zonder kruis kon worden neergezet. De familie van moederskant van Otto Huber doet aanwijsbaar al mee sinds 1680; hijzelf voor het eerst in 1950, in kindrolletjes wuivend met een palmtak, een engeltje bij het graf, zijn grootvader toen als Petrus. Nu is hij de eerst verantwoordelijke voor het script en voorman van de factie van de vernieuwers, samen met regisseur Christian Stückl.

Huber zit tussen twee vuren, de druk van het dorp dat geen enkele noodzaak tot veranderen ziet en van de andere kant zijn joodse adviseurs die het zo begeerde stempel 'kosjer' niet kunnen en willen geven aan een passiespel dat hoe dan ook de good guy (Jezus) in de Joodse stad Jeruzalem laat sterven onder aanstichting van bad guys, Joodse priesters. Eén belangrijke joodse adviseur eiste een voorwoord dat het evangelieverhaal als een verdraaiing van de waarheid zou aanmerken.

Aan de ene kant dus een geschiedenis van het wereldwijde drama van jodendom en christendom, van de andere kant die van een benepen rooms dorpje dat een belangrijke rol liever gunt aan een ex-nazi dan aan de best gekwalificeerde wiens moeder protestant is -een dorp waar tegelijk alle invloeden binnenkomen, inclusief kerkverlating, geloofstwijfel en vervreemding van gekoesterde tradities.

Huber kreeg niet in alles zijn zin, maar de twee Jezussen van dit jaar (voor elke rol zijn twee acteurs) hadden er wat van begrepen. Ze oefenden net zo lang onder supervisie van gast James Shapiro tot zij allebei hun paar Hebreeuwse zinnen perfect konden uitspreken. De vraag of de spelen niet toch nog anders of helemaal niet moeten, kan weer een paar jaar rusten, net als de vraag of ik er bij de volgende gelegenheid misschien best wel heen wil.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden