Verslaafd aan buitenlandse hulp

Toch ligt het land aan een enorm hulpinfuus. "We zijn gewend geraakt aan de hulp van het buitenland. We hebben nooit geleerd om het zelf te doen."

'In Nepal hebben we nu ook geld, we hebben familie en vrienden in Europa en de VS, we kunnen heel goed zelf naar middelen zoeken'

Niet veel landen zijn zo populair bij goede doelen als Nepal. Alleen al vanuit Nederland zijn meer dan honderd charitatieve clubs actief in dit mooie, maar arme land, ingeklemd tussen de grootmachten India en China. Van Liliane Fonds tot Solidaridad, van de Vliegende Meubelmakers tot Dokters van de Wereld, ze zijn er allemaal.

Heeft het te maken met de vriendelijke, bescheiden bevolking? Internationaal pompen duizenden stichtingen en organisaties een gestage stroom geld en goederen in de Nepalese samenleving. Is al die buitenlandse inmenging eigenlijk wel nodig? Zijn er geen landen die de steun harder nodig hebben?

Nepal is, gerekend naar westerse maatstaven, arm. Maar de leefomstandigheden van het volk zijn redelijk, schrijnende armoede is er nog nauwelijks. Door de overdaad aan buitenlandse hulp zijn Nepalezen verslaafd geraakt aan buitenlandse sponsors, zeggen hulpverleners zowel in Nederland als in Nepal. "Nepalezen komen zelf niet in actie, het enige wat ze doen is het buitenland vragen om geld", zeggen Ben en Tanja Kruk, twee inwoners van Doesburg, die in 2004 een kleinschalige hulporganisatie begonnen voor zeven dorpen ten zuidoosten van de hoofdstad Kathmandu. Volgend jaar vertrekken ze uit Nepal. "Ons werk is klaar. De mensen moeten het nu verder zelf doen." Destijds bij de oprichting van hun organisatie stond voor Ben en Tanja Kruk vast dat ontwikkelingswerk eindig moet zijn. "Je kunt natuurlijk volstaan met even je kunstje komen doen, om vervolgens te verdwijnen. Maar om echt bij te dragen aan de ontwikkeling van mensen moet je minstens een paar jaar achter elkaar aanwezig zijn, zodat je een goede vertrouwensbasis kunt creëren en kunt wennen aan elkaar. Maar je moet ook stoppen, zodra je je doel hebt bereikt en de mensen het zelf verder kunnen, om te voorkomen dat je onnodig bijdraagt aan hulpverslaving."

Om die reden besloten de twee gaandeweg dat ze in 2012 Nepal zouden verlaten. "Je moet tijdig zorgen voor het opzetten en uitdragen van je eigen exitstrategie, zodat je partners zich daarop kunnen voorbereiden en zodat je ook zelf focust op een duurzame afronding van de projecten." Iedere hulporganisatie zou zo'n exitstrategie moeten hebben, vinden zij.

De Nepalees Sukhlal Singh is regiocoördinator van de Nederlandse Leprastichting in west-Nepal. De stichting is al jaren actief in Nepal. Hij bevestigt de observatie van Tanja en Ben Kruk. "We zijn gewend geraakt aan de hulp van het buitenland. Het zit inmiddels helemaal in onze cultuur. We hebben nooit geleerd om het zelf te doen. Voorheen was het nog erger. In de jaren negentig leunden we volledig op de hulp van goede doelen. Die afhankelijkheid is er nu nog steeds." Singh vindt ook dat hulporganisaties vanaf het eerste begin van hun activiteiten moeten nadenken over hun vertrek en daar ook geen geheim van moeten maken. "Wij in Nepal hebben nu ook geld. We hebben familieleden in Europa en de VS, we hebben vrienden die ons kunnen helpen. We kunnen heel goed zelf naar middelen zoeken om ons land verder te helpen."

Maar geldt dat dan ook niet voor zijn eigen organisatie, de Leprastichting? Lepra komt nauwelijks meer voor in Nepal. Het aantal patiënten dat jaarlijks wordt opgespoord en behandeld is in Nepal gedaald van 6 op de 10.000 inwoners in 1990 tot nog geen 1 op de 10.000. Wat is er voor leprabestrijders nog te bereiken in Nepal? Singh glimlacht. Nee, het werk van zijn organisatie is nog niet gedaan."Wij kunnen voorlopig niet stoppen met ons werk in Nepal. Er is niemand die het kan overnemen. Wij zijn leidend, wij zijn de spil in de leprahulp in Nepal. Wij werken intensief samen met de overheid, wij leiden mensen op. En er is nog veel te doen."

Het accent in het werk van de Leprastichting is verschoven van bestrijding van de ziekte naar bestrijding van het stigma dat er nog steeds rond lepra hangt en naar hulpverlening aan mensen die door lepra invalide zijn geworden. De efficiëntie van het werk is wel verbeterd, intussen.

Toen Sukhlal Singh jaren geleden vanuit het oosten van Nepal naar de armere westelijke regio verhuisde, trof hij een kantoor aan waar veel te veel mensen werkten. "Mensen dachten, zolang de Leprastichting betaalt, hebben wij een inkomen. Ik heb de staf toen gehalveerd tot vijftien mensen. Dat was een hele strijd. Maar gelukkig ben ik vanuit Nederland altijd geweldig gesteund."

Ben en Tanja Kruk, die hun banen bij de provincie Gelderland opzegden, hun grote huis in Arnhem verkochten en kleiner gingen wonen in Doesburg, besloten op een goede dag een hulporganisatie op te zetten om in Timal, zuidoostelijk van Kathmandu, de bevolking van zeven bergdorpen te helpen. Sathsathai heet hun stichting. Na negen jaar kan de balans worden opgemaakt.

Ben Kruk: "Onze rol als kleine organisatie is het organiseren van mensen en het zorgen dat zij voldoende zelfredzaam worden. Wij willen ze niet vertellen wat goed voor hen is, zij moeten zelf zeggen wat goed voor hen is. Maar we hebben wel altijd gezegd: straks moeten jullie het zelf doen. Wij blijven niet."

Sashi Kala Singh is oprichtster en drijvende kracht achter TSDCBD in Kirtipur, nabij Kathmandu. De onmogelijk lange afkorting staat voor de Technicals Skills Development Centre for the Blind and Disabled. Het is een school waar blinden en gehandicapten een beroep wordt geleerd. Ook Sashi Singh wordt geconfronteerd met een belangrijke financier uit Nederland, die aankondigde dat langzaamaan de geldkraan zal worden dichtgedraaid. De Stichting Dark & Light uit Veenendaal - de nummer 1 van de Trouw Top 50 van goede doelen op het gebied van internationale hulp - zal vanaf volgend jaar in vier termijnen van een jaar de financiële steun aan TSDCBD afbouwen.

Maar Sashi Singh heeft een probleem. Hoewel ze wist dat de steun uit Nederland eindig was, heeft ze verzuimd tijdig nieuwe financieringsbronnen te zoeken voor haar school, waar jaarlijkse tientallen gehandicapte jongeren een beroep leren. Het was ook wel makkelijk: jarenlang levert Dark & Light het grootste deel van het budget.

En al die jaren heeft Singh - naar ze achteraf ook zelf moet vaststellen - te weinig gedaan om de toekomst van haar organisatie zeker te stellen. Aan Dark & Light heeft het niet gelegen, vanuit het hoofdkantoor in Veenendaal is voortdurend geprobeerd Singh te bewegen tot verbreding van de financiële basis. Toen dat maar niet lukte, besloot de hulporganisatie de druk op te voeren: vanaf volgend jaar wordt er jaarlijks 25 procent gekort op het budget.

"Het zwakke punt van TSDCBD is toch de financiële duurzaamheid", zegt Lieke Scheewe, programmacoördinator van Dark & Light. TSDCBD, gevestigd in een met geld van Dark & Light gebouwd pand, is uitgegroeid tot een kwalitatief sterk opleidingsinstituut met een unieke status in Nepal. De leerlingen komen uit alle delen van het land en wonen ook op het complex. Singh weet niet hoe het verder moet als over vier jaar de financiële steun uit Nederland wegvalt.

Waarom heeft ze dan niet eerder naar andere inkomensbronnen gezocht? "Ik heb me al die jaren vooral met het leerprogramma bezig gehouden. Ik heb me op het werk geconcentreerd. Nooit gezocht naar andere fondsen, want er was genoeg geld dank zij Dark & Light. Dat is misschien mijn zwakke punt. In het begin heb ik Dark & Light gevraagd of ik van de jaarlijkse bijdrage niet vijf procent opzij kon zetten voor de toekomst. Maar dat hoefde niet, zeiden ze. Ik heb dus nooit gespaard."

Singh weet dat het jarenlang ook wel erg makkelijk was om aan geld te komen uit het buitenland. "Er zijn in Nepal ngo's opgericht alleen voor het geld. Organisaties die niets hebben gedaan, maar wel buitenlands geld hebben geïncasseerd. Dat gold niet voor ons, wij hebben al het geld in onze doelstellingen gestoken. Het is moeilijk, maar voor ons blijft het geld ondergeschikt aan het doel. Probleem is alleen dat we zonder geld onze doelen niet volledig zullen kunnen bereiken." Maar Sashi Kala Singh laat het werk dat ze in twintig jaar opbouwde, niet onder haar handen afbrokkelen, zegt ze. "We gaan het proberen. We hebben een consultant ingehuurd, die ons adviseert. Die wil dat we onze organisatie meer bedrijfsmatig gaan opzetten."

Was het achteraf gezien niet wat te makkelijk om maar te blijven rekenen op geld uit Nederland? "Nou ja, zeker is dat we hier in Nepal van niemand geld krijgen. De overheid geeft niet thuis. Misschien over tien jaar, maar we hebben nu het buitenlandse geld hard nodig." Toch is ze dankbaar voor wat Dark & Light heeft betekend voor haar opleidingsinstituut. "Ze hebben ons vijftien jaar lang gesteund. Dat is geweldig geweest." Stiekem hoopt ze dat de geldschieters uit Veenendaal haar uiteindelijk toch overeind zullen houden.

De leefomstandigheden in Nepal zijn redelijk, schrijnende armoede is er niet.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden