Veroordeeld tot levenslang met behulp van je gedachten

Een agent onderzoekt een moordwapen. Psycholoog en jurist Dave van Toor vindt dat geheugendetectie niet mag worden gebruikt als bewijsmateriaal om iemands schuld aan te tonen. foto reuters Beeld REUTERS

Met moderne technieken voor hersenonderzoek kun je in principe zichtbaar maken of een verdachte daderkennis heeft. Maar je zou dat niet moeten doen, betoogt promovendus Dave van Toor.

Het lijkt een kwestie van tijd tot een officier van justitie of advocaat in een Nederlandse strafzaak roept dat er een geheugendetectietest moet worden afgenomen, denkt promovendus Dave van Toor. In Japan gebeurt dat al. India heeft zulke testen gedaan, en op basis van de uitslag mensen tot levenslang veroordeeld, tot het hooggerechtshof van dat land besloot dat de methode ongrondwettelijk is.

Als het aan Van Toor ligt, zal het in Nederland niet zo ver komen. Van Toor, die psycholoog en jurist is, promoveerde afgelopen donderdag aan de Radboud Universiteit op zijn boek 'Het Schuldige Geheugen'. Daarin betoogt hij dat er geen plaats is voor neurogeheugendetectie in het strafrecht. Andere vormen van hersenonderzoek zijn al gebruikt in Nederlandse rechtszaken, legt hij uit. "Maar daarbij ging het om het bepalen van de straf en niet om de vraag of iemand schuldig was."

Een hersenscan kan bijvoorbeeld aantonen dat een verdachte beschadigingen heeft in de zogeheten ventromediale prefrontale cortex. Dat is het hersengebiedje dat betrokken is bij empathie en schuldgevoelens. Zo'n scan vertelt de rechter iets over de kans op recidive. "Dat soort neurowetenschappelijke inzichten gaan bij de straftoemeting een grotere rol spelen de komende jaren", voorspelt hij.

De geheugendetectie waar zijn proefschrift om draait, is echter van een andere orde en speelt juist een rol bij de bewijsvoering. Het idee erachter is simpel: als u iets ziet of hoort dat u eerder heeft meegemaakt, ervaart u dat anders dan iets nieuws. U heeft er een herinnering aan, en die wordt geactiveerd in uw hersenen. Een onderzoeker kan die activatie zichtbaar maken met bepaalde technieken, bijvoorbeeld een elektro-encefalogram (EEG). Daarbij meten elektroden op het hoofd de hersenactiviteit. In principe kun je daarmee aantonen dat iemand specifieke daderkennis heeft: dat hij of zij iets weet dat alleen de dader van het misdrijf kan weten. De verdachte mag best bij elke vraag zwijgen, of 'nee' zeggen - moet dat zelfs, in sommige onderzoeksprotocollen - de herinneringsuitslag in de EEG duikt toch wel op.

In de praktijk zitten er nogal wat methodologische haken en ogen aan deze aanpak (zie kader). Ook is de betrouwbaarheid nog aan de lage kant: wie schuldig is, maakt zo'n 20 procent kans om niet als zodanig uit de test te komen. Dat is echter niet Van Toors grootste bezwaar: technische tekortkomingen kunnen opgelost worden. "Maar zelfs als zo'n test betrouwbaar en goedkoop is, dan is daarmee niet alles gezegd." Het Nederlandse en het Europese recht kennen het zogeheten nemo tenetur beginsel. De naam komt van het Latijnse Nemo tenetur prodere se ipsum: niemand hoeft bewijs tegen zichzelf aan te leveren.

"Dat principe werkt op twee soorten bewijs door", legt Van Toor uit. "De eerste categorie is bewijs dat los van de wil van de verdachte bestaat. U kunt wel willen dat uw adem geen alcohol bevat, of dat uw DNA-spoor op de moordplaats niet bestaat, maar u heeft daar niets over te zeggen. Dat soort middelen mogen met meer dwang verzameld gebruikt worden. Dat is echter anders bij bewijsmateriaal dat wel door uw wil tot stand komt. De politie mag u niet dwingen een mondelinge verklaring af te leggen, of de locatie van een moord aan te wijzen."

De resultaten van zo'n neurogeheugendetectie vallen wat de jurist betreft in de tweede groep. "Deze technologie openbaart herinneringen; dingen die bij een normaal verhoor afgesloten zouden blijven. Het zwijgrecht wordt zo een holle leus." Daarnaast heeft een verdachte een recht op privacy, al wordt daarop al snel inbreuk toegestaan. En er is een recht op een menswaardige behandeling. "Je mag een verdachte bijvoorbeeld niet vernederen, al is het een beetje vaag wat dat precies betekent. Zoals ik het snap, betekent het dat je gedachten privé zijn, en een aantasting daarvan vernederend is. Je kunt niet zelfstandig besluiten die te openbaren." Ook de benadering van een verdachte als een 'harde schijf' waar je los van diens mening informatie uit kan tappen, is volgens de jurist vernederend.

Maar een verdachte kan toch geen gedachten openbaren die hij of zij niet heeft? Wat heeft een onschuldige te vrezen van een plaatje van het moordwapen?

Van Toor: "Iedereen heeft wel iets dat in een kwaad daglicht kan worden gesteld. Stel dat u in een kinderpornozaak wordt ondervraagd op deze manier, en u kijkt heel veel gewone porno. Als daarnaar gevraagd wordt, komt het uit. Juridisch is kinderporno iets heel anders dan uw verzameling, maar ondertussen staat u er niet fraai op. En daarna kan er van alles met die vondsten gebeuren. In de zaak tegen Lucia de Berk speelde haar obsessie met tarotkaarten een grote rol, terwijl dat geen enkele relevantie had voor het doden van kinderen. Maar het werd wel tegen haar gebruikt."

Dave van Toor, Het schuldige geheugen, Uitgeverij Wolters Kluwer, 589 blz. € 85.

Schuldkennis test

Onderzoekers noemen het de Guilty Knowledge Test, de FBI noemt het de Concealed Information Test, en de Indiërs noemden hun eigen - inmiddels niet meer toegepaste - variant de Brain Electrical Oscillations Signature. 

Leugendetectortest. Beeld ThinkStock

Het idee is hetzelfde: een opgevoerde leugendetector. Behalve lichamelijke reacties zoals hartslag en de elektrische geleiding door de huid, die minder wordt als je een beetje gaat zweten van de zenuwen, maken ze ook een elektro-encefalogram (EEG). Zo'n EEG is een verzameling lijntjes die vormen van hersenactiviteit weergeven. Een van die lijntjes vertoont een duidelijke daling als een proefpersoon iets ziet dat hij al eerder heeft gezien. Als de onderzoekers ervoor zorgen dat dat dingen zijn die alleen de dader van een misdrijf kan hebben gezien, en je vindt meerdere van die dalingen bij elkaar, is dat een sterke aanwijzing dat de persoon in kwestie de dader is.

De onderzoeker laat bijvoorbeeld vijf schilderijen zien, waaronder die ene die bij de dode weduwe aan de muur hing. Of vraagt vijf keer naar het moordwapen: 'Was het een mes? Was het een touw?' Perfect is het allemaal nog niet. Een dader die dat schilderij niet opmerkte, scoort hetzelfde als een onschuldige. En door je gedachten alle kanten op te laten schieten en zoveel mogelijk te bewegen, kun je ruis veroorzaken die de uitslag bemoeilijkt.

Hoe goed de tests in echte rechtszaken werken, is onmogelijk vast te stellen. In het lab wijzen de testen rond de 80 procent van de schuldigen correct aan, en 94 procent van de onschuldigen. Met dat soort betrouwbaarheid hoef je in het forensisch DNA-onderzoek niet aan te komen. Of je de rechter ermee overtuigt, is dus nog maar de vraag, maar je zou als onschuldige zo'n test kunnen afleggen. "Als iemand instemt met het onderzoek, heft dat alle mensenrechtelijke problemen die eraan kleven op. Net zoals je toestemming kunt geven om je huis te laten doorzoeken of je DNA te analyseren", legt onderzoeker Dave van Toor uit. "Maar het blijft belangrijk om te beseffen dat niet-meedoen geen bewijs is van iemands schuld."

Wat Van Toor opviel tijdens zijn onderzoek, was dat de argumentatie bij het vragen om nieuwe bevoegdheden voor politie en justitie vaak 'ver onder de maat' is. "Ik zocht bijvoorbeeld in de parlementaire stukken over de invoering van telefoontaps. Ik hoopte dat daarin zou staan: 'Hieraan en hieraan toetsen we onze methoden, en daarom mogen we van onszelf aftappen.' Ik zou dan diezelfde toets kunnen gebruiken voor neurogeheugendetectie. Maar die toets, die argumentatie, bestond helemaal niet op zo'n gestructureerde manier. Ik hoop dat mijn onderzoekt bijdraagt aan een betere toetsing van opsporingsmethoden. De politie vraagt constant om nieuwe methoden en technologieën, maar de benadering is nu te simpel: als het kan, willen ze die, en als het niet kan, wordt er niet over nagedacht."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden