VERREKIJKER VOOR DE PRIJS VAN EEN TWEEDEHANDS-AUTO

Carl Zeiss heeft met het op de markt brengen van een twintig maal vergrotende kijker geen echte onrust binnen de verrekijkerbranche veroorzaakt, daarvoor is de positie van de Duitse optiekreus te onaantastbaar. Wel is er onrust bij de ware liefhebber, die per ongeluk een keer door het apparaat mag kijken. Want ondanks een aantal kinderziektes - te verwachten bij een geheel nieuw systeem van lenzenophanging - is de 20x60 S een niet te versmaden hebbedingetje. Probleem: de kijker is net zo duur als een redelijke tweedehands auto: 9550 gulden. Inclusief BTW, dat wel.

Het groeiend aantal automobilisten en het aantal mensen dat zich om de natuur bekommert gaan aardig gelijk op. Het lijkt wel of zij die zich door de week in het blik hijsen, hun schuldgevoelens afkopen door lid te worden van allerlei verenigingen die zich beijveren voor het behoud van de natuur. Vogelbescherming heeft bij voorbeeld ongeveer 75 000 leden, Natuurmonumenten - geholpen door uitgebreide propaganda op tv - zelfs bijna 622 000.

En al zal niet ieder lid even actief zijn, of zelfs ooit maar een voet in een natuurgebied zetten, het aantal lieden dat de daad bij het woord voegt en met een nieuw-gekochte verrekijker het veld ingaat groeit ook gestaag.

Vrijwel alle in Nederland gebruikte kijkers bevinden zich in de ruime prijsmarge van 125 tot ongeveer 2800 gulden. In de goedkope regionen vinden we kijkers van allerlei, vaak volstrekt onbekende merken. Deze zijn uitsluitend voor eenvoudig gebruik geschikt. Optisch en mechanisch stellen ze nooit wat voor. Erdoorheen kijkend maakt het gebruikte, meestal slechte lenzenmateriaal van de natuur weliswaar een bonte kleurenpracht (zelfs bij grauw weer), echt dubieus wordt het natuurlijk als net aangeschafte kijkers al direct scheel zien. Twee vogels voor de prijs van een, maar hoofdpijn op de koop toe.

De financiele middenklasse loopt van ongeveer 300 tot 1200 gulden. Je vindt er merken als Nikon, Swift, Optolyth, Opticron, en Swarovski. Stuk voor stuk zijn deze kijkers beter dan de allergoedkoopste.

De upper ten echter wordt sinds jaar en dag gevormd door Carl Zeiss en Leitz (dat zich sinds enige tijd weer als het nog vertrouwder klinkende Leica presenteert). Sinds een paar jaar springt Bausch & Lomb daar met een paar modellen als een klein keffertje omheen, maar de firma lijkt althans in ons land niet echt door te breken. Vrijwel alle types van deze merken vallen in de prijsklasse van meer dan 2000 gulden.

De meest gekochte kijkers hebben een vergroting van zeven a tien maal, waarbij de acht-malige vergroting voor beginners het beste lijkt. Met deze vergrotingen valt prima uit de hand te werken. Wil je de zaken groter bekijken dan koop je over het algemeen een telescoop. Die onderscheiden zich van verrekijkers doordat je er met een oog doorheen kijkt in plaats van met twee, en doordat het apparaat veel meer vergroot: 20 tot 60 maal. Dat vergrotingsbereik wordt vaak bereikt door slechts een zoomlens. Als je die gebruikt blijkt een vergroting van 30 a 40 maal overigens het beste een goede vergroting aan een scherp beeld te koppelen. Grotere vergrotingen zijn in de praktijk vrijwel zinloos, doordat de gebruikte lenzen zelden nog een acceptabel beeld opleveren.

Net als bij verrekijkers kun je telescopen in allerlei prijsklassen krijgen. In Nederland zijn populaire merken Bausch & Lomb, Bushnell, Optolyth, en vooral Kowa. Voor een bedrag tussen de 1000 en 2500 gulden zijn prima telescopen te koop. Bovendien is er altijd de mogelijkheid om voor een paar honderd gulden een extra oculair aan te schaffen, zodat je wat meer speelruimte met de vergroting hebt.

Al deze telescopen, maar ook alle verrekijkers met een vergroting van meer dan tien maal, zijn eigenlijk alleen vanaf statief te gebruiken. Steeds meer vogelaars zie je dan ook met zo'n driedelige combinatie rondlopen: 'gewone' verrekijker, telescoop, en statief. Een beginner die het hoog in zijn bol heeft moet dus rekening houden met een investering van zo'n 5000 gulden.

Tot nu toe. Want Zeiss kwam onlangs met de 20x60 S op de markt. Een kijker die twintig maal vergroot, een objectiefdoorsnede heeft van 60 millimeter (het tweede getal). Het bijzondere van deze kijker is dat hij een mechanisch stabilisatiesysteem heeft (dat verklaart de S), waardoor om een al te trillend beeld te voorkomen het gebruik van een statief niet langer nodig is. Door een knop op het kijkerhuis in te drukken gaat het lenzensysteem zweven, en corrigeert het de trillingen van de hand door steeds in tegengestelde richting te gaan bewegen. Laat je de stabilisatieknop los dan verankert het lenzensysteem zich in de kijker en gedraagt hij zich 'normaal', dat wil zeggen dat je veel moeite hebt om zonder ondersteuning een rustig beeld te krijgen.

Een praktijktest onder optisch wat mindere omstandigheden (midden op de dag op de Oostvaardersdijk, met fel en voornamelijk tegenlicht) leerde dat de kijker optisch bijzonder goed is. Vanaf een minimum-afstand van 14 meter geeft hij een kraakhelder beeld, met perfecte kleurweergave. Het vereist wel enige oefening om met de kleine beeldhoek van de kijker om te gaan, bijvoorbeeld bij het in beeld vangen van een vliegende vogel. Als dat gelukt is en je drukt de stabilisatieknop in, verdwijnt de trilling inderdaad, om over te gaan in een soort zweefvlucht.

Zolang de vogel niet al te dichtbij vliegt, en geen al te abrupte zwenkingen uitvoert verschaft de kijker een beeldrust, die te vergelijken is met die van een kijker met een kleinere vergroting. Vliegt de vogel dichterbij en zwenkt hij veel, dan krijg je te maken met een beeld dat je steeds 'achtervolgt': als je de kijker plotseling stilhoudt, komt het beeld er nog eens met een vertraging achteraan, alsof je een volle emmer water al hebt verplaatst en er toch nog een scheut over de rand heenvliegt. Dat veroorzaakt een ietwat licht, aangeschoten gevoel. De neiging bestaat dan om de knop maar los te laten en het even op de ouderwetse manier te doen. Volgende versies van de kijker zouden een iets zwaardere demping moeten hebben. En ook zou de knop op een iets handiger plaats kunnen zitten. Het kost nu aardig wat kracht om hem in te drukken. Beter zou hij misschien aan de onderzijde van de kijker aangebracht kunnen worden, zodat hij met de duim te bedienen is. Het stabilisatiesyteem valt niet ingeschakeld te houden zonder de knop in te drukken. De fabrikant heeft bewust afgezien van een soort aan-uit-schakelaar. Als je het systeem vergeet uit te schakelen zouden al te schokkende bewegingen het mechaniek kunnen aantasten, bijvoorbeeld bij vervoer op een autobank.

De 20x60 S is met zijn 1660 gram en zijn forse omvang bepaald geen juffertjes-kijkertje, en zelfs menig stevig vogelaar zal hem toch het liefst op een statief monteren, bijvoorbeeld bij het vanaf een vast punt observeren van zeevogels. Maar voor de echte - bemiddelde - liefhebber moet het een genot zijn om zonder statief eens letterlijk met een sterk vergrotende kijker op stap te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden