Verrassende kijk op 1900 in Guggenheim New York

Honderd jaar geleden wisten de mensen niet anders dan dat ze aan het begin stonden van een technische revolutie die haar weerga niet zou kennen. Stalen torens rezen als skeletten uit de pan, de werkelijkheid bleek opeens op film te kunnen worden vastgelegd en mede als gevolg daarvan beroofden nieuwe wilde kleuren en vage contouren de altijd zo hoogverheven schilderkunst van zijn onaantastbaar geachte status.

In 1900 stonden de mensen, en dat voelden ze ook, aan het begin van een nieuw tijdperk, dynamischer en vrijer dan ooit. Er was dan ook niet langer meer sprake van een duidelijk overheersende stijl. De wetten van de academie verloren het van de neiging tot het experiment. Het classicisme raakte uit, de romantiek ebde nog na, het realisme en naturalisme waren niet meer revolutionair en het impressionisme was net geaccepteerd maar werd alweer ingehaald door nieuwe impulsen van symbolistische en expressionistische aard.

Wat in elk geval duidelijk werd was het ontbreken van een specifieke belangrijke hoofdstroming. Nu compositie, vorm en kleur niet meer automatisch gekoppeld waren aan de wetten van de geregistreerde werkelijkheid (daar had je inmiddels de fotografie voor gekregen) konden schilders nieuwe werelden, ik zou bijna zeggen virtuele werelden, ontdekken. Maar het is nu achteraf, honderd jaar later, wel heel makkelijk praten.

Wij kijken naar 1900 in de wetenschap dat de grootste revolutie in de kunst, de overwinning van de abstractie, zich nog maar nauwelijks aangekondigd had. Cézanne liet al iets zien in zijn 'hoekige' landschappen, bij Monet was de vorm bijna vanzelf opgelost in water of lucht en Munch gedroeg zich ook al nadrukkelijk als een nieuwe wilde. Maar verder? Verder viel het nogal mee met de revolutie als je weet wat Picasso, Mondriaan, Dada, Warhol, Barnett Newman, Beuys, Haring en Kirkeby ons nog gebracht hebben.

Die gedachte, en dat hoor je ook om je heen fluisteren als je er loopt, is nu precies wat de tentoonstelling '1900 Art at the crossroads' in het New Yorkse Guggenheim Museum aan Fifth Avenue zo spannend maakt.

Uitgangspunt van de tentoonstelling waarbij 250 werken uit 26 landen werelwijd getoond worden, is het idee dat de beeldende kunst van 1900 meer te bieden had dan een verzameling van inmiddels gevestigde namen als Bonnard, Breitner, Cézanne, Gauguin, Matisse, Monet en Renoir, aangevuld met figuren als Klimt, Munch en de Belg Ensor.

Nee, wat zo aardig is, is dat er zoveel verschillends was. Veel kitsch, dat zeker. Er hangen draken van inmiddels 'vergeten' schilders als Albert Edelfelt ('Christus en Maria Magdalena') en Luciano Freire ('Country perfume'). Maar ook een later pas hergewaardeerde schilder als Sir Lawrence Alma Tadema en vroege, nog niet superopvallende werken van grootheden als Picasso ('Moulin de la Galette') en Mondriaan ('Knotwilgen langs het Gein'), die hun grote vernieuwende bijdragen nog moesten maken en bedenken.

Verder is het mooi om te zien dat er een duidelijke invloed was van het impressionisme en aanverwante stromingen op destijds minder toonaangevende landen. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld leken Winslow Homer en Thomas Eakins in 1900 nog gewoon ordinaire navolgers van de schilders Renoir en Pisarro, maar later werden zij op hun eigen typisch Amerikaanse kenmerken beoordeeld. Of in Japan, waar behalve prenten ook in 1900 reeds industriële, Breitner-achtige schilderijen gemaakt werden.

Takeshiro Kanokogi, bijvoorbeeld, maakte in 1898 al een opmerkelijk schilderij waar traditie (in de vorm van een vrouw in kimono) en vooruitgang (de vrouw kijkt naar een spoorwegemplacement en rokende schoorstenen aan de horizon) samenvallen. Zo valt dus kaleidoscopisch veel te genieten in het New Yorkse Guggenheim, waar de toeschouwer gedwongen wordt langs de witte galerij omhoog te cirkelen via naakten en baders, via zelfportretten en stillevens, via landschappen, het sociale leven, de stad en via het platteland naar een reeks portretten en religieuze voorstellingen. Die thematische indeling werkt goed; wat dat betreft mag de tentoonstelling zeer geslaagd genoemd worden.

Eén ding viel echter op. De omhoogkringelende inrichting van het museum zorgt ervoor dat noch de vloeren noch de wanden recht lopen. Meestal is dat geen probleem, tenzij de schilderijen hoger dan één en breder dan anderhalve meter worden. Dan gaat het Pisa-effect storen, zoals in het geval van 'Nymfen in het duister' van de Spaanse schilder Joan Brull I Vinyoles. Dat werk (2,5 bij 3,5 meter) hangt zo zichtbaar scheef dat de maker er hoofdpijn van gehad moeten hebben; hoe lossen we dit op? Niet dus. Het zegt iets over de beperkingen van een modern museum, niets over een tentoonstelling waar je je vingers bij aflikt en je uren in staat wordt gesteld te reflecteren en te vergelijken.

T/m 10 september in het Solomon Guggenheim Museum, 1071 Fifth Avenue (ter hoogte van 89th Street) in New York, zo t/m wo

9-18 uur, vr en za 9-20 uur, do gesloten. Cat. 45 dollar (ca. 102,90 gulden).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden