Verpletterende nuchterheid

Voor zover Wim Kok de Partij van de Arbeid wat verweesd achterlaat, slaat dat op de teloorgang van het vermogen de politieke tegenstellingen scherp en dramatisch in beeld te brengen en het debat te mobiliseren. De nuchter heid van Kok is bijna letterlijk verpletterend geweest. Nog even achterom kijken, en dan vooruit.

Er is in de afgelopen kwart eeuw Nederlandse politiek geen beeld zo hardnekkig blijven hangen als dat van de socialisten als 'potverteerders'. Het was afkomstig van de liberale leider Hans Wiegel, die in de jaren zeventig met deze boutade poogde kracht bij te zetten aan zijn verkiezingsinzet 'Hou Den Uyl uit het Catshuis'.

Dat lukte hem weliswaar niet, maar de PvdA heeft er altijd grote hinder van ondervonden, eigenlijk tot op de dag van vandaag. VVD-leider Dijkstal maakt niet voor niets de Zalm-norm tot inzet van de komende Kamerverkiezingen. De norm is synoniem geworden voor financiële soliditeit en strengheid en de liberalen doen vanzelfsprekend hun best zich dat imago toe te eigenen.

Het gunstige effect daarvan is dat de politieke tegenstander die op de norm afdingt, al snel de verdenking over zich afroept het met de centen minder nauw te nemen. Dat geeft de Nederlander, zoals Wiegel destijds met zijn grote kennis van onze volksziel onderkende, een onbehaaglijk gevoel. Beoogd PvdA-lijsttrekker Melkert kan zich dus gewaarschuwd weten. Voor hij het weet moet hij straks opnieuw tegen het beeld strijden van de socialisten als politici met een gat in hun hand. De feiten wijzen anders uit, maar in de politiek telt de optiek nu eenmaal zwaar.

In dat licht was het dus niet zo vreemd dat PvdA-leider Wim Kok in 1989, toen zijn partij de kans kreeg weer mee te regeren, zich allereerst tot taak stelde met het beeld van potverteerders af te rekenen. Het behoort tot de grote successen van Kok dat onder zijn twaalfjarig bewind de overheidsfinanciën op orde zijn gebracht. Het grote tekort, opgebouwd onder de kabinetten-Den Uyl en Van Agt/Wiegel, is omgebogen in een overschot en aan het begrotingsfront heerst rust. Deze operaties maakten deel uit van de grotere opgave de kostbare verzorgingsstaat naar betaalbaar niveau terug te voeren' Toch heeft Kok met het volbrengen van deze missie geen bonussen verdiend als partijleider. Eerder heeft het bijgedragen aan de kritiek in eigen gelederen dat hij vlak en te weinig bevlogen is.

Dit onbehagen sluit aan bij de bredere kritiek dat de sociaal-democratie de afgelopen decennia uitverkoop van haar idealen heeft gehouden. Voor de echte oude arbeidersideologie moet je bij Jan Marijnissen van de SP zijn. De PvdA heet van kleur verschoten en flets geworden. Kok heeft dit beeld zelf nog versterkt door in 1995 te verklaren dat het afschudden van idelogische veren een bevrijdende ervaring kan zijn.

De wrijving tussen Kok en zijn partij, die er vrijwel steeds is geweest sinds de PvdA weer regeermacht droeg, is voor een groot deel terug te voeren op de combinatie van het partijleiderschap met het ministerschap. Zoiets kan eigenlijk alleen maar in een tweepartijen-stelsel, zoals het Britse. In ons coalitieland is het geen partij gegeven haar program volledig uit te voeren. Er moeten telkens compromissen worden gesloten.

Ons systeem dwingt dus als vanzelf tot een dualistische verhouding tussen de Kamerfracties en het kabinet, maar de PvdA houdt hardnekkig vast haar monistische traditie en cultuur. Zij beschouwt ministers nog altijd als vooruitgeschoven posten van de partij, niet als dienaren van het land. Deze visie kan alleen maar tot frustratie leiden, zodra een minister en zeker een premier zich vooral dienstbaar maakt aan alle Nederlanders, zoals Kok heeft gedaan en van een premier mag worden verwacht.

Den Uyl gedroeg zich tijdens zijn premierschap meer als partijman, maar hij hield het dan ook niet zo lang vol als Kok en hij regeerde in een permanente sfeer van wantrouwen. Dat ging zo ver dat toen KVP-fractieleider Andriessen hem bij de eerste verjaardag van zijn kabinet een bos bloemen liet bezorgen, Den Uyl daar van alles en nog wat achter zocht. Hij was niet in staat het gebaar te waarderen voor wat het was. Kok heeft als premier juist veel geïnvesteerd om in de coalitie een sfeer van vertrouwen te kweken. Geen verrassingen, geen solo-acties, geen voldongen feiten.

Het pettenprobleem heeft Kok en de PvdA ten tijde van het kabinet-Lubbers III op een geheel andere wijze parten gespeeld dan later onder de paarse kabinetten. In de eerste periode was het voor Kok als partijleider zaak de partij tot een aantal grote omslagen te brengen. De PvdA had bijna twaalf jaar gefrustreerd op de oppositiebanken gezeten. Vandaag lijkt de aanwezigheid van de sociaal-democraten in de regeermacht bijna vanzelfsprekend, net zoals het bestuurlijk realisme dat zij tentoonspreiden.

Maar zo vanzelf is dat niet gegaan. Dat geeft al aan wat voor een heidens karwei Kok heeft verricht. Toen hij begon, was de partij een in zichzelf gekeerde club, gefrusteerd over het ont stolen tweede kabinet-Den Uyl en verontwaardigd over de saneringspolitiek van Lubbers. In die omstandigheden was het een voordeel dat de partijleider in het kabinet de post van financiën bezette. Dat bood de mogelijkheid de partij de les van de harde regeerpraktijk te leren en het voorkwam, toen het echt moeilijk werd, een ruimte om te ontsnappen, op straffe van een crisis en het offeren van de leider. Voor die optie deinsde de partij terug, zoals in de WAO-crisis in 1991 bleek. De uitkomst van de crisis versterkte Koks leiderschap, maar maakte hem zeker niet populair.

Volgens Machiavelli behoort de ware staatsman te beschikken over de virtuositeit in zijn streven naar macht gebruik te maken van de tijd en de omstandigheden, dus ook van tegenslagen. Kok heeft de tegenslag van de WAO-crisis ten nutte gemaakt, in de zin dat hij de ogen van de partij opende voor de noodzaak de verzorgingsstaat op maat te brengen en voor het belang een brug te slaan tussen de traditionele aanhang en de middengroepen.

Het wekt nu nauwelijks nog verbazing dat de PvdA op de bres staat voor de bescherming van de eigen-woningbezitter, maar destijds stond dat gelijk met ketterij. PvdA-senator Thijs Wöltgens bracht het belang van een vaste voet in de middenklassen vier jaar terug in een gesprek met deze krant kernachtig onder woorden: 'De middengroepen hechten aan sociale zekerheid, maar tegelijk willen ze niet dat de economie naar de verdommenis gaat of speelbal wordt van linkse dogmatici'. Daaraan vooraf ging het besef dat bij de groeiende welvaart het loslaten van de middenklasse op termijn het einde van de partij zou betekenen.

De liberale leider Wiegel had dat veel eerder door. Terwijl de PvdA in de jaren zeventig onder Den Uyl droomde van een nieuwe klassenstrijd, verbreedde hij al de basis van de VVD, een partij van notabelen, door op te komen voor het belang van de middengroepen.

Kok heeft in 1994 het geluk gehad dat de PvdA ondanks twaalf zetels verlies de grootste bleef. Hierdoor behield zij het initiatief en was zij in staat de vacan te spilfunctie van de christen-democraten over te nemen. Ook in die fase toonde Kok over de vereiste virtu en prudenza te beschikken door op het cruciale moment zijn nek uit te steken en in de vervolgfase koelbloedig de overvragende CDA-leider Brinkman af te schudden en de steven te wenden naar een ongekende coalitie met de VVD.

De vraag of de PvdA na vijftien jaar Kok de sociaal-democratische idealen is kwijtgeraakt, laat zich niet gemakkelijk beantwoorden. De tijden zijn veranderd en een politicus die daarop geen acht slaat, zal snel met lege handen staan. De sociaal-democratische leiders van dit moment hebben hun koers wel aangeduid met de vage term 'Derde weg'. Voor zover daar inhoud aan is gegeven, valt de gelijkenis op met de koers die de christen-democratie met succes volgde in de vorige eeuw. Kok zal zich gelukkig prijzen dat hij op concrete resultaten kan wijzen: gezonde overheidsfinanciën, een gezonde economie, ruim één miljoen nieuwe banen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Vooral met de groei van de banen kan een partij die zich Partij van de Arbeid noemt voor de dag komen. Voor zover Kok de partij toch wat verweesd achterlaat, slaat dat op de teloorgang van het vermogen de politieke tegenstellingen scherp en dramatisch in beeld te brengen en het debat te mobiliseren. De nuchterheid van Kok, die van de potverteerders van weleer zuinige realisten heeft gemaakt, is in dit perspectief bijna letterlijk verpletterend geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden