Verscholen in Huize Elastiek

De burgemeester (rechts) en zijn vrouw Jo in de deuropening van het gemeentehuis, samen met leden van het verzet. Beeld RV

Het burgemeestersechtpaar van Bovenkarspel bood in de Hongerwinter onderdak aan een uitdijende groep evacués. Journalist Addie Schulte dook in de bijzondere geschiedenis van Huize Elastiek, waar ook zijn moeder destijds verbleef.

Jan Elders zei nooit veel over zijn activiteiten in de Tweede Wereldoorlog. Ook niet toen zijn kleinkinderen daarnaar vroegen. Maar vandaag hebben hij en zijn vrouw Jo postuum de Yad Vashem-onderscheiding gekregen voor het redden van een Joods gezin in hun 'Huize Elastiek', de burgemeesterswoning in Bovenkarspel.

Het was een klein dorp waar Jan Elders in 1935 burgemeester van werd. Zo'n duizend inwoners had Bovenkarspel. Maar hij was er geboren, als zoon van een tuinder. Met zelfstudie had hij zich opgewerkt tot boekhouder, bedrijfsleider van een bloembollenkwekerij en raadslid.

Toen Nederland bezet werd, besloot hij aan te blijven als burgemeester. En later bleek dat zeer gunstig. Via zijn banden met het verzet kwam hij eind augustus 1944 in contact met een Duits-Joods echtpaar, Edith en Georg Fröhlich. Ze kwamen oorspronkelijk uit Breslau in het oosten van Duitsland (nu Wroclaw in Polen). In 1939 waren ze naar Nederland gevlucht. Hun zoon Andreas was bij een razzia in Amsterdam opgepakt en werd vermoord in concentratiekamp Mauthausen. Edith, Georg en dochter Sabine doken onder en kwamen in Noord-Holland terecht. Toen een van hun helpers werd gearresteerd, moesten ze snel naar een veiliger adres.

Jan nam ze mee naar zijn huis, in zijn Opel. Dat hij nog een auto had, was een van de voorrechten van zijn positie als burgemeester. In de burgemeesterswoning aan de Hoofdstraat, een opvallend huis met een hoog puntdak, kregen ze een kopje thee van zijn echtgenote Johanna Elders-Borst. Vervolgens gingen ze naar een fotograaf om pasfoto's te maken voor een nieuw persoonsbewijs. Tijdens het autoritje vroegen de twee onderduikers verlegen waar hij hen wilde onderbrengen.

De tekst loopt door onder de afbeelding

De burgemeesterswoning aan de Hoofdstraat Beeld RV

Zijn antwoord: jullie komen in mijn huis wonen, met een nieuwe identiteit, verstrekt door de gemeente Bovenkarspel.

Georg en Edith Fröhlich werden Gerard en Elizabeth Faessens uit Vaals. Dochter Sabine die in Hoogkarspel ondergedoken zat, werd door Willy, de oudste dochter van de familie Elders, opgehaald met de fiets. Zij werd Sophie, kortweg 'Fietje'. Het verhaal was dat deze 'Limburgers' niet terug konden naar hun woonplaats aan de andere kant van het front. Hun afkomst uit Limburg verklaarde gelijk hun accent. Met deze dekmantel en hun nieuwe persoonsbewijzen konden ze openlijk onderduiken, ze konden zelfs de straat op.

Het huis was nog niet vol. Een paar weken na Dolle Dinsdag belde 'Oom Theo' Schlichting, een neef van Jo, uit Amsterdam. Hij vroeg of vier van zijn kinderen in Bovenkarspel konden verblijven, vanwege de verslechterende voedselsituatie in de hoofdstad. De reactie van Jan en Jo Elders was niet: "Kunnen we dat wel doen?", maar "hoe doen we dat?".

Met zijn Opel en een politieagent om het nog officiëler te laten lijken, haalde Jan Elders de Amsterdammertjes, tussen de vijf en tien jaar oud. Een van hen kon zich de ontvangst meer dan zeventig jaar later nog herinneren. Het viel haar wat tegen dat de burgemeester niet in een paleis woonde, maar gewoon in een ruime villa. Binnen staken overal nieuwsgierige kinderen hun hoofden om deuren en hoeken om te kijken wie de nieuwe gasten waren. Twee kinderen (onder wie mijn moeder, A.S) mochten daar blijven, de andere twee werden bij overburen ondergebracht.

Dagboek

Zo werd het burgemeestershuis Huize Elastiek, zoals Georg Fröhlich het noemde in zijn dagboek dat hij samen met Willy bijhield. Met drie zogenaamde oorlogsevacués, een gezin met acht kinderen, de twee achternichtjes en af en toe wat gestrande gasten was het tamelijk druk.

Jan Elders had drie kantoren, schreef Georg, een op het gemeentehuis, een aan huis en een op straat, waar hij voortdurend werd aangesproken. Geen maaltijd ging voor hem voorbij zonder dat die onderbroken werd door iemand met een vraag. Sommige mensen kwamen alleen op bezoek om even naar Radio Oranje te luisteren. De burgemeester mocht nog een radio bezitten, terwijl anderen die hadden moeten inleveren.

Hij moest ook met de bezetter zaken doen. Eind februari sprak hij af dat er geen huiszoekingen in Bovenkarspel zouden komen als er vier fietsen werden ingeleverd. Huiszoeking was de grote angst in Huize Elastiek, waar ook de oudere jongens risico liepen. Een keer haalden de bewoners het huis leeg en werd er al onderdak gevonden voor de kinderen, omdat een inval werd gevreesd. Maar het gevaar week weer. Een andere keer werd het huis omgevormd tot een 'keurig NSB-huis' door alle contrabande te verstoppen en een toespraak van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart prominent op tafel te leggen. Ook deze truc werd niet op de proef gesteld.

'Oom Jan' - volwassen werden bijna altijd met oom of tante aangeduid - bleef altijd rustig onder de dreiging, schreef Georg. Ook toen zich vier Duitsers in burger en één in uniform meldden om de burgemeester te spreken. Het bleek te gaan om een verkeerd gelopen voedseltransport. Met een telefoongesprek loste hij de crisis op.

Voortdurend regelde hij in de Hongerwinter voedsel, voor zijn grote huishouding, maar ook voor vele anderen. Een botter met 30 ton aardappelen, later een transport van 500.000 kilo aardappelen en 20.000 kilo groenten. Dat maakte hij aan tafel 'stralend van vreugde' bekend. Het voedsel was hoofdzakelijk voor Amsterdam bestemd. De hongersnood diende zich in Huize Elastiek regelmatig aan. "Bijna dagelijks komen hongerige mensen aan de deur en vragen een boterham, die onmiddellijk gegeten moet worden om verkoop in de zwarte handel te voorkomen." Het eten in huis was, gezien de omstandigheden, vaak goed: ze aten palingsla en palingsoep, snert, warme tomatenpuree, maar vooral veel aardappelen. Georg - 'Oom Gerard' - was lid van het 'aardappelschiltrio'. Een van de varkens, V1 en V2 genaamd, sneuvelde op het 'slachtveld.'

Jan Elders bleef kalm, ook toen de berichten over het oprukken van de geallieerden chaotisch op elkaar volgden. Bescheiden en tevreden nam hij na de bevrijding de dank van de dorpelingen in ontvangst, zo is te zien op een van de weinige foto's uit die tijd. Jo stond aan de andere kant in de deuropening van het gemeentehuis. Bij hen is de commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten, waar Elders ook een belangrijke rol in had.

Naastenliefde

In zijn laatste aantekening in het dagboek roemde Georg de 'naastenliefde' die het huis kenmerkte. "In de harten van Oom Jan en Tante Jo heeft zij haar oorsprong," noteerde hij plechtig en dankbaar.

Toen jaren later de kleinzonen Jan en Leo Wiegman hun opa Jan Elders vroegen wat hij gedaan had in de oorlog, was het antwoord: "Ja, ja, jongens. Er moesten taken ondernomen worden - soms onaardige taken. Er moest absoluut stilte heersen om elke deelnemer te beschermen." In zijn inleiding op het in kleine oplage in druk verschenen dagboek schrijft Leo Wiegman dat die stilte veel zegt en staat voor karakter, eer en vertrouwen.

Georg en Edith Fröhlich keerden na de oorlog terug naar Duitsland. Georg hielp bij de wederopbouw van het rechtssysteem en was van 1951 tot 1956 rechter in het Bundesverfassungsgericht. Jan Elders was tot 1970 in Noord-Holland dijkgraaf en daarna actief in besturen. Jo overleed in 1978, Jan in 1992. De families Fröhlich en Elders bleven tot op vandaag verbonden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden