Verse groente van eigen dak

Omdat steeds meer mensen in de stad wonen, moet die ook gebruikt worden om op duurzame wijze voedsel te telen. Hoe compact de stad ook is.

Op de meest vruchtbare gronden in de stad staat het vol met huizen. Het is slimmer om die grond deels te gebruiken om er voedsel op te telen, vindt landschapsarchitect Rob Roggema. "We moeten dus af van het begrip compacte stad zoals dat nu in de mode is. De helft van de wereldbevolking woont in steden. Dat zal in 2050 oplopen naar driekwart. Wil je die allemaal op een duurzame manier te eten geven, dan is ook de stedelijke ruimte hard nodig, maar die ruimte zal anders moeten worden ingericht. Stadsplanning is altijd gericht op het bouwen van zoveel mogelijk woningen, maar er is veel meer nodig in een stad."

Kijkend naar de toekomst, noemt de lector aan de groene hogeschool Van Hall Larenstein (VHL) duurzame voedselteelt, groene energie en waterberging in verband met klimaatverandering als functies die een stad ook behoeft. "Stadslandbouw heeft veel potentie om die vormen van duurzaamheid in samenhang te realiseren. Het blijft tot nu toe nog te veel beperkt tot allerlei individuele plekjes. Er zitten geen logische verbanden in. Bovendien worden de stadsteelten vaak op de verkeerde plekken uitgezet. Zo schiet het niet op, terwijl grote stappen wel nodig zijn."

Roggema stelt met nadruk niets te willen afdoen aan het enthousiasme van al die mensen die veel tijd en energie steken in stadstuinen bij hen in de buurt. "Wat me zorgen baart is dat al dat enthousiasme uiteindelijk niet doorbreekt naar iets dat echt betekenis heeft." Hij wil daarom de stadstuinen in heel Nederland in kaart brengen en daar een logische structuur in aanbrengen. Vandaag denken tientallen wetenschappers uit binnen- en buitenland mee over vijf proefprojecten, op een congres over voedselplanning in Leeuwarden.

De moderne stadslandbouw is ad hoc ontstaan, op initiatief van een paar enthousiastelingen. Roggema: "Soms zie je betrokkenheid van woningbouwcoöperaties of van welzijnsorganisaties. Dat gaat dan om sociale cohesie in en leefbaarheid van de buurt. Ik zou het netwerk van al die tuinen willen leggen op de fysieke structuur van een stad. Dan blijkt toch vaak dat de voedselpotenties van de stad niet optimaal benut worden in die tuinen. Dat hangt samen met de vruchtbaarheid van de grond, het specifieke klimaat dat er heerst en de beschikbaarheid van water. Als je die twee structuren kunt laten samenvallen, dan creëer je al meerwaarde. Die stadstuinen bieden tevens ruimte voor het opwekken van groene energie, want dat heb je ter plekke ook nodig, en als overloopgebied voor wateroverlast vanwege heftige buien door klimaatverandering."

undefined

Integrale aanpak

Stadsbesturen denken amper na over deze integrale aanpak van duurzaamheid, weet Roggema die over de hele wereld - Rio de Janeiro, Accra, Canada en Australië dit soort onderwerpen bestudeert. "Breda en Wageningen behoren tot de koplopers in Nederland. Kosten zijn de grootste drempel, maar kijk eens wat je bespaart als je een kleiner rioolstelsel kunt aanleggen omdat je stad groener is geworden. Een stad kent doorgaans minder dan 10 procent onverharde grond. Dat betekent dat je een groot rioolstelsel moet aanleggen en onderhouden om het hemelwater af te voeren. Dat wordt met de steeds heviger buien een groeiend probleem. Als je al 10 procent meer groen in je stad hebt, kan dat rioolstelsel een stuk kleiner en bespaar je aanzienlijk wat geld."

Bij een stadsuitbreiding is een keuze nog mogelijk, alhoewel dat amper gebeurt en er toch steeds weer op vruchtbare grond wordt gebouwd. Een compacte stad vergroenen is helemaal lastig, realiseert Roggema zich. "Er zijn veel leegstaande gebouwen, die de eigenaar niet graag wil afbreken om er stadstuinen van te maken. Maar neem dan alleen de harde ruimte eromheen, de wegen en de parkeerplaatsen. Omdat het gebouw leegstaat is die ruimte eromheen niet of amper in gebruik. In Vancouver in Canada hebben ze wegen in en rond leegstaande bedrijventerreinen gehalveerd, van vier naar tweebaans. Op de gewonnen ruimte telen ze voedsel.

Neem het Deense Bröndby of Schuytgraaf, de laatste uitbreiding van Arnhem. Beide zijn ze gebouwd als een serie losstaande buurten met veel groen ertussen. Doe daar iets mee, maak dat tussenliggende gebied productief."

Roggema is enthousiast over een studie die laat zien dat Amsterdam 17 procent van zijn oppervlakte kan gebruiken voor productieve vergroening. "Als je daar leegstaande parkeerplaatsen en geschikte daken bij optelt, kom je makkelijk op het dubbele. Wellicht zijn er ook gebouwen voor stadslandbouw in te zetten. Daarvoor zijn al technieken, met ledlicht, ontwikkeld. Als de stad dat opneemt in een nieuw structuurplan, dan maak je een grote stap. Zo'n vergroende stad is een mooie attractie."

undefined

Voedselvisie

Dit soort denken komt wel op gang, ziet Roggema op zijn reizen langs wereldsteden. Ook grote organisaties als de Wereldbank en de Wereldgezondheidsorganisatie zien in stadslandbouw een mogelijkheid om het groeiend aantal stedelingen van duurzaam geteeld eten te voorzien. "Dat is toch een teken aan de wand. Nederland doet het internationaal trouwens behoorlijk. Bijna alle gemeenten zijn met een voedselvisie bezig. In Europa worden we, door Italianen, Fransen en Duitsers, samen met de Engelsen zelfs als voorlopers gezien."

Stadslandbouw kan volgens Roggema ook economische betekenis hebben. "We hebben veel kennis van landbouw en voedsel in huis. Er zijn al systemen ontwikkeld voor teelt op kleine ruimtes, bijvoorbeeld viskweek in samenhang met groenteteelt, aquaponics heet dat. Ik heb net in de sloppenwijken van Rio de Janeiro op daken de eerste van dit soort installaties gezien. Nu eten ze nog erg vet en zoet, omdat dat goedkoop is. Straks hebben ze verse vis en verse groenten op eigen dak staan."

undefined

Alle voedsel en energie in eigen huis geregeld

Dit huis levert het voedsel en de energie voor de bewoners. De tuinen, muren en daken worden ingezet voor voedselproductie. In de kelder is er opslag van warm water. Dat zorgt voor verwarming in de winter. In dit water zwemmen ook vissen die geschikt zijn voor de consumptie. De windmolen zorgt voor elektriciteit. Verder staan in de achtertuin een paar varkens en tien kippen voor vlees en eieren.

Een kleine hoeveelheid algen die over het dak is gedrapeerd levert genoeg biodiesel om je kleine Smart 10.000 km op te laten rijden.

Deze impressie is een van de ideeën die zijn opgeschreven in het boekje 'The Nutritious City' van de Britse hoogleraar Greg Keeffe. Rob Roggema, lector stadslandbouw, stelt dat we nog veel te weinig doen met dit soort inzichten.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden