Verpletterend virtuoze ’Rusalka’ in Brussel

Zelden was in de Munt in Brussel zo¿n spectaculaire productie te zien. (FOTO FORSTER) Beeld
Zelden was in de Munt in Brussel zo¿n spectaculaire productie te zien. (FOTO FORSTER)

De Noorse regisseur Stefan Herheim verblufte deze zomer in Bayreuth met een ’Parsifal’ waarvoor de verstokte Wagner-fans op de stoelen stonden. Vrijdag debuteerde Herheim in de Brusselse Munt met een eigenaardige, unheimische en spectaculaire productie van Dvoráks ’Rusalka’ (1900). De Brusselaars waren er verrukt over.

Zelden was er in de Munt een zo technisch ingewikkelde enscenering te zien, inclusief waterzuilen en openklappende decordelen als in een ingenieus pop-up boek. Het sprookje over de waternimf die mens wil worden om een ziel te krijgen en liefde te ervaren (uiteraard mislukt dat dramatisch) is hier verplaatst naar een stadsplein waar een Dennis Hopper-achtige bar/ijssalon, een metro-ingang, een kerk een sexshop en veel spiegels de blik vangen. Hoog uit de nok bungelen lange slierten gebladerte, die direct associaties oproepen met griezelig, nat en naar zeewier. Het is een imposant decor.

De voorstelling begint met ruim vijf minuten durend stil spel van drukke stedelingen die in die stadse ruimte dekking zoeken tegen een kletterende (geprojecteerde) regen. Hier is veel water, maar we zijn niet onder water; het is nat, maar hier zijn levende mensen. Het is een ijzersterke opening, ongemakkelijk. Als dan de muziek begint en de Watergeest opduikt, bevindt die zich eventjes in een ’echte’ regenbui; geestig én dreigend. Ook Dvorák trapt dan voortvarend af met drie Wagneriaanse Rijndochters, waar hij sluw een Slavische dans onder zet. De toon is gezet en Herheim, maar ook dirigent Adam Fischer, laten niet meer los en nemen de toeschouwers mee in een zuigende draaikolk van beelden en muziek.

Rusalka is in deze stad een hoertje, als een meermin gekleed in een zilverkleurige pakje en laarzen, die hunkert naar echte liefde, de maan aanroept en niet meer in het donker wil leven. De draai die Herheim aan het sprookje geeft is direct duidelijk en met prachtige bedachte spiegelingen en dubbelingen van personages en symbolen werkt hij naar het ’verlossende’ einde toe. De Watergeest is hier de hoofdpersoon: burgerlijke sukkel, hoerenloper, minnaar en moordenaar. In wezen gaat Herheims ’Rusalka’ over ’Rusalka-de-opera’, zoals zijn ’Parsifal’ over ’Parsifal’ ging. Het is eerder gedaan, maar zelden op een zo verpletterende en virtuoze manier als hier. Vooral het tweede bedrijf met de zaallichten aan, personages tussen de toeschouwers, Prins en Prinses in de loge, en confetti vanuit het dak is een wonder van theatermaken.

Fischer en het orkest doen alle recht aan Dvoráks prachtige partituur. Door een hoge opzetrand voor op het toneel kaatst de muziek heel direct de zaal. Het kost sommige zangers daardoor soms moeite om zich hoorbaar te maken, maar de cast is indrukwekkend. Olga Guryakova, die als maangodin uit de nok van het theater neerdaalt, heeft alles in huis voor de titelrol. Willard White zong in 1976 al de Watergeest in Amsterdam en imponeert 30 jaar later nog steeds. Doris Soffel is een ijzersterke en ijzingwekkende Jezibaba. Burkhard Fritz (Prins) en Stephanie Friede (Prinses) blijven bij deze vocale prestaties wat achter, maar ook zij dragen uiteindelijk bij aan het immense succes van deze voorstelling.

Symfonieorkest en koor van De Munt, solisten olv Adam Fischer met ’Rusalka’ van Dvorák in een regie van Stefan Herheim op 5/12 in Muntschouwburg Brussel. Nog 11 voorstellingen t/m 21/12. www.demunt.be

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden