Vernachelen en linkeballen

BOEKEN - List en bedrog zijn er tot wet verheven. Weinig is wat het lijkt in de wielrennerij. Twee nieuwe boeken beschrijven de enorme verhalende kracht van het cyclisme.




Wielrennen heeft grotendeels dezelfde structuur als de mythen en andere verhalen uit de Oudheid. Althans, dat beweert de Vlaamse schrijver Herman Chevrolet in 'Het feest van list en bedrog. Een sinistere geschiedenis van de wielersport'. Tot op zekere hoogte heeft hij gelijk. Goden zijn namelijk minder geliefd dan halfgoden. Het wielerverhaal is dan ook gebaat bij helden die iets van hun sterfelijkheid laten zien.

De echte wielersterren spreken nauwelijks tot de verbeelding. Spanjaard Miguel Indurain won vijf keer de Tour de France. Eddy Merckx won alles wat los en vast zat - met zoveel overmacht dat de Belg zelden list en bedrog nodig had. De Franse renner Jacques Anquetil was zijn landgenoot en concurrent Raymond Poulidor meestal de baas. Laatstgenoemde won het weer qua kleurrijke persoonlijkheid en kon daarom bij criteriums het meeste geld vragen. Imponerend, zeker. Tegelijkertijd ook een tikje saai.

Geef het publiek dus maar halfgoden met enige kwetsbaarheid. Juist om die reden spraken de grote klassiekers van de afgelopen weken zo tot de verbeelding. De ogenschijnlijk ongenaakbare Zwitser Fabian Cancellara verspeelde in de Ronde van Vlaanderen op de Muur van Geraardsbergen in een oogwenk een riante voorsprong. Nick Nuyens ging met de overwinning aan de haal. Tijdens Parijs-Roubaix konden de grote kanshebbers het maar niet eens worden over het organiseren van een fatsoenlijke achtervolging. Johan Vansummeren, een van de vroege ontsnappers, zag zijn inspanningen bekroond met een zege.

Ook de morgen te verrijden Amstel Gold Race zal weer goed zijn voor een verhaal. Ook al staat Nederlands enige wielerklassieker lager aangeschreven dan de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Ook al is het koersverloop de laatste jaren nogal eens voorspelbaar met een eindspel dat zich pas begint te ontrollen met de beklimming van de Eyserbosweg.

Buiten boksen lijkt er nauwelijks een sport te vinden die schrijvers zo inspireert als wielrennen. Arthur van den Boogaard heeft het in zijn boek 'Slipstroom', een special van het literaire wielertijdschrift De Muur, over "het monsterverbond tussen geld, sportieve prestaties en taal. Hoe groter de mythe van het lijden, van het winnen en van de teleurstelling, hoe groter de massa die zich daaraan wenste te spiegelen."

Wielrennen leefde en leeft nog steeds van het verhaal. De eerste wielerzesdaagsen in New York eind negentiende eeuw trokken onvoldoende belangstelling. Madison Square Garden bleef voor een belangrijk deel leeg. Totdat een gouden idee van de baanarts het faillissement van de organisatie voorkwam. Hij hield een persconferentie waarop hij uitgebreid vertelde over de uitputting bij de deelnemende renners. Hij sprak over 'mensonterende toestanden'. Terwijl de aanwezige verslaggevers aan het werk gingen, adviseerde hij de organisatie om de toegangsprijzen te verdubbelen. Het werkte. Nadat de kranten hadden bericht over de verschrikkingen in Madison Square Garden stroomden de tribunes vol.

"Elke koers is een roman, een toneelstuk", zegt schrijver en oud-wielrenner Peter Winnen in een gesprek met Van den Boogaard. "Een Griekse tragedie of juist een satirisch stuk; je kunt er van alles in zien. Ook de sport zelf is een constructie; een spel gespeeld door de renners die hun eigen verhaal creëren, maar ook een spel met een geheel eigen dynamiek, dat door niemand wordt gecontroleerd. En daarin schuilt de banaliteit, de soms griezelig harde realiteit." Het gaat er niet flauw aan toe in de wielrennerij. Soms zelfs bikkelhard. Winnen noemt de dood van Fabio Casartelli in een afdaling in de Tour van 1995. "In die zin is wielrennen alleen een verhaal voor wie ernaar kijkt, maar niet voor de deelnemende acteurs."

Een groot deel van de verhaalkracht van de wielersport zit in de nauwelijks te doorgronden regels van het spel: het verheffen van list en bedrog tot wet. Luister naar de verslaggeving van koersen en hoor het jargon voor de trucs uit het metier langskomen: flikken, vernachelen, linkeballen. Renners experimenteren met doping en ander prestatieverhogende goedjes. Wedstrijden worden gekocht en verkocht. De beste wint lang niet altijd. De sluwste trekt wel vaak aan het langste eind. Sportiviteit staat niet met hoofdletters geschreven. Zoals Hennie Kuiper ooit zei: "Wielrennen is eerst het bord van je tegenstander leegeten voordat je aan je eigen bord begint." Tim Krabbé schreef in 'De renner': "Wielrennen imiteert het leven zoals het zou zijn zonder de corrumperende invloed van de beschaving. Als je een vijand op de grond ziet liggen, wat is dan je meest natuurlijke reactie? Hem op de been helpen. Bij wielrennen schop je hem dood."

'Het feest van list en bedrog' vormt een hartstochtelijk pleidooi voor het wielrennen met al zijn duistere kanten. Chevrolets liefde voor het liegen en bedriegen weet hij overtuigend over te brengen. Maar de door hem getrokken parallellen tussen de sport en het klassieke verhaal hadden nadere uitwerking verdiend. Nu lijkt die rode draad vooral bedoeld om anekdotes uit de geschiedenis van het cyclisme met elkaar te verbinden. Het zijn sappige, soms verbijsterende verhalen. De lezer blijft niettemin met het gevoel achter dat er met hetzelfde gegeven en de vaardige pen van de auteur meer mogelijk had moeten zijn.

De zoektocht van de Nederlandse auteur Arthur van den Boogaard naar de relatie tussen schrijven en wielrennen in 'Slipstroom' is avontuurlijker. Zijn invalshoek en de door hem opgediste verhalen zijn verrassend. Hij legt verbanden tussen fietsen en gerenommeerde auteurs als H.G. Wells, Sir Arthur Conan Doyle en Ernest Hemingway. Hij speculeert over de nooit verschijnende Godot uit Samuel Becketts toneelstuk 'Wachten op Godot', die mogelijk is terug te voeren op een wielrenner met de naam Godeau. En hij houdt een rondje interviews met collega-schrijvers Tim Krabbé, Gerbrand Bakker en J.M. Coetzee.

Net als Chevrolet toont Van den Boogaard dat koersverloop zich -zelfs door kenners - niet volledig laat doorgronden. Wedstrijden zijn als ijsbergen: slechts het topje is zichtbaar. Dat zorgt voor stof tot napraten, zet de verbeelding van schrijvers aan het werk. "In tegenstelling tot alle andere sporten is het verhaal van de wedstrijd nooit de wedstrijd zelf, maar altijd het vertelde verhaal", meende oud-wielerprof Ab Geldermans.

Mensen moeten zich daar wel door willen laten meeslepen. Jeroen Brouwers voer in 1979 in Tirade uit tegen het ophemelen van 'De renner' van Tim Krabbé, wat volgens de schrijver/polemist stond voor de verwording van de Nederlandse literatuur. Hij moest niets hebben van "ongetalenteerdheid en nietsaflatend epigonisme, van mafkezerij, van schoolagendagedachten en jongensbluf, van lache geblazen en 'gewoon' doen". Misschien zijn wielerliefhebbers een beetje grote kinderen. Iets van de levendige fantasie van die leeftijdsgroep moet je in elk geval wel hebben. Een toeschouwer zonder die fantasie ziet alleen een groep frêle kereltjes in wild beletterde zuurstokpakjes die nauwelijks een middel schuwen om elkaar te slim af te zijn. Het is een subcultuur die veel heeft van de grote boze wereld. Wie er middenin zit, verliest soms die wereld uit het oog.

Zowel Chevrolet als Van de Boogaard memoreren dat Eddy Merckx zijn eerste Tour de France won op de dag dat Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan zette. Een Franse verslaggever vroeg aan de Belg wat belangrijker was: zijn zege of de doorbraak in de ruimtevaart? Merckx was bescheiden: "Wij doen maar aan sport." Zijn ploegleider Lomme Driessens twijfelde geen moment, ontstak zelfs in woede: "Wat een idiote vraag. Twee kleuten stoempen op de maan. Er zijn daar geen bomen, geen huizen. Er is niksenie. Hoe durft u zo'n belachelijke vraag te stellen. Schaamt u zich."

Herman Chevrolet: Het feest van list en bedrog. Een sinistere geschiedenis van de wielersport. De Arbeiderspers, Amsterdam. ISBN 9789029575058; 390 blz. € 25,00

Arthur van den Boogaard: Slipstroom. Een kleine geschiedenis van schrijven en wielrennen. Special wielertijdschrift De Muur. L.J. Veen, Amsterdam. 240 blz. € 14,90.

Meer wielerlezen

- Albert Londres: Dwangarbeiders van de weg. De Tour van 1924. Meeslepend verslag uit de jaren dat de Ronde van Frankrijk nog een ware helletocht was.

- Curzio Malaparte: Fausto Coppi & Gino Bartali. De twee gezichten van Italië. De wielrennerij en het Italië van net na de Tweede Wereldoorlog beschreven via twee aartsrivalen.

- Tim Krabbé: De renner. Algemeen beschouwd als oerboek van de Nederlandse wielerliteratuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden