Review

Vermomd als meneer

Vorig jaar overleed, na een halve eeuw grote poëzie schrijven, Zbigniew Herbert. Hij was vierenzeventig. Volgende week wijdt Poetry International een avond aan zijn werk. Herbert was er in 1970 bij toen Poetry zijn eerste aflevering beleefde; op 'zijn' avond zullen, onder veel meer, de gefilmde evenbeelden van hem van toen te zien zijn.

Herbert heeft iets gedaan waar volgens mij alle naoorlogse dichters stikjaloers op zijn geweest: hij heeft zichzelf op gegeven moment vermomd als een meneer. Dat wil zeggen: ergens kort na zijn veertigste besloot Herbert een deel van zijn poëtische ervaring in de schoenen te schuiven van iemand die geen dichter was. En die niettemin het zijne, het ongeëvenaard Herbertse, dacht, onderging en besefte.

Meneer Cogito ervaart het Herbertse, maar hij is niet degene die het formuleert. Zo kan er boven een gedicht staan: 'Meneer Cogito observeert een gestorven vriend'. En in het gedicht gaat meneer Cogito de gang op om een sigaret te roken. Hij is de dichter niet, maar maakt wel mee: 'toen hij terugkwam/ vond hij zijn vriend niet meer/ op zijn plaats/ lag iets anders/ met een vertrokken hoofd/ uitpuilende ogen'.

Het lijkt een ingreep van niets - deze verschuiving van de ene eigen ervaring van de vriend zien sterven naar een personage met een ironisch-filosofische naam - maar het veroorzaakt binnen het gedicht een vrijheid die, hoe hard en existentieel de opgeroepen ervaring ook is, licht en lucht brengt. Herbert doet al dichtende aan zijn lezer een voorstel om meneer Cogito zijn ervaring te laten hebben. Het is alsof hij zegt: als u, lezer, nu meneer Cogito was, iemand die ik, Herbert, ook niet helemaal ken (iedereen is ondoorgrondelijk, immers), hoe zou het dan zijn om deze dood van deze vriend te beseffen?

En intussen wordt er beseft wat er beseft kan worden:

hij kon dus niet kennen en stond ondoorgrondelijk met het pakje van zijn groflinnen geheim aan de poort van het dal.

De poëzie is de grote eendrachtige onderneming van alle dichters, sinds het ontstaan van het bewustzijn, om in taal te laten weten dat we allemaal hetzelfde niet begrijpen.

Iedereen weet wat er bedoeld wordt als gezegd wordt dat we 'het' niet begrijpen. Dit is tergend want we zwemmen in een oceaan van kenbaarheid en werkelijkheld. Alles wat bestaat is tastbaar, aantoonbaar, meetbaar, ervaarbaar.

Raadselachtigerwijze belijdt de poëzie dat zij, die zich van niets anders kan en zal bedienen dan van wat we met onze zintuigen ervaren, en met onze taal aanwezig stellen, zelf. . . niet bestaat. Altijd en onophoudelijk staat er in een gedicht niet wat er staat. Ze is, per gedicht, vergelijkbaar met de zeepbel die, zodra je haar wilt kennen en grijpen, uiteenspat. Ze bestaat, want je kunt haar lezen; ze bestaat niet, want wat je leest ontsnapt.

Herbert heeft met zijn meneer Cogito deze onkenbaarheid gedramatiseerd. Per gedicht stelt hij ons een gedicht in het vooruitzicht. Hoe dichterlijk zijn noties ook zijn, voortdurend suggereert hij dat het allemaal in meneer Cogito pas echt poëzie zal worden (ofschoon meneer Cogito juist niet de dichter is), en hij vraagt aan ons om ons deze ongezegde zegging voor te stellen.

Er is in mijn ogen nauwelijks een wachtender, messiaanser, en dus ten diepste speelser dichter voorstelbaar, in onze ontgoocheleeuw, dan Zbigniew Herbert. Hij ontwijkt geen enkele werkelijkheid, hoe grimmig ook - mooi weer lijkt hij niet eens te kunnen spelen - maar hij blijft opperen. Want hij begrijpt niet, zegt hij, hij begrijpt het nog niet, of onvoldoende. Daarom kan hij in bovenstaand 'Gebed van meneer Cogito' uiteindelijk vragen of hij, naast andere mensen en andere talen ook ander lijden zou mogen begrijpen.

Vreemd gebruik van het woord begrijpen, is dat. De combinatie van 'lijden' en 'begrijpen' veroorzaakt een speciale kortsluiting. Maar heel veel woorden, speciaal de grote, religieuze, worden door Herbert uit het lood getikt, en weer opnieuw in omloop gebracht. Als er één dichter is die de fenomenen redt, dan Herbert. Volgens de filosoof Theo de Boer gaat het daar om: dat we de woorden die het besef van transcendentie van oudsher en per traditie benoemen en bewaren, zoals 'lijden', of 'schepping' of 'vergeving' (om drie willekeurige uit dit gedicht te nemen) niet taboeïseren, maar herijken. Zo heet het een 'gebed', dit gedicht. Grammaticaal is het dat beslist: aan een Heer wordt een en ander afgesmeekt, en Hij wordt uitgebreid bedankt. Maar wat wordt afgesmeekt, en waar wordt voor bedankt? Voor dat wat we te lezen krijgen. Poëzie, misschien zelfs: evenveel provisorische, geopperde gedichten als er zinnen in staan.

Want natuurlijk is dit gebed een gebed om poëzie. Om onafgebroken te mogen staan in het besef dat de schepping 'mooi en verscheiden' is, zelfs al zou dat een verleiding zijn. (Zelf zou ik dat, geloof ik, in analogie met het 'Onze vader' zoals ik het heb geleerd, met 'bekoring' vertaald hebben.)

Inmiddels is het gebeurd: dankzij een gedicht dat speelt dat het een gebed is, realiseer je je plotseling dat bidden poëzie is - al verlangend naar God vragen om verlangen naar God. Het oude, afgedane fenomeen is, voor de duur van een gedicht dat maar niet zwaarwichtig wil worden, gered. De Herbertse ironie heeft de korst van ironie die het woord 'gebed' onbruikbaar of althans gênant maakte, opgeheven. De lezer kan, na een meneer Cogito, altijd weer voort.

Gebed van meneer Cogito - de reiziger

Heer

ik dank U dat U de wereld mooi en verscheiden hebt geschapen

en ook dat ik dank zij Uw onuitputtelijke goedheid heb

kunnen verblijven op plaatsen die niet de plaatsen van mijn dagelijkse ellende waren

en - dat ik 's nachts in Tarquinia op het plein bij de put lag en het wiegende brons van de toren Uw toorn of vergeving verkondigde

en een kleine ezel op het eiland Kerkyra uit zijn onbevattelijke balgen van longen de melancholie van het landschap voor me zong

en ik in de lelijke stad Manchester goede en wijze mensen vond

de natuur herhaalde haar wijze tautologieën: het bos was bos de zee zee de rots rots

de sterren draaiden en het was zoals het moest zijn - Iovis omnia plena

- vergeef me dat ik alleen aan mezelf dacht terwijl het leven van anderen wreed onafwendbaar om me draaide als de grote sterreklok van Sint-Pieter in Beauvais

dat ik doolhoven en grotten lui verstrooid te voorzichtig was

vergeef me ook dat ik niet als lord Byron voor het geluk van verslagen volkeren streed en alleen het opkomen van de maan en de musea bekeek

- ik dank U dat de werken geschapen om U te eren mij een deeltje van hun geheim openbaarden en dat ik in mijn grote arrogantie dacht dat Duccio Van Eyck Bellini ook voor mij schilderden

en dat ook de Acropolis die ik nooit volledig heb begrepen zijn verminkte lichaam geduldig voor mij opende

- ik vraag U de grijze oude man te belonen die me ongevraagd fruit bracht uit zijn tuin op het zonverschroeide eiland war de zoon van Laërtes werd geboren

en ook Miss Helen van de mistige landtong Mull op de Hebriden omdat ze me op z'n Grieks ontving en me verzocht 's nachts in het raam dat uitkeek op Holy Ion een brandende lamp te laten staan zodat de lichten van de aarde elkaar groetten

en ook al diegenen die me de weg wezen en zeiden kato kyrie kato

en dat U de Moeder van Spoleto beschermt Spiridion van Paxos de goede student uit Berlijn die me uit de narigheid hielp en later bij onze onverwachte ontmoeting in Arizona naar de Grand Canyon bracht - honderdduizend kathedralen met het hoofd omlaag gericht

- maak o Heer dat ik niet aan mijn banale domme waterogige vervolgers moet denken wanneer de zon in de waarachtig onbeschrijflijke Ionische zee daalt

dat ik andere mensen andere talen ander lijden begrijp

en voor alles dat ik ootmoedig blijf dat wil zeggen hij die naar de bron verlangt

ik dank u Heer dat U de wereld mooi en verscheiden hebt geschapen

en als dit Uw verleiding is dan ben ik verleid voor altijd en zonder vergeving

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden