Verrukkelijk Zeeuws stadje

(Trouw)

Goes, met ruim tweehonderd monumenten, is de lange reis uit de Randstad meer dan waard. Maar ook de omgeving roept.

Hoes is een hanzestad. Nee, kenners van het rijtje Nederlandse hanzesteden, nu niet meteen naar de email grijpen voor een corrigerend berichtje. Hoes is zo’n stad en heeft als bewijs zelfs een hans in het stadswapen staan. Genoeg gedold. Kenners van Franca Treurs bestseller ’Dorsvloer vol confetti’ krijgen het al door. De oma van Katelijne vindt het in het boek maar niks dat haar kleindochter wil gaan studeren in Hoes. In haar Zeeuwse dialect staat dat natuurlijk voor Goes, de belangrijkste plaats van Zuid-Beveland.

Goes is de lange reis uit de Randstad meer dan waard, het is een verrukkelijk stadje. Je kunt het centrum nauwelijks missen want de Grote of Maria Magdalenakerk steekt pontificaal boven Goes uit. Het is een laatgotische kruisbasiliek van het eind van de vijftiende eeuw met hoge schouders rond een klein torentje. Zeker op afstand doet hij erg denken aan de Grote of Sint Bavokerk van Haarlem. Aan de overzijde van het plein staat een tweede Maria Magdalenakerk, die aan de katholieken toebehoort. Ook dit is een kruisbasiliek, maar neogotisch en net honderd jaar oud.

In de schaduw van de Grote Kerk staat het andere grote rijksmonument van Goes: het stadhuis aan hèt plein van Goes, de Grote Markt. Zijn huidige vorm stamt uit het eind van de achttiende eeuw, toen de raadzaal en trouwzaal werden vernieuwd. Toen kreeg het een voorgevel in Lodewijk de Vijftiende-stijl. Maar de vleeshal aan de achterkant van het complex stamt al uit 1410. Aan de rechterkant van het stadhuis staat een belfort, een stedelijke toren. Hier is, zoals in meer wachttorens, ooit de gevangenis van de stad gehuisvest. Via straatjes, die de middeleeuwse ontstaansgeschiedenis van Goes nog weergeven bereikt men de stadshaven. De namen rondom de haven laten de handelsfunctie zien die Goes eeuwen heeft gehad: Korenmarkt, Vismarkt, Vlasmarkt, Beestenmarkt, Bierkade, Turfkade, Houtkade. Tal van huizen zijn in perfecte staat gerestaureerd. Vooral in het oog springt ’t Soepuus. Ooit was het een getijwaterkorenmolen en – de naam zegt het al – later was het een gaarkeuken voor de armen.

Goes is een stadje met ruim tweehonderd monumenten, waar je je tijd nemend doorheen moet wandelen. Maar de omgeving roept. Langs de loodsen, waar eeuwenlang de hout- en zouthandel plaatshad en die nu tot fraaie houten appartementen zijn omgetoverd, gaat het over de dijk naar de Oosterscheldeoevers. De panden die links langs het Goese Meer staan bewijzen dat de Zeeuwse zunigheid gecombineerd met vlijt nog steeds huizen als kastelen bouwt. Net als tal van andere dorpen op Zuid-Beveland – maar ook andere delen van Zeeland en Zuid-Holland – is Kattendijke een kerkringdorp. In het midden staat de kerk, daar in een cirkel omheen is het kerkhof en in een buitenste cirkel is bebouwing van huizen en winkels. Het kerkje in Kattendijke is van 1404.

Van hier wacht een stevige tocht tegen de (noord)westenwind in naar Wolphaartsdijk. Maar het uitzicht en het weidse landschap maken alles goed. Rechts ligt de Oosterschelde in de zon te blinken. In de verte glijdt een binnenschip en onder aan de dijk staat een amateurvisser krabben en kreeften te oogsten. En heel in de verte voor ons zijn vaag de witte contouren zichtbaar van de Zeelandbrug. Wat is Zeeland hier mooi!

Even ten noorden van de stad Goes ligt een van de jongste dorpen in de regio, Wilhelminadorp. Het heeft zijn bestaan te danken aan de inpoldering van het schorrengebied aan de noordkant van Goes. Nadat de landbouw was begonnen kwam ook Wilhelminadorp op de kaart. Jaren was het het centrum van de meekrapcultuur. Uit de wortels van de meekrap werd een rode verfstof voor textiel gewonnen. Eind negentiende eeuw werd de stof overbodig en ging de meekrapcultuur teloor. Wolphaartsdijk ligt, samen met Oud-Sabbinge in het uiterste noordwesten van de gemeente Goes. Tot twee eeuwen terug was het nog een apart eiland tussen Noord- en Zuid-Beveland, van dat zuiden gescheiden door de Schenge. Nu is er van de Schenge niet meer over dan een brede kreek. Het huidige Wolphaartsdijk heette tot 1960 Oostkerke. Daarna werd het naar het voormalige eiland vernoemd. De trekpleister is de protestantse Nicolauskerk. Het neo-byzantijnse godshuis is helemaal wit gepleisterd en zowel de lengte, de breedte als de hoogte is gelijk. Wie zin heeft kan nog een uitstapje maken naar het westen. Daar ligt Oud-Sabbinge, de oudste woonkern van de regio en lange tijd ook de belangrijkste. Maar toen kwamen in 1572 de watergeuzen langs, verwoestten de kerk en daardoor verloor het dorp Sabbinge zijn middelpuntsfunctie.

Zeeland heeft tal van dorpen met exotische namen en twee ervan liggen in de zuidwestelijke hoek van de gemeente Goes: ’s-Heer Arendskerke en ’s-Heer Hendrikskinderen. Ze danken hun ontstaan aan twee van de heren van Schenge. De ene, ’Arend met de dikke buik’, heeft een kerk gesticht, de ander, Hendrik van Schenge, begon ook een kerk te bouwen. Hij overleed voortijdig, zijn kinderen maakten het werk af.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden