Verrommeling niet aanpakken uit Den Haag

De tijd dat ’Den Haag’ het land inrichtte is voorbij. De kwaliteit van nieuwbouw hangt meer af van lokale samenwerking dan van centrale sturing.

Rijksbouwmeester Mels Crouwel bepleit een sterkere regie door het Rijk om de ’verrommeling’ van ons land aan te pakken (Trouw, 5 februari). Dat klinkt ferm, maar het is geen oplossing, eerder een vlucht terug en een Pavlov reactie. Met de Nota Ruimte is terecht afscheid genomen van de pretentie van centrale sturing. Pretentie, want op de planning van de Vinexwijken na bestond die sturing alleen maar uit woorden, nota’s en ’overleggen’ zoals uit onderzoek van professor Van de Cammen en ondergetekende is gebleken. Gelukkig laat het nieuwe regeerakkoord de basisfilosofie van de Nota Ruimte in stand.

Niet dat de rol van het Rijk niet van belang is. Terecht hebben Pieter Winsemius en Riek Bakker in Trouw gepleit voor duidelijkheid voor wat het Rijk nu echt wil. Het Rijk moet herkenbare projecten aanwijzen met bijbehorende budgetten en uitvoeringsprogramma’s. En er komt meer geld voor water en de kust (150 miljoen), natuur (150 miljoen) en infrastructuur, openbaar vervoer en regionaal beleid (circa 250 miljoen). Ten opzichte van de beschikbare 400 miljoen voor de achterstandswijken is dit echter een magere oogst. Dit is niet voldoende om de verrommeling van ons land aan te pakken. Hier is juist een aanpak met bijbehorende financiering op regionale en locale schaal voor nodig.

Goed opdrachtgeverschap van het Rijk leidt bij Crouwel tot meer ouderwetse centralisatie en tot meer ontstellende bureaucratisering van het ontwikkelingsproces. Zo pleit hij voor een totaalvisie van het Rijk. Ook stelt hij dat de opdrachten bij aanbesteding vooraf veel grondiger moeten worden geformuleerd, dat er een einddoel wordt beschreven en er voor ieder gebouw een ambitiedocument komt. Met een visie hoe de overheid het gebouw in relatie tot het landschap ziet. Die de markt dan vervolgens, via de weg van een aanbesteding ’mag betalen’.

Een aanbesteding volgens de manier van Crouwel is niets anders dan vakken vullen door marktpartijen. Bij deze lijn zal goedkoop duurkoop blijken te zijn en is Nederland zeker niet mooier. De meerwaarde van een aanbestedingsprocedure is er in gelegen dat een beroep wordt gedaan op de creativiteit van de markt om een afgebakende probleemstelling van een kwalitatief hoogwaardige en haalbare oplossing te voorzien.

’Wereldberoemde’ projecten als Sijtwende bij Leidschendam, het Ceramiqueterrein in Maastricht en de Kop van Zuid in Rotterdam zijn niet tot stand gekomen door strenge aanbestedingsprocedures, maar door creativiteit en vroegtijdige samenwerking van overheid en markt.

De ’toekomstige schoonheid’ van ons land hangt meer af van een vruchtbare samenwerking tussen overheid, maatschappelijke organisaties en private partijen op regionaal en lokaal niveau. Crouwel stelt: ,,in de bouw draait het alleen nog maar om tijd en geld en niet om schoonheid’’. Maar klopt dit wel? Natuurlijk draait het in de bouw en gebiedsontwikkeling om rendement. Zonder rendement immers geen bedrijfscontinuïteit. Maar bij gebiedsontwikkeling gaat het ook om het inspelen op vragen uit de markt en steeds meer om professioneel opdrachtgeverschap. Een vraag niet gericht op woningen, kantoren of bedrijfspanden maar juist op aantrekkelijke woon- en werkgebieden en de vraag van de uiteindelijke gebruikers.

Natuurlijk is het van belang dat een gemeente oog heeft en belang hecht aan kwaliteit en duurzaamheid, maar belangrijker is het dat er reële ambities worden geformuleerd. En bij het voorliggende Rijksbeleid betekent dit voor veel gemeenten: passend bij de gemeentelijke financiële kas en de mogelijk te generen private middelen. Om met deze werkwijze succes te hebben is het van belang dat overheid en markt op één lijn zitten over de gemeenschappelijke probleemstelling.

Een recent voorbeeld dat de mogelijkheden van zo’n werkwijze illustreert is het Groene Hart initiatief van de Neprom (de club van grote Nederlandse gebiedsontwikkelaars). Dit initiatief laat zien dat het mogelijk is om doormiddel van het combineren van functies het tekort op de investering met meer dan 300 miljoen euro kan worden aangevuld. Dat geld wordt opgebracht via de grondexploitatie. Bijvoorbeeld door de realisatie van kleinschalige woongebieden te combineren met investeringen in landschapsontwikkeling. Een aanpak die de steun heeft van de Zuid-Hollandse Milieufederatie.

Voor de toekomstige schoonheid van ons land, zijn het dit type projecten de testcase voor het serieus nemen van gebiedsontwikkeling, als werkwijze waarbij de overheid samenwerkt met marktpartijen en maatschappelijke organisaties aan de ontwikkeling van veelal complexe en multifunctionele opgaven. Voor de ruimtelijke ordening ligt ’De eeuw van de overheid’ definitief achter ons. De toekomst van een mooier Nederland ligt in de handen van de lagere overheden in samenwerking met de markt. En niet in een bureaucratenfeest met ’alomvattende visies’ en beleidsdocumenten.

De eerdere artikelen zijn te lezen op www.trouw.nl/discussie

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden