Verona

Eleonora woonde op kamers in een van die typisch Venetiaanse steegjes, niet ver van de Rialto-brug. De eerste keer dat ik haar zag speelde ze de Goldbergvariaties en ze deed dat virtuoos en voor het oog van tientallen mensen in een artistiekerige salon.

Ik was hiervoor uitgenodigd door de 43-jarige Giorgio, een bevriende schilderijenkopiist van me uit Rome. Hij deelde een appartement met zijn moeder, de enige op deze wereld die zijn onredelijke stemmingen verdroeg.

Hij was vadsig, maar droeg een trendy bril en een modieus pak toen ik hem ontmoette in dat visrestaurant vlakbij station Roma Termini. Zijn prijzige Bardolino-hoofddeksel had hij niet te danken aan de schitterende imitaties van schilders als Munch, Schiele, Modigliani en Chaim Soutine, maar aan zijn betrekking als boekhouder.

Hij vertelde bij die gelegenheid over zijn briljante nicht Eleonora. Giorgio sleepte me mee naar een Venetiaanse salon en daar, vlakbij het eilandgraf van Stravinsky, speelde ze de Goldbergvariaties, die ik toen nog niet kende. Van Bach kende ik alleen de Mattheus-passion, wat vioolconcerten en een paar orgelstukken die een toenmalige vriend mij wel eens voorspeelde in de kerk van een Overijssels rivierdorp.

Dat ik Bach maar zo beperkt kende kwam doordat ik geen opvoeding had gehad waar klassieke muziek een rol in speelde. Mijn vader, legerofficier, draaide wel eens een radetzky-mars en mijn moeder luisterde graag naar Franse chansons, maar dat verdiept je muziekkennis niet erg.

In mijn vriendenkring was het vizier gericht op Lou Reed en David Bowie, dus ik durfde niet goed uit te komen voor mijn groeiende voorliefde voor klassieke muziek. Ik schaamde me er voor. Het was niet stoer om over Prokofiev of Rachmaninow te praten.

Eleonora speelde betoverend. Met een indrukwekkende lenigheid gingen haar vingers over de toetsen en de salonbezoekers waren geroerd. Zo ook ik. Toen ze uitgespeeld was klonk er een lang gepassioneerd applaus en daarna stelde Giorgio mij voor als de grote Nederlandse filosoof en dichter. Een belachelijke kwalificatie, maar Eleonora’s aandacht was gewekt, dus liet ik het maar zo.

Giorgio speelde voor tolk, want Eleonora sprak geen woord over de grens en ik geen Italiaans. We stelden elkaar via Giorgio onmiddelllijk erg directe vragen over onderwerpen die mensen gewoonlijk pas na lange tijd met elkaar bespreken. De vadsige schilderijenkopiist kreeg soms het schaamrood op de kaken. Toen Eleonora later de salon verliet pakte ik een boeket bloemen uit een vaas die op tafel stond en die wierp ik haar theatraal toe.

Giorgio en ik reisden vervolgens naar een neef van hem. Tosca draaide in Verona en daar had hij kaarten voor. De volgende ochtend kwam Giorgio zich echter excuseren. Hij voelde zich niet helemaal lekker, had hoofdpijn en last van buikloop.

Hij had zijn neef gevraagd met mij naar de opera te gaan, maar die moest naar de opening van een tentoonstelling. Hij had daarom een ander voorstel. Hij zou Eleonora bellen. Misschien dat zij mee wilde.

In de namiddag arriveerde ze. Ze klopte op mijn deur, juist toen ik naar het fragment luisterde uit Mahlers Vijfde, dat gebruikt was in Visconti’s Dood in Venetie. Ik zat op het bed in een smetteloos wit overhemd en een cremekleurige wijde broek. Uit ijdelheid had ik mezelf een hoed opgezet. Ik zag eruit als een dandy uit de Jazz Age.

Ze zag er prachtig uit. Droeg een peperdure jurk in een blauw dat je in Italië in de lucht ziet, kort voor de duisternis invalt. Haar halflange krullen had ze in een staart opgebonden, haar stijlvol opgemaakte lichtbruine ogen glinsterden en haar licht bevochtigde lippen waren gestickt in een bescheiden scharlaken.

Ze staarde naar de muziekboxen en zei ‘Belissimo’. Ik knikte en deed mijn wijsvinger voor mijn lippen om aan te geven dat ik liever had dat we niet door de muziek heen zouden praten, wat een belachelijk gebaar was want we zeiden immers niets, omdat we elkaars taal niet verstonden.

Zo zaten we zwijgend te luisteren naar de zwaarmoedige, diep droevige schoonheid van Gustav Mahler. Soms keken we elkaar aan, schuchter, van schuin opzij, de ogen vochtig van ontroering. Even later reed ze me naar Verona. Ze had muziek opstaan van een niet zo bekende moderne componist, en ik zag aan haar gezichtsuitdrukking dat ze verrast was toen ik raadde dat het Sciarrino was. Tijdens de autorit keek ik, opnieuw van schuin opzij, naar haar gezicht. Ik zag Modigliani-contouren in haar profiel en was nogal onder de indruk van haar onpeilbare blik, die waarschijnlijk alleen maar geconcentreerd was vanwege het autorijden.

In de opera-arena kropen we dicht tegen elkaar aan. Ik merkte dat we helemaal geen woorden nodig hadden om onze gevoelens van sympathie te uiten, en ik vond mezelf een veel prettiger mens zo zonder woorden, wat wel gek is voor iemand die aan verbale incontinentie lijdt.

De arena was voor de gelegenheid met fakkels verlicht. Alleen het podium stond in de schijnwerpers van de moderne tijd. En plotseling voelde ik haar arm om mijn schouders. Precies toen de opera begon. En ik zat daar maar kleintjes een grote macho-sigaar te roken, onder de tengere arm van een begenadigde Italiaanse pianiste, terwijl de zachte avondlucht zich teder om onze lichamen gordde. Kleintjes een sigaar te roken in vereniging met de schoonheid van de aarde, luisterend naar een opera uit de hemel. En toen Visi d’Arte kwam, huilde ik voor het eerst sinds mijn kindertijd en ik voelde me belachelijk en tegelijkertijd gelukkiger dan George Sand, toen ze Chopin voor het eerst nocturnes hoorde spelen.

Niemand gelooft natuurlijk dat ik toen ook fysiek kleiner werd. Kleiner en kleiner en kleiner, totdat ik aan het einde van de opera zo klein was dat ik vanzelf uit de tijd viel, een hele poos rondzweefde in een vacuum van klassieke muziekstukken en tenslotte pas weer terugkeerde toen ik besloten had om deze ervaring vast te leggen.

Met woorden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden