Verslaafd aan games, is dat een ziekte?

Gamers op CampZone Beeld ANP

Gameverslaving komt bij de Wereldgezondheidsorganisatie te boek te staan als ziektebeeld. Dat leidt tot grote verdeeldheid onder wetenschappers.

Iedere week ziet Jan Willem Poot twee jongeren met een gameverslaving binnenkomen. Vaak maken ze op hem een verwilderde indruk. "Sommigen hebben jarenlang geïsoleerd in hun kamer geleefd. We hebben alleen al twee weken nodig om een normaal gesprek met ze te kunnen voeren." Poot is oprichter en directeur van de specialistische jeugd ggz instelling Yes We Can Clinics, een kliniek voor jongeren met verslavingen en psychische problemen. Hier worden jaarlijks 600 jongeren behandeld, onder wie zo'n 120 met ernstige gameverslaving. Tien weken verblijven ze intern in een kliniek in Hilvarenbeek. Daarna krijgen ze nog tien weken intensieve nazorg.

Tot aan 2013 kwamen in Yes We Can Clinics vooral jongeren binnen met cannabis- en alcoholverslavingen, maar inmiddels is gamen na blowen het grootste probleem geworden, vertelt Poot. De obsessieve gamer karakteriseert hij als teruggetrokken en geïsoleerd. "We zijn continu bezig om die jongeren van onder die steen te laten komen." In Hilvarenbeek wordt veel gesport. Maar voor jongeren die jarenlang in een versteende houding achter de computer hebben gezeten, is dat lastig. "Motorisch hebben ze zich niet goed ontwikkeld. Je ziet bijvoorbeeld dat ze moeite hebben met rennen."

De problemen die ontstaan door obsessief gamen worden in Nederland niet serieus genoeg genomen, zegt Poot, terwijl de gevolgen van gamen net zo destructief zijn als die van andere verslavingen. Hij is blij dat gameverslaving binnenkort bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van de VN als een erkende stoornis te boek komt te staan. "Dat zorgt voor meer maatschappelijke urgentie."

Officiële diagnose

Gameverslaving is in de volksmond een vertrouwd begrip geworden. En toch bestaat dit verschijnsel officieel nog niet als ziekte. Naar alle waarschijnlijkheid komt daar vanaf juni verandering in. De WHO zal dan de nieuwste versie publiceren van de 'internationale classificatie van ziekten', de zogeheten ICD (zie ook kader). Daarin zal ook een officiële diagnose voor gaming disorder, gameverslaving, te vinden zijn. Dit voornemen van de WHO maakt in wetenschappelijke kringen veel los.

Internationaal zijn onderzoekers het er niet over eens dat het spelen van een game tot een verslaving leidt. Critici vragen zich af of iemand die gameverslaafd raakt, geen andere problemen heeft die dit verstoorde gedrag veroorzaken. Zo vindt onderzoeker Tony van Rooij dat de WHO te hard van stapel loopt. Van Rooy is projectleider gamen, gokken en mediawijsheid bij het Trimbos-instituut, kennisorganisatie op het gebied van verslaving en geestelijke gezondheidszorg. Samen met een internationale groep van 33 wetenschappers deed hij deze week voor de tweede keer een dringende oproep aan de Wereldgezondheidsorganisatie: wees voorzichtig met deze diagnose. In een artikel in het 'Journal of Behavioral Addictions' roepen zij op tot minder maatschappelijke paniek en kwalitatief beter onderzoek.

Van Rooij geeft het meteen toe: hij verkondigt geen makkelijke boodschap. Wie leest hoeveel impact obsessief gamen heeft, zal geneigd zijn om te zeggen: dit is een ziekte. "Ik zeg ook niet dat er niks aan de hand is. Jongeren die problemen hebben met gamen moeten geholpen worden." Maar op een koude donderdagochtend vertelt hij in de kantine van het Trimbos-instituut in Utrecht dat het ook goed is om nuchter naar gamen te blijven kijken. "Je kunt games niet met drugs of alcohol vergelijken. Gamen is een spel, drugs zijn vergif voor een kind."

Van Rooij vindt het zorgelijk dat er weinig onderzoek is gedaan naar de langetermijneffecten van gamen. Hij noemt het ook opmerkelijk dat onderzoekers het er niet over eens zijn welke games verslavend zijn. Gaat het om offline games of online games? Games op spelcomputers of telefoons? Er zijn spellen met gokelementen waaraan je veel geld kunt uitgeven en spellen die je alleen speelt of in teams. "Ik vind het riskant om een stoornis te maken als je niet weet wat het werkelijk verslavende element is."

Depressie

Daarnaast is de onderzoeker er nog niet van overtuigd dat gameverslaving een op zichzelf staande stoornis is, omdat de aandoening vaak samenhangt met depressie, sociale angst, stoornissen in het autisme-spectrum en problematische gezinssituaties. Van Rooij: "Als je de depressie of de problemen in het gezin eerst behandelt, blijft dan gameverslaving bestaan? Daar weten we nog weinig over."

Ook Jeroen Jansz sluit zich aan bij de wetenschappers die de WHO oproepen om geen overhaaste beslissingen te nemen. Jansz is professor communicatie en media aan de Erasmus Universiteit en doet sinds de jaren negentig onderzoek naar games en gamers. "Ik ben bang dat er een demonisering van deze vorm van vermaak komt terwijl aan games veel plezier wordt beleefd", zegt hij. De onderzoeker ziet dat het moeilijk is om te stoppen met gamen, vooral voor jongeren in de leeftijd van twaalf tot zestien. "Maar daar ligt een verantwoordelijkheid bij de ouders. Die moeten dit als opvoedingsdoel zien en paal en perk stellen." Hij erkent dat er een kleine groep gamers is die ontspoort. "Maar die groep is toch al in het vizier?"

Te vroeg diagnosticeren brengt risico's met zich mee, waarschuwen Jansz en Van Rooij. Bijvoorbeeld dat normaal gedrag als ziekte gezien wordt. Ze zijn bang dat commerciële hulpverleners in dit gat springen en gaan adverteren met dure behandelingen. En dat jongeren die een jaar lang veel gamen ineens in de zware psychiatrie terecht komen, terwijl ze eigenlijk behoefte hebben aan een goed gesprek thuis of op school, of de begeleiding van een gezinscoach.

"Natuurlijk moeten we uitkijken met het pathologiseren van normaal gedrag", beaamt sociaal-psycholoog en jeugdonderzoeker Regina van den Eijnden van de Universiteit Utrecht. Maar ze kan zich voorstellen dat de WHO van gameverslaving een officiële stoornis maakt. "Ik ben pragmatischer, ik vind het ook belangrijk om naar de praktijk te kijken. En uit de klinische hoek horen we dat dit zeer serieus is."

De onderzoekster is betrokken bij meerdere studies naar digitale verslavingen bij jongeren, zoals het Digital Youth Project. Sinds 2015 doet ze op middelbare scholen onderzoek naar gameverslaving onder tieners. Samen met collega's neemt ze vragenlijsten af bij leerlingen van twaalf tot vijftien jaar oud. In 2015 werkten er 700 jongeren mee, in 2016 waren het er 1950 en vorig jaar 2700. Uit dit onderzoek blijkt dat vooral jongens veel gamen, ze besteden gemiddeld zo'n 16 uur per week aan games.

Ontvluchten

Om te bepalen of een tiener gameverslaafd is, gebruiken de onderzoekers het diagnostisch handboek voor de psychiatrie. Deze zogeheten DSM heeft internetgameverslaving in 2013 in de bijlage opgenomen als een mogelijke aandoening waarnaar verder onderzoek nodig is, inclusief negen kenmerken van verslaving, zoals: de behoefte steeds meer tijd te besteden aan games, verminderde belangstelling voor andere hobby's en het gebruik van games om negatieve stemmingen te ontvluchten.

In 2016 concludeerden de Utrechtse onderzoekers dat in Nederland 8 procent van de gamende jongens in de leeftijd van twaalf tot vijftien jaar aan deze criteria van gameverslaving voldoet, en 1 procent van de gamende meisjes. Hebben zij allemaal een groot probleem? "Ze zijn behoorlijk intensief met gamen bezig", zegt Van den Eijnden. De onderzoekers hebben deze groep jongeren gevolgd en een jaar later valt op dat zij minder tevreden zijn geworden over hun leven, en het moeilijker vinden om vriendschappen te sluiten en te onderhouden dan in het jaar daarvoor. Er is nog meer onderzoek nodig om aan te tonen dat excessief gamen echt negatieve effecten op lange termijn heeft, zegt de onderzoekster, maar ze ziet de stapel bewijzen groeien.

Ook Van den Eijnden herkent de behoefte aan duidelijke afspraken over hoe gameverslaving wordt gemeten en gediagnosticeerd. "Maar alleen verder onderzoek kan daaraan bijdragen. De kritiek die nu klinkt, legt dit onderzoek juist lam."

De critici die twijfelen aan een officiële diagnose, vinden dat er cruciale puzzelstukken ontbreken als het gaat om gameverslaving. Ze noemen het gemis aan studies met patiënten die op dit moment voor gameverslaving behandeld worden. Ook vinden ze dat het huidige onderzoek naar gameverslaving te sterk leunt op de criteria in de DSM. Die zijn volgens hen zo breed geformuleerd, dat een te groot deel van de gamers er positief op scoort.

"Als je de huidige criteria toepast op sporten of schaken zal ook zo'n 10 procent van de Nederlanders daaraan verslaafd blijken," zegt Tony van Rooij. Hij noemt het niet verantwoord dat op basis van deze criteria statistieken worden gemaakt over hoe vaak gameverslaving voorkomt. Hij denkt dat er slechts een kleine groep is met serieuze problemen. In de reguliere verslavingszorg in Nederland werd tot en met 2015 het aantal mensen bijgehouden dat hulp zocht voor problemen met gamen. Dat waren er 537 in 2015.

Specialistische behandeling

Het lastige is dat het aantal gameverslaafden waarschijnlijk pas beter geregistreerd en gemonitord kan worden als er een officiële diagnose voor is, zegt psychotherapeut Laura De Fuentes, wetenschappelijk medewerker bij de Brabantse verslavingsinstelling Novadic-Kentron. Zij is het eens met Van Rooij dat verder onderzoek naar gameverslaving nodig is, maar wil niet blind zijn voor de groep gamers die op dit moment met serieuze problemen in de verslavingszorg komt. Novadic-Kentron behandelt jaarlijks tussen de 80 en de 100 patiënten met gameproblematiek. De Fuentes ziet dat ongeveer driekwart van hen ook andere aandoeningen heeft, zoals depressie of een autisme-spectrumstoornis. Maar een kwart van die groep heeft puur en alleen door het gamen problemen gekregen, zegt ze. "Volgens de kritische wetenschappers bestaat deze groep niet, maar ze zijn er wel."

Bovendien zou het voor zorginstellingen administratief een stuk makkelijker zijn als er een diagnose voor gameverslaving zou komen, voegt De Fuentes toe. Ieder jaar moet er opnieuw onderhandeld worden met gemeenten en verzekeraars over de vergoeding voor de behandeling van gameverslaving. Als gameverslaving officieel een ziekte wordt, zou dat eenvoudiger gaan. "Gameverslaafden hebben recht op deze specialistische behandeling."

Jan Willem Poot van Yes We Can Clinics vraagt tenslotte aandacht voor preventie. Hij vindt het frustrerend dat de overheid miljoenen uitgeeft aan een campagne als Nix18 om te voorkomen dat jongeren gaan roken of drinken voor hun achttiende levensjaar, maar dat het 'nog steeds normaal is dat kinderen continu achter schermen zitten, tot op het moment dat het uit de hand loopt'. Het liefst zou hij zien dat de game-industrie een maximum-speeltijd instelt voor jongeren. En de overheid moet meer aandacht krijgen voor educatie, zegt hij. "Ook daarbij zou deze WHO-diagnose kunnen helpen."

Wat is er aan de hand?

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wil gamestoornis op te nemen in de elfde versie van de zogeheten internationale classificatie van ziekten (ICD). Deze lijst van diagnoses wordt wereldwijd gebruikt door overheidsorganisaties, artsen en onderzoekers. In de concepttekst van de ICD omschrijft de organisatie gameverslaving als een 'aanhoudend of terugkerend patroon' van gamen dat leidt tot aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren. Wie aan gameverslaving lijdt heeft verminderde controle over het gamen. Andere levensbehoeften worden verwaarloosd. Ook gaat het gamegedrag door terwijl negatieve gevolgen zich steeds verder ontvouwen. Deze symptomen moeten minstens twaalf maanden aanhouden.

"Het is niet ongebruikelijk dat wetenschappers van mening verschillen over dit soort kwesties", zegt zegsman Tarik Jašarević van de WHO in reactie op de kritiek om gameverslaving in de ICD op te nemen. "Maar dit besluit werd genomen na zorgvuldige bestudering van alle beschikbare informatie en in overleg met een scala aan deskundigen."

Blijven praten

Onderzoeker Tony van Rooij merkt bij het Trimbos-instituut dat jeugd-therapeuten, scholen en ouders behoefte hebben aan 'niet paniek-makende' informatie over gezond schermgedrag. "Het zou goed zijn als ze meer leren over wat games inhouden, wat deze games zo aantrekkelijk maakt en wat er in het uiterste geval mis kan gaan." Het instituut maakte de website gameninfo.nl. Daar zijn onder meer adviezen te vinden aan ouders die zich zorgen maken over het gamegedrag van hun kind. Samen praten over de games en af en toe samen games spelen zijn de belangrijkste tips. Dat houdt het onderwerp bespreekbaar.

Lees ook:

Vrouwen gamen net zo vaak als mannen. Maar de giftige sfeer online is voor veel vrouwen een drempel om echt de competitie aan te gaan. Mannelijke gamers kunnen er kennelijk nog steeds niet tegen te worden ingemaakt door een meisje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden