Boekrecensie

Verrot Stockholm

Niklas Natt och Dag

Niklas Natt och Dag komt met bloedstollend, maar slordig afgehecht vervolg op zijn succesvolle debuut ‘1793’: ‘1794’. 

Een jongeman ontwaakt na zijn huwelijksnacht in gedesoriënteerde toestand en vindt zijn bruid dood naast zich, op gruwelijke wijze om het leven gebracht. Hij wordt afgevoerd naar het dolhuis, waar men lobotomie op hem uitvoert. Maar is dat om zijn woedeaanvallen te beteugelen, of om de waarheid te verdonkeremanen? Het is 1794, we bevinden ons in een almaar uitdijende stad vol vuiligheid: “Stockholm verspreidt zich als bederf in besmet vlees.”

Niklas Natt och Dag schreef twee jaar geleden een opzienbarend literair debuut met het grimmige ‘1793’, een historische Scandi-thriller die zich afspeelde in een tumultueuze tijd. Het einde van de achttiende eeuw is voor Zweden de donkere periode waarin de regent Reuterholm het bewind voert over het land, na het overlijden van de geliefde en verlichte vorst Gustav III. Natt och Dag stamt uit een oude adellijke familie wier historie verknoopt is met de Zweedse geschiedenis, en legde zo’n grote autoriteit aan de dag in zijn schrijfstijl dat ‘1793’ veel meer werd dan een razend spannende (en nogal gruwelijke) misdaadroman: het gaf een overweldigend beeld van een stad in verval. De stank, verrotting, koude mist en kwaadaardigheid walmde van de pagina’s. Het boek kreeg in Zweden het predicaat ‘Bellman noir’, als variant op het vaak gebezigde nordic noir voor sombere thrillers uit Scandinavië. Bellman verwees naar de nog immer populaire achttiende-eeuwse liedzanger Carl Michael Bellman, van wie Natt och Dag een groot liefhebber is.

Eerlijk gezegd was ‘1793’ een boek dat geen vervolg behoefde, het verhaal was afgerond, en de hoofdpersoon, inspecteur Cecil Winge, overleed aan tuberculose na een schitterende ontknoping. Toch smaakte het boek naar meer, al was het alleen maar vanwege dat verrukkelijke historische sausje. En ja, ook wel vanwege het weerzien met die andere twee sympathieke hoofdpersonen: de eenarmige tuchtwachter Mickel Cardell en de dappere jonge vrouw Anna Stine Knapp.

Laat hij die knappe boerendochter nou toch uit zijn hoofd zetten

In ‘1794’ maken we eerst kennis met de onfortuinlijke bruidegom. Hij wordt als veertienjarige jongen door zijn vader naar het slaveneiland Sint Bartolémy gestuurd omdat zijn adellijke familie van mening is dat hij de knappe boerendochter met wie hij wil trouwen uit zijn hoofd moet zetten. De misdaden op het eiland komen ruim aan bod, evenals het wat slappe maar goeiige karakter van de jongen die zich geen raad weet met de uitwassen van de slavenhandel. Hij keert na het overlijden van vader terug naar Zweden om alsnog te trouwen met zijn beminde. Wat volgt is hierboven verteld. Omdat de autoriteiten de zaak als afgedaan beschouwen vraagt de moeder van de bruid tuchtwacht Cardell de moord te onderzoeken, want het is voor haar onvoorstelbaar dat die zachtaardige schoonzoon haar dochter vermoord zou hebben. Cardell krijgt hulp uit onverwachte hoek: Emil Winge, de broer van de overleden inspecteur, hij is even scherpzinnig als zijn broer, zij het een stuk minder stabiel en nauwgezet.

De plot van ‘1794’ zit even vol macabere scènes en gruwelen als zijn voorganger, en bezit evenveel sfeer. Herkenbaarheid is belangrijk bij een sequel, dus het valt te billijken dat de zoektocht van Cardell en Winge weer door stampvolle kroegen en luizige bordelen loopt, dat de adel wederom perverser is dan je het kunt bedenken en het straatschorem walgelijker. Het is allemaal uiterst knap en virtuoos beschreven (en prima vertaald), toch voelt ‘1794’ als roman geforceerder aan. 

Door de psychische toestand van Emil Winge bijvoorbeeld, die net iets te duidelijk dient om de lezer een rad voor de ogen te draaien, of de verhaallijn van Anna Stine Knapp, die op een politieke queeste wordt gestuurd die vaag en onafgerond blijft. Wat ook ontbreekt is de ondertoon die ‘1793’ deed uitstijgen boven het niveau van een goed geschreven historische thriller: het verbeten vasthouden van Winge aan rede en menselijkheid, de hoop van de Verlichting in een verrotte wereld. In ‘1794’ komt de schrijver niet verder dan de mededeling dat het met die Verlichting niet veel geworden is. “Kijk naar Parijs. Overal beulen. Waar zijn de encyclopedisten nu?”

Het even spannende als slordig afgehechte slot wijst in de richting van een derde deel, dat trouwens al door de schrijver is aangekondigd. Dat riekt naar het uitmelken van een succesformule, maar ergens is het wel passend: 1795 is het sterfjaar van Carl Michael Bellman, tevens het jaar waarin het regime van Reuterholm langzaamaan ten einde komt. Een goed jaar dus om ook een punt te zetten achter de Bellman noir. 

Niklas Natt och Dag
1794
Vert. Lammie Oostenbrink.
Prometheus; 444 blz. € 24,99

Lees ook:

‘1793' is in alle opzichten een meeslepend boek

Succesvolle Zweedse horror imponeert met dwingend historisch decor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden