Verpleeghuizen gaan zorgvuldig om met versterving

Veel dementerenden gaan in de loop van hun ziekte geleidelijk minder eten en drinken, om er uiteindelijk helemaal mee te stoppen. Artsen en familieleden moeten dan een moeilijk besluit nemen: voeding per maagsonde of infuus, of de patiënt laten 'versterven'.

Dat besluit wordt in de Nederlandse verpleeghuizen op zorgvuldige wijze genomen, ontdekte het VU medisch centrum in Amsterdam. Dinsdag nam staatssecretaris Ross (volksgezondheid) het onderzoeksrapport in ontvangst.

,,Ik kan me voorstellen dat verpleeghuizen dit zien als een rehabilitatie'', zegt socioloog en verpleegkundige Roeline Pasman, die later dit jaar op het onderzoek hoopt te promoveren. De sector heeft zich de commotie rond het Groningse verpleeghuis 't Blauwbörgje, in 1997, volgens haar ernstig aangetrokken. Negentien familieleden deden destijds aangifte tegen het verpleeghuis, dat patiënten zou laten uitdrogen. Justitie concludeerde weliswaar dat 't Blauwbörgje normaal medisch had gehandeld; maar ex-minister Borst van volksgezondheid vroeg toch om nader onderzoek naar de praktijk rond versterving.

Pasman en een mede-onderzoekster liepen zelf mee in twee verpleeghuizen. Ze zaten bij besprekingen van artsen en verpleegkundigen en waren aanwezig bij overleg met de familie. Zodoende konden ze zien hoe besluiten rond versterving worden genomen. Vervolgens stuurden ze vragenlijsten naar 39 andere verpleeghuizen. Ze vroegen artsen, verpleegkundigen en familieleden om die in te vullen bij alle patiënten die niet of nauwelijks meer dronken en bij wie was besloten wel of niet kunstmatig voeding en vocht te geven: hoe vaak vond overleg plaats, hoeveel invloed had de familie op de besluitvorming, hoe tevreden waren alle betrokkenen over de gang van zaken? De onderzoekers kregen gegevens over 190 dementerenden terug.

,,Daar komt een heel gunstig beeld uit'', concludeert Pasman. Besluiten over kunstmatige vochttoediening worden niet zomaar genomen. Er wordt gewikt en gewogen, in nauwe samenspraak met de familie. Uitkomst bij 178 patiënten was: geen infuus of sonde. Zestig procent van de patiënten overleed daarna binnen een week. Vijftien procent was na zes weken nog in leven.

,,Sommige mensen begonnen na een tijdje spontaan weer te eten'', verklaart de onderzoekster. Twaalf patiënten kregen wel tijdelijk een maagsonde of een infuus, in een aantal gevallen omdat de familie er nog niet aan toe was afscheid te nemen. En bijna altijd was de familie tevreden over de gang van zaken.

,,Twee derde van de patiënten was niet alleen dement, maar had ook een ernstige acute ziekte, zoals een longontsteking'', licht Pasman toe. ,,Een sonde of een infuus wordt dan toch beschouwd als een manier om het leven kunstmatig te verlengen. De patiënt laten overlijden is de natuurlijke weg, hoe moeilijk dat besluit ook is.''

Of versterving een milde dood is, vindt Pasman moeilijk te zeggen. De onderzoekers hebben artsen scorelijsten laten invullen: kreunt de patiënt, beweegt hij onrustig? Daaruit concludeert Pasman voorzichtig dat patiënten in elk geval niet ernstig lijken te lijden. Vermoedelijk voelen ze zich zelfs iets beter, wat kan komen doordat ze wat suffer worden door het vochttekort.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden