Versieren met een knipoog

Het Museum voor de Moderne Kunst in Arnhem toont de ontwikkeling van het Nederlandse sieraad vanaf 1965.

Geen parels of diamanten, maar brokken kurk en gekleurd rubber liggen in de vitrines. „Bezoekers kunnen hier iets heel anders tegenkomen dan ze in eerste instantie misschien verwachten van een sieradententoonstelling”, zegt conservator Eveline Holsappel in het Museum voor de Moderne Kunst in Arnhem (MMKA).

De tentoonstelling ’Het nieuwe versieren’ laat de ontwikkeling zien die het Nederlandse sieraad de afgelopen veertig jaar heeft doorgemaakt. „De titel moet je eigenlijk met een knipoog zien”, vertelt Holsappel. Want de meeste tentoongestelde sieraden zijn niet bedoeld als versiering, maar als vrije objecten en beeldende kunst.

Het was volgens de conservator de hoogste tijd voor deze expositie. De laatste overzichtstentoonstelling had al weer tien jaar geleden plaats en onlangs heeft het museum een gift van 250 stukken gekregen van een privéverzamelaar.

Het is geen toeval dat deze tentoonstelling in Arnhem te zien is. De stad was een tijd lang toonaangevend in sieradenland. De eerste groep vernieuwende edelsmeden werkte er en Riet Nerinckx was in 1970 conservator in het MMKA. Zij was tevens edelsmid en met die passie ging ze moderne sieraden verzamelen.

De stukken uit ’Het nieuwe versieren’ zijn geordend op tijd en liggen verspreid in drie zalen. Aan de wand in de eerste zaal prijkt een immense zwart-witfoto. Een levensgroot model met een zilverkleurige halskraag kijkt brutaal naar beneden. Holsappel is trots op de collectie, maar mist toch dat ene halssieraad in de verzameling. „Je kunt niet compleet zijn, er zijn altijd een paar gaten.”

De geometrisch gevormde stukken, die halverwege de jaren zestig gemaakt zijn, passen goed in de tijdsgeest van toen. De broche met een mooi bloemstukje en een paar diamanten eromheen verdwijnt. Edelsmeden gaan zich afzetten tegen het gebruik van goud en zilver en kiezen steeds meer voor zeer diverse materialen.

Holsappel stapt langzaam langs de stalen, gladde sieraden. „Deze is van aluminium gemaakt”, wijst ze naar een grove armband. Even verderop stopt ze voor een vitrine met tekeningen en strakke spelden. Het zijn stukken van Emmy van Leersum en Gijs Bakker. „Zij werkten veelal seriematig en met wiskundige principes”, zegt Holsappel. „Dat was populair. Deze smeden breken dan ook als weinige Nederlanders in hun vak internationaal door.”

In de tweede zaal, waar vooral werk uit de jaren tachtig te zien is, wordt goud en zilver compleet losgelaten. Een felgekleurde ketting van textiel en een collier van kurk liggen gebroederlijk naast elkaar. Als Holsappel een set armbanden in blauw, rood en groen van Maria Hees laat zien, moet ze even lachen. „Kijk, deze zijn gemaakt van een tuinslang.”

De sieraden in de tweede zaal zijn grotendeels een tegenreactie op de strakke, minimalistische stukken uit de jaren zestig. „Het persoonlijke handschrift van de maker moest meer naar voren komen”, legt Holsappel uit. „Hout, papier en rubber. Alles mocht.”

De sieraden uit de jaren negentig tot nu hebben een plekje in de derde zaal gekregen. Een eenduidige lijn is er niet te herkennen. „Elke ontwerper gaat een eigen verhaal vertellen”, zegt de jonge conservator, die zelf overigens geen overdadige sieraden draagt.

Een televisiescherm laat kruipende slakken op een hals zien. Het is het ’slakkencollier’ van Marijke Schurink uit 2003. Schurink is geïnteresseerd in de vergankelijkheid van het sieraad. Volgens de ontwerpster moeten sieraden draagbaar zijn, al is het maar voor vijf minuten.

Op een witte bodem liggen rechthoekige wit-metalen broches, ontworpen door Ted Noten. „Hij maakt van het ontwerpen een happening. Dit zijn stukken die Noten uit een dure auto sneed. Iedereen heeft recht op een stukje Mercedes, is de achterliggende gedachte”, vertelt Holsappel.

Pas een jaar is Eveline Holsappel bij het museum betrokken en dit is haar eerste tentoonstelling. Ze heeft er alle in vertrouwen dat bezoekers zullen komen. „We tonen hier een van de belangrijkste collecties van Nederland.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden