Verliefd op een vreemde

Britse Penelope Fitzgerald probeert het mysterie van liefde op het eerste gezicht wetenschappelijk te duiden

Penelope Fitzgerald (1916-2000) had een zwak voor liefde op het eerste gezicht. Als Fred Fairly, hoofdpersoon in het zojuist vertaalde 'De Engelenpoort', na een verkeersongeluk in een vreemd bed wakker wordt naast een vreemde jonge vrouw, is Fairly er vrijwel meteen van overtuigd dat dit het meisje is waarmee hij gaat trouwen.

Fred is een 25-jarige domineeszoon met een aanstelling als assistent-professor natuurkunde aan het (fictieve) St. Angelicus college, een van de kleinste en meest tegendraadse colleges van de universiteit van Cambridge. Alles wat hij over de vrouw van zijn leven weet is dat ze Daisy Saunders heet, verpleegster is en uit Londen komt. Fred heeft het wetenschappelijk denken volledig in zich opgenomen, maar is toch meteen bereid de belangrijkste keuze van zijn leven te baseren op heel erg weinig. Hoe kan dat?

Ook in het vorig jaar in het Nederlands vertaalde 'De blauwe bloem', een roman over het leven van de Romantische dichter Novalis, wordt een jongeman bij de eerste ontmoeting smoorverliefd op een onbekend meisje. Maar in plaats van het sprookje voort te zetten of stuk te laten spatten op de realiteit van een relatie, zet Fitzgerald een eenvoudige stap terug die maar al te vaak wordt overgeslagen. Mooie meisjes komen namelijk ergens vandaan.

Daisy is het type vrouw dat Fitzgerald duidelijk na aan het hart ligt. Door en door eigengereid, empathisch maar niet sentimenteel, een buitenstaander maar geen slachtoffer.

Fitzgerald trekt voortdurend rookgordijnen op rondom haar, die ze vervolgens zelf ook weer weghaalt: 'Er is niets mysterieus aan haar gangen', zegt iemand over Daisy. Het mysterie bevindt zich niet in het meisje, maar in de jongeman die verliefd op haar is. Maar dat betekent niet dat liefde op het eerste gezicht onzin is. Het is, net als de botsing die ze samenbrengt, een ingreep van het noodlot. Voor de wetenschapper Fred Fairly bestaat dat natuurlijk niet, en de komst van Daisy in zijn leven gooit alles overhoop; zijn confrontatie met iets wat je op geen enkele manier kunt waarnemen, maar toch je doen en laten bepaalt.

Het mysterie van deze liefde op het eerste gezicht wordt door de schrijfster kunstig gespiegeld in de tegenstrijdigheden binnen het onderzoek van de universiteit van Cambridge waar eeuwenoude tradities worden hooggehouden, maar intussen steeds ontdekkingen worden gedaan die het oude wereldbeeld doen kantelen.

In 1912, het jaar waarin 'De Engelenpoort' speelt, verdeelt de opkomende deeltjesfysica de natuurkundige faculteit. Hoewel velen de ontdekkingen van Rutherford en de zijnen als grote schreden voorwaarts voor de wetenschap zien, verwijten sceptici de pioniers in het atoomonderzoek dat ze een volledig wetenschappelijk systeem baseren op iets wat niet waarneembaar is.

Fitzgerald laat ons niet vergeten dat deze verandering in Freds leven niet het enige is wat ertoe doet. Als hij echt met haar wil trouwen, moet hij er achterkomen wie Daisy is, en of hij dan nog steeds van haar houdt. Een vrouw kan in een stralend moment aan je verschijnen als een verlossende engel, maar wie vrouwen met engelen verwart, komt altijd bedrogen uit.

De schrijfster geeft geen antwoord op de vraag waarom Fred op slag verliefd wordt op Daisy, want daar is geen antwoord op mogelijk. 'Er is iets met me gebeurd', blijft Novalis in 'De blauwe bloem' maar herhalen nadat hij zijn Sophie voor het eerst gezien heeft.

De liefde is een gebeurtenis, en in de nasleep daarvan moet duidelijk worden of ze ook toekomst heeft. 'De Engelenpoort' geeft daar geen uitsluitsel over, maar in zorgvuldig gekozen scènes krijgen we een sterk beeld van wat voor soort mensen de personages zijn, en hoe ze de belangrijkste keuzes van hun leven hebben gemaakt. Fitzgerald vertelt haar verhaal redelijk sec, maar met een subtiele meerstemmigheid die een al te eenduidige lezing uitsluit. Ze reikt alle gegevens aan die de complexiteit van een situatie uitmaken, en laat zich niet verleiden tot morele oordelen. Haar romans geven je door hun korte, getitelde hoofdstukken het idee dat je iets bondigs en overzichtelijks aan het lezen bent, maar ondertussen is er een verteller aan het werk die je precies genoeg laat zien om je eigen conclusies te trekken, of beter nog, alle mogelijkheden te overwegen. Als je het boek dichtdoet blijven die mogelijkheden je bezighouden, de levens die Fitzgerald oproept blijven bij je.

Dit is buitengewoon subtiel en intelligent schrijven, waardoor je als lezer achteraf verrast kunt constateren dat er iets met je gebeurd is.

Penelope Fitzgerald: De Engelenpoort (The Gate of Angels) Vert. Johannes Jonkers. Karmijn; 192 blz. euro 18,95

undefined

PENELOPE FITZGERALDS LAATSTE RAADSEL

"Ik houd van mensen die geboren zijn voor het ongeluk, of zelfs gedoemd zijn ten onder te gaan," zei Fitzgerald eens. Voor elke geslaagde poging zijn er miljoenen ongeziene pogingen die falen, en in sommige gevallen prachtig falen. Fitzgerald wist daar waarschijnlijk alles van. Nadat ze zegevierend als een van de eerste vrouwen de universiteit van Oxford verliet, leek er een gouden toekomst voor haar open te liggen, maar de oorlog en het alcoholisme van haar echtgenoot gooiden roet in het eten. Op het dieptepunt van hun armoede woonde het gezin in een woonboot in de Theems, die tweemaal zonk.

Gedoemd ten onder te gaan was Fitzgerald toch niet. Op haar achtenvijftigste publiceerde ze haar eerste boek, een biografie van de Engelse schilder Edward Burne-Jones. Dit was het begin van een literaire carrière die niemand meer had verwacht. Hoewel haar acht romans nooit een erg groot publiek hebben gevonden, ontvingen ze lof, prijzen en nominaties. De eerste vier zijn direct gebaseerd op ervaringen uit haar eigen leven, zoals 'De boekhandel', over een vrouw die in een dorp in East Anglia probeert een boekhandel gaande te houden, en Human Voices, over de BBC ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Daarna heeft ze zich toegelegd op historische fictie. 'De Engelenpoort' uit 1990 en 'De blauwe bloem' uit 1995, onlangs vertaald door Uitgeverij Karmijn, zijn haar laatste twee boeken. Vreemd, dat iemand zich in de laatste tien jaar van haar leven (Fitzgerald overleed in 2000) zo intensief bezighoudt met het fenomeen van liefde op het eerste gezicht. Of misschien toch niet zo vreemd: Fitzgeralds werk wordt gekenmerkt door terugkijken en te proberen haar eigen leven en dat van anderen te reconstrueren, te zien hoe het raadselachtige mechanisme in elkaar steekt. Misschien dat liefde gewoon het laatste grote raadsel was.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden