Verliezers en toch de grootsten

Politieke kopstukken opverkiezingsavond. De raadsverkiezingen hebben inmiddels SP-leider Kant (tweede van links) haarpostie gekost. (FOTO ANP) Beeld
Politieke kopstukken opverkiezingsavond. De raadsverkiezingen hebben inmiddels SP-leider Kant (tweede van links) haarpostie gekost. (FOTO ANP)

Met de eerste stof neergedaald is een voorlopige balans op te maken van de raadsverkiezingen, anderhalve week na de val van het kabinet. Een hoofdprijs voor de PVV. En drie aan erosie onderhevige gevestigde partijen - CDA, PvdA en VVD - wel hun thuisbases behouden.

’We waren al dood verklaard, maar zijn teruggekomen”, roept de leider van de PvdA, de partij die het meest heeft verloren van allemaal. Hier overheerst de euforie. Sippe gezichten daarentegen zijn er bij het CDA, dat voor het eerst in acht jaar weer de meeste raadsleden levert.

Dat de reacties niet overeen lijken te komen met de werkelijkheid laat twee dingen zien. De peilingen zijn zo overheersend geworden dat er een eigen werkelijkheid leeft. Of een uitslag mee- of tegenvalt hangt voor een belangrijk deel af van de vraag of de uitkomst vergelijkbaar is met de verwachtingen. Verschuivingen in het politieke landschap zijn zo vanzelfsprekend dat een vergelijking met de uitslag van vier jaar geleden niet meer reëel is. Zelfs dat is in het huidige politieke tijdsgewricht al te lang geleden.

Het verklaart waarom het grote verlies van de PvdA (van bijna 2000 naar bijna 1200 raadszetels) als winst wordt uitgelegd. De partij stond er in peilingen beroerd voor, maar steeg sinds de val van het kabinet in diezelfde peilingen. Vier jaar geleden werden de steden fel rood gekleurd. Nu werd gevreesd voor het einde van het wethouderssocialisme. Maar het verlies viel de PvdA mee.

Daarbij speelde het besef een rol, dat de uitslag in 2006 exceptioneel goed was, mede dankzij de toenmalige grote populariteit van leider Wouter Bos. De angst omvergelopen te worden door het CDA, dat minder last heeft van overloop naar D66 en GroenLinks, was groot.

Maar al verliest de PvdA een fors aantal raadsleden, procentueel blijven de sociaal-democraten de meeste stemmen halen. Dat CDA en VVD toch meer raadsleden kunnen leveren dan vier jaar geleden, komt doordat zij over het algemeen in kleinere plaatsen winnen. Daar heb je per zetel minder stemmen nodig.

Machtig blijven de sociaal-democraten in steden als Enschede, Eindhoven, Den Haag, Amsterdam, Tilburg, Kerkrade, Zwolle, Groningen en Leeuwarden, zij het soms nipt. Daar kunnen de sociaal-democraten hun ’nederlaagoverwinningen’ vieren. De trend is door het hele land zichtbaar: in veel steden blijft de PvdA de grootste, maar wordt ze nu wel op de voet gevolgd door de concurrentie. In omringende dorpen waar het rood tot voor kort nog heerste is dat hier en daar zelfs verdrongen door VVD-blauw.

De PvdA kan ook tegen een paar echte dieptepunten aankijken. Zoals in Maastricht, waar de partij mede verantwoordelijk was voor het afserveren van de populaire burgemeester Gerd Leers. De aanhang halveerde. Net als in Hoorn, waar de VVD met de eer ging strijken. Hier heeft de PvdA een maatregel genomen om het alcoholgebruik van jongeren aan banden te leggen, iets wat het lokale electoraat zeer betuttelend vond.

In Utrecht moest de PvdA GroenLinks voor zich dulden. Daar won GroenLinks twee zetels en werd met in totaal tien zetels de grootste partij, mede dankzij de daling van de PvdA van 14 naar 9 zetels. GroenLinks stapte in 2009 uit het Utrechtse college. „Wellicht heeft dat meegespeeld. Het wordt kiezen tussen gezondheid of de auto in deze stad. Nu is duidelijk gekozen voor het eerste”, aldus fractieleider Marry Mos.

Ook in Den Helder is het over en voorlopig uit voor de PvdA. Van plek één zijn ze nu terechtgekomen op de vierde plaats. Maar niet getreurd: in de peilingen voor de Tweede Kamerverkiezingen is al weer een trend omhoog te ontdekken. Nog voordat de eerste uitslagen binnendruppelden zei Bos al dat landelijke verkiezingen voor de PvdA altijd gunstiger uitpakken dan plaatselijke, door het ontbreken van lokale partijen.

Dat het CDA wat teleurgesteld reageerde op het lichte verlies is niet verwonderlijk. De partij heeft weliswaar wel weer het grootste aantal raadszetels weten te bemachtigen, maar het gestage pad naar beneden geeft weinig hoop op een sprong omhoog. Maar de algemene trend is dat het CDA zijn machtsbasis op het platteland tot nu toe aardig in stand houdt. Bij deze partij geen hele grote verschuivingen in vergelijking met vier jaar geleden, maar dus ook geen goedmaker van de langzame daling.

Op die trage achteruitgang zijn trouwens enkele uitzonderingen. In het Limburgse Meerssen bijvoorbeeld hebben de verkiezingen geleid tot een aardverschuiving in de gemeenteraad. De nieuwe partij van Jo Dejong, die de afgelopen periode uit het CDA stapte, torent met 7 binnengekomen zetels boven alle andere uit. Het CDA schrompelt hier ineen van 6 tot 2 zetels.

In dorpen als het Gelderse Zevenaar en Oude IJsselstreek worden de christen-democraten van de eerste plaats gewerkt door lokale partijen en in veel plaatsen komt de VVD gevaarlijk dichtbij of verdringt ze de plaatselijke CDA zelfs van de eerste plek. In middelgrote en kleine gemeenten als Almelo, Zoetermeer en Renkum verdringt de VVD soms CDA en PvdA van de eerste plek.

De VVD blijft in traditionele bolwerken als Wassenaar en Blaricum aan het roer. Maar ook in de grote steden heeft de VVD het helemaal niet slecht gedaan. Vrijwel overal blijven de liberalen gelijk of groeien ze. Met een uitzondering voor Den Haag, waar de PVV meedeed. Maar zelfs in Almere, waar de PVV de grootste werd, bleven de liberalen gelijk.

Hier past wel de kanttekening bij dat de VVD vier jaar geleden zo zwak presteerde dat de toenmalige partijleider Jozias van Aartsen besloot om op te stappen, omdat de partij door de ondergrens zakte die hij zichzelf had gesteld. Lokaal blijven de liberalen dus een zelfde vinger in de pap houden als nu. Of ze zich bij de landelijke verkiezingen net als lokaal bij de grote drie kunnen scharen (door de nederlagen van PvdA en CDA zijn ze vrijwel even groot), zal vooral afhangen van de PVV waarop dan ook anderen dan de inwoners van Den Haag en Almere kunnen stemmen.

De teruggang van de drie grote stromingen valt op lokaal gebied dus nog wel mee. De christen-democraten blijven in de plattelandsgemeenten de grootste, maar verliezen geleidelijk. Veel steden en arbeidersplaatsen blijven sociaal-democratisch, hoewel de overmacht verdwijnt. De liberalen blijven op hun belangrijkste posten, maar hadden nu nog weinig te duchten van de PVV.

De uitslagen van de PVV, SP en D66 zijn minder dubbelzinnig. In Almere en Den Haag, de enige twee steden waar de PVV aan de verkiezingen deelnam, stemden de Wilders-aanhangers in groten getale. Aan de lokale thema’s zal dat niet hebben gelegen, daar is nauwelijks campagne op gevoerd.

Naast de PVV is D66 de grote winnaar. Maar waar de democraten enkele maanden geleden in de peilingen nog meededen in de strijd om de positie van grootste partij, moet zij nu CDA, PvdA, VVD en PVV ruimschoots voor zich laten. Desalniettemin stijgt D66 van nog geen 3 procent bij de raadsverkiezingen in 2006 naar ruim 8 procent nu. Net als in Haarlem en Hilversum wisten de sociaal-liberalen in Leiden de meeste stemmen te veroveren. In de studentenstad vervijfvoudigden ze zelfs, van twee naar tien zetels.

De SP is de grote opleving van een paar jaar geleden volledig verloren. Waar de partij landelijk nooit aan regeren toe is gekomen, en de kansen nu achteruit ziet hollen, wisten de socialisten lokaal op veel plaatsen aan de knoppen te zitten. De lokaal zo actieve SP’ers zullen zich nu op veel plaatsen weer terug moeten trekken in de eigen wijkbureaus in plaats van het stadhuis om burgers bij te staan.

Als de uitslag bij de landelijke verkiezingen net zo desastreus uitvalt voor de socialisten, zullen ze niet langer de grootste oppositiepartij meer zijn. De door de gisteren teruggetreden partijleider Agnes Kant zo gewenste samenwerking over links lijkt daarmee verder weg dan ooit. Het weerhoudt GroenLinks niet van de wens om ook eens te regeren. In de peilingen doet de partij van Femke Halsema het goed. In het aantal raadszetels zijn de groenen vrijwel gelijk gebleven. Daarmee zullen ze een machtsfactor blijven in hun eigen bases. In de linkse steden Utrecht en Nijmegen wist GroenLinks flink te winnen van de PvdA. In Utrecht streefde het de sociaal-democraten voorbij, in Nijmegen eindigden beide partijen op 8 zetels.

De enige regeringspartij die nauwelijks heeft verloren, en de vorige keer al flink won, is de ChristenUnie. De partij lijkt de stabiliteit te hebben gevonden, die de orthodoxe broeders van de SGP al jaren hebben. Hoewel daar de zetel die in Staphorst werd verloren aan de Stadspartij vast pijn zal doen.

Trots op Nederland van Rita Verdonk heeft in Den Helder in één klap 14,3 procent van de stemmen gehaald, goed voor een tweede plaats pal achter de VVD. Verdonk kan tevreden terugkijken. Trots heeft in Tilburg drie zetels veroverd net als in Purmerend. In Den Bosch zijn het er twee geworden, in Arnhem en zelfs in Amsterdam haalde ze één zetel.

Een andere gelukkige nieuwkomer was de Partij voor de Dieren. Zij heeft in alle zes gemeenten waar ze woensdag meedeed aan de gemeenteraadsverkiezingen een zetel gehaald. „We willen nu ook het aantal zetels in de Tweede Kamer verdubbelen”, blikte lijsttrekker Marianne Thieme alvast vooruit naar de verkiezingen van 9 juni. „Iedereen die dacht dat we een goeie grap waren, heeft ongelijk gekregen.”

Dat de lokale partijen een grote rol spelen, wordt in het Overijsselse Dinkelland bewezen. In deze gemeente, die vorig jaar met een forse bestuurscrisis kampte, toen de burgemeester zich beklaagde over de integriteit van drie wethouders, kwam maar liefst 70 procent van de stemgerechtigden opdagen. Resultaat: Het CDA krimpt van 9 naar 6 zetels, de PvdA van 3 naar 1. En de partij Lokaal Dinkelland heeft het voor elkaar gekregen om als enige partij in de gemeenten waarvan gistermiddag de uitslag bekend was een absolute meerderheid te halen, met 56 procent van de stemmen.

Wat dit alles voor de landelijke verkiezingen zal betekenen, is niet te voorspellen. De opkomst is dan doorgaans veel hoger, lokale partijen doen niet mee. Nog veel belangrijker: er wordt dan ook gestreden om het premierschap, waardoor mensen eerder strategisch stemmen. De verkiezingscampagne kan nog veel veranderen. Maar de recente geschiedenis leert dat gemeenteraadsverkiezingen vlak voor Tweede Kamerverkiezingen een stevige waarschuwing kunnen bevatten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden