Vernieuwing is meer dan het opheffen van een lastige senaat

Elco Brinkman leek er gisteren bijna trots op te zijn. Van de honderden wetsvoorstellen die het tweede kabinet-Rutte inmiddels bij de Eerste Kamer indiende, werden er slechts vier verworpen. Dertig kregen geen steun van zijn eigen CDA. Dus wat zeuren we nu eigenlijk, leek de CDA-senator te zeggen. Er is niets aan de hand, want vrijwel alles wat een kabinet wil, krijgt ook de zegen van de senaat.

Er is niets aan de hand want wetsvoorstellen halen het, tenzij je het wel heel bont maakt. Als dat het criterium is dat bepaalt of er een noodzaak is tot vernieuwing van politieke instituties, dan heeft Brinkman zeker gelijk. Ondanks de minderheid in de Eerste Kamer en ondanks het wegvallen van de steun op voorhand van een aantal oppositiepartijen, loopt het allemaal nog best gesmeerd voor de coalitie.

Dat Brinkman tijdens de Algemene Beschouwingen in de senaat dat criterium leek aan te leggen is niet toevallig. Het was voornamelijk het ongenoegen in de VVD over mogelijke obstructie door een vijandige Eerste Kamer die zijn liberale collega Loek Hermans een jaar geleden bij dezelfde gelegenheid het voorstel deed doen een staatscommissie in het leven te roepen. Die zou moeten nadenken over het parlementaire stelsel.

In de weken voorafgaand aan dat voorstel hadden andere VVD-voorlieden al de toon gezet. Met pleidooien voor een kiesdrempel en met pleidooien om afscheidingen van fracties zoveel mogelijk te ontmoedigen, dan wel om gewoonweg maar de Eerste Kamer af te schaffen.

Een jaar lang is Hermans inmiddels doende die staatscommissie van de grond te krijgen en in dat jaar is hij vooral tegengewerkt. Begin volgende maand staat de instelling van deze commissie op de agenda van de Eerste Kamer. Dan zal blijken dat alle moeite voor niets is geweest en sterft de staatscommissie een zachte dood voor ze goed en wel begonnen is.

Dat het werk vanzelf in de prullenbak terechtkomt, is wel vaker het lot van een staatscommissie. Dat de commissie er nu zelfs niet komt, heeft vooral met de voorgeschiedenis van het voorstel van Hermans te maken. De andere fracties in beide Kamers hebben een jaar lang vriendelijk meegedaan, vooral met het oog de zaak te vertragen.

Vreemd genoeg kwam Hermans gisteren met een aantal zeer goede argumenten, waarom het goed zou zijn om na te denken over de vraag of ons bestel niet hopeloos achter de feiten aanloopt.

Een aantal mensen weet tegenwoordig in een oogwenk het benodigde aantal handtekeningen te verzamelen om een referendum te laten plaatsvinden over een associatieverdrag van de EU en Oekraïne. Een parlementariër kan tegenwoordig met droge ogen beweren dat ze lid is van een nepparlement, omdat de meerderheid van, in haar geval, de Eerste Kamer vluchtelingen wil helpen, terwijl 64 procent van de bevolking in een peiling heeft aangegeven vluchtelingen níet te willen helpen.

Twee uitingen van dezelfde crisis: democratie wordt tegenwoordig gedefinieerd naar de mate waarin jij je zin krijgt.

Hermans formuleerde het gisteren diplomatieker. De instituties zijn volgens hem gebouwd op het achterhaalde idee dat het genoeg is één keer in de vier jaar de mening van de burger te vragen. Had hij dat argument voor de instelling van een staatscommissie maar eerder gebruikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden