Review

Versjes voor kindjes schot in de roos

Serie versjes voor beginnende lezers: Joke van Leeuwen: 'ik ben ik' (AVI-1); Paul van Loon: 'Ik wil zo graag een spook', ill. Annemie Berebrouckx (AVI-2); Erik van Os: 'Er loopt een liedje door de lucht', ill. Jan Jutte (AVI-2); Riet Wille: 'Een mondje vol', ill. Kristien Aertssen (AVI-2); Dinie Akkerman: 'Mijn jas heeft heel veel knopen' (AVI-3); Truus van de Waarsenburg: 'De koning gaat in bad', ill. Rick de Haas (AVI-3); Zwijsen, ¿ 13,50 per deel. Eva de Wilde: 'Op het dak' en 'Mijn oor doet flap', ill. Gerda Dendooven (AVI-1); Bettie Elias: 'Bang of boos' en 'Vriend met drie', ill. Anne Westerduin (AVI-2), Bakermat, ¿ 16,50, alle 5-8 jaar.

'Ik ben ik' is het eerste van de zes deeltjes uit de nieuwe reeks 'Versjes voor beginnende lezers' van uitgeverij Zwijsen, en sluit aan bij de leesmethode 'Veilig leren lezen'. Het idee achter de serie is dat peuters en kleuters veel plezier beleven aan rijmpjes en versjes, en spelenderwijs taalkennis opdoen, terwijl die kinderpoëzie in groep drie opeens verdwenen is om plaats te maken voor verhalende teksten. Nu is er niets tegen verhalen, maar het plezier van rijm, alliteratie, ritme, herhaling, tegenstelling, vraag- en antwoordspelletjes, onzinwoorden en andere poëziekenmerken kan een stimulans zijn bij het leren lezen. Ritchie bewijst dat het ook een steun kan zijn. Dat herhaling goed is voor zijn leestechniek zal hem worst wezen: hij wil het laatste tekstje uit 'Ik ben ik' alleen steeds opnieuw lezen omdat hij het zo grappig vindt:

mijn gum gumt weg wat hij wil. mijn gum gumt dit ook weg. gumt dit ook weg. dit ook weg. ook weg. weg.

'Ik ben ik' is wel meteen het sterkste bundeltje uit de reeks. De versjes zijn verrukkelijk dwars en dwaas. Ze rijmen alleen als het uitkomt, maar Joke van Leeuwen hanteert met gemak een scala aan andere poëtische technieken en varieert flexibel op bakerrijmen, zoals in:

er zit geen mes in mijn zak. dat mag ik niet. er zit geen pen in mijn zak. dat hoef ik niet. er zit geen kat in mijn zak. dat wil ik niet. wat zit er dan in mijn zak? dat zeg ik niet.

Om met die allersimpelste woorden soepel lopende versjes te krijgen die niet te kinderachtig zijn, dat is knap.

Het derde deeltje valt eveneens op: 'Er loopt een liedje door de lucht' van Erik van Os, op AVI-2 niveau.

Het titelgedichtje is innemend:

Zie jij wat ik zie? Hoor jij wat ik hoor? Er loopt een liedje door de lucht. Het gaat van oor tot oor. Vang het liedje maar. Vang het liedje met je oor. En zingt het in je buik, geef het liedje dan maar door.

Ook in andere versjes speelt Van Os met woorden en uitdrukkingen, en daagt hij de lezer uit om goed na te denken. Storend in dit bundeltje is dat de op zich sterke illustraties van Jan Jutte niet per dubbele pagina ontworpen zijn, maar abrupt afgesneden bij de naad, een probleem dat in de andere vijf deeltjes niet speelt.

Tekstueel zijn die bundeltjes echter minder, omdat sterke versjes afgewisseld worden door veel zwakkere. Met name 'Een mondje vol' van Riet Wille (AVI-2) bevat nogal wat houterig, onhandig rijm, en versjes die ritmisch niet lekker in hun vel zitten.

De versjes van Dinie Akkerman in 'Mijn jas heeft heel veel knopen' (AVI-3) lopen beter, maar zij heeft zich dan ook beperkt tot vierregelige rijmpjes met traditionele rijmschema's als abab en abcb.

De beide bundeltjes op AVI-3-niveau zijn minder 'nieuw' dan die op AVI-niveau 1 en 2. Daarin is leestechnisch al veel mogelijk: de woorden hoeven niet meer klankzuiver te zijn, er mogen drie medeklinkers achter elkaar en meer lettergrepen per woord. En dus zijn teksten van die moeilijkheidsgraad in bijna elke bundel kinderpoëzie te vinden, en vaak literair sterker dan hier.

Als geheel is de reeks echter een schot in de roos. Kinderen van zes en zeven hebben hun natuurlijke ontvankelijkheid voor poëzie nog niet verloren, en daar speelt de serie dankbaar op in. Daarbij zijn de vier bundeltjes op AVI-1 en -2-niveau een gat in de markt, omdat poëzie met uitsluitend zulke simpele woorden nauwelijks bestond.

Ook enkele Vlaamse uitgeverijen produceren aantrekkelijke werkjes voor beginnende lezers, zoals Clavis, Averbode en Bakermat. Die van Bakermat springen er uit, vooral die welke door Gerda Dendooven geïllustreerd zijn. Gerda Dendooven verwent de zesjarigen met ware kunstwerkjes, waarin de invloed van Picasso en Chagall aanwijsbaar is in respectievelijk de vorm van gezichten en in zwevende en vervormde voorwerpen.

In de marge van de publieke belangstelling heeft deze jonge Vlaamse illustratrice zich ontwikkeld tot een een der sterkste in de Benelux. Terecht heeft België haar voorgedragen voor de Hans Christian Andersenprijs.

Qua tekst wekken deze boekjes de suggestie dat Vlaamse kinderen veel sneller leren lezen dan Nederlandse. AVI-1-niveau wordt hier aanbevolen na vier weken leesonderwijs, terwijl de Nederlandse AVI-1-boekjes na vier maanden aangeven.

Inhoudelijk zijn de teksten niet opvallend. 'Op het dak' van Eva de Wilde (AVI-1) is een verhaal over de kleine Sam, die 'zo rap is als een aap' en 's avonds, als pa en ma uit zijn, het dak op klimt. Het verhaal is avontuurlijk, de stijl wat stroef.

'Bang of boos' van Bettie Elias (AVI-2) is een uitstekend verhaal over hoe een kind weerbaar kan worden tegen pesten. Haar 'Vriend met drie' (AVI-2) blijft echter steken in braaf sociaal-realisme over een meisje uit een arm gezin - nieuw in de klas - dat buitengesloten wordt.

Hoe luid ook de onheilstijding klinkt dat er steeds minder gelezen wordt, aan de zes- en zevenjarigen ligt het niet. Voor hen is lezen de ontdekking van hun leven, en boekjes als bovengenoemde helpen om voorgoed de smaak te pakken te krijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden