Verliefd op Elvis

Gerbrand Bakker is schrijver en hovenier. Hij verhaalt over zijn huis, tuin en buren in de Duitse Eifel.

Hij heeft zwarte afdrukken achtergelaten op mijn mooiste kleed

In het weekend na Pinksteren had ik twaalf fietsers (m/v) over de vloer. In die zin dat ik er zelf drie huisvestte en de anderen verspreid zaten over twee vakantiehuisjes in de onmiddellijke omgeving. Op Tweede Pinksterdag was ik toch nog maar even aan het trainen geslagen, dan is altijd de L5 tussen Rommersheim en Rittersdorf voor autoverkeer afgezet en heersen er op 30 kilometer asfalt fietsers, wandelaars en skaters. Mijn dorp ligt in het midden, dus ik fietste 60 kilometer. Het was een kille, grijze dag. 's Avonds kreeg ik het maar niet warm, na een tijdje begreep ik dat ik iets over mijn grenzen had getraind, dan krijg je dat, koude rillingen en nog meer rillingen bij de gedachte aan eten.

Op vrijdag kwamen de eersten aan, en voor die eersten kookte ik, maar een uur later kwamen er weer meer aan, en voor die weer meer kookte ik ook. De laatsten die aankwamen moesten het doen met een restje koude pasta en een halve schaal witlofsalade. Op zaterdag was het stralend weer. Warm ook.

Zoals ik al gevreesd had, werd mijn huis het centrale punt. Ik heb mijn verstand op nul gezet en deed de buitendeur open. Ik had enorme hoeveelheden brood ingeslagen, maar de drie in mijn huis hadden zelf hun havermoutpap en yoghurt en muesli en appels en rozijnen en sojamelk meegenomen. "Wat er ook gebeurt", dreigde ik, "die bananen in de vensterbank gaan op!" En dat gingen ze, al was het alleen maar omdat we in totaal met z'n dertienen waren. Ik heb zelfs zélf een banaan gegeten, na een loeizware klim. Ik hou niet van bananen.

Het was ontstellend gezellig. Al die mensen, van wie ik sommigen vijftien jaar niet had gezien, fietsend over mijn brug, hun hand opstekend naar mijn dakdekker Rudi en buurman Klaus. Heel vreemd. Op zaterdagavond aten we bij Heinzen in Schönecken, gutbürgerliche Küche. Iedereen vond het heerlijk, ik ook. Ze hadden één soort witwijn en één soort roodwijn. Dat zouden meer restaurants moeten invoeren.

De vreemdste gast was Elvis, een tweejarige wit-zwarte Deense dog. Omdat Elvis niet of moeilijk de trap op kon in zijn vakantiehuisje, werd hij bij mij gestald. Ik ging niet met alle rondjes mee, en dan paste ik op hem. Hij kwijlde en haalde in zijn enthousiasme mijn rug open als hij languit tegen me opsprong en zijn megapoten om mijn nek sloeg. Hij at niet. Helemaal niets.

Niet één keer heb ik hem horen blaffen en op zondag rolde hij zich op de composthoop op, in de miezerregen, wachtend op zijn baasje. Hij heeft zwarte pootafdrukken achtergelaten op mijn mooiste kleed. Nu ben ik in Amsterdam, die poten wachten op me in de Eifel, ik had geen tijd het kleed schoon te maken. Ik vind het niet erg. Ik werd in dat weekend een beetje verliefd op Elvis. En ik ga weer fietsen. In mijn eentje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden