Verliefd op een Hongaar

Remke de Lange

Ik ben verliefd. Op een Hongaar in een fles. Maar ik ben ’m uit het oog verloren. Tijdens een bezoek aan het jaarlijkse wijnfestival in Boedapest verbaas ik me niet alleen over de hoevéélheden wijn in Hongarije: stap er een supermarkt binnen en je ziet kásten wijn. Van jerrycans slobberwijn tot sjieke flessen, het overgrote deel uit eigen land. Hongarije heeft maar liefst tweeëntwintig wijnregio’s, sommige zo oud als onze jaartelling. Maar ik ben ook verrast door de kwaliteit. Een van de meest gerenommeerde gebieden is het uiterst zuidelijk gelegen Villány, de enige streek in het land waar meer rood dan wit wordt gemaakt. De veelgeprezen wijnen worden dikwijls vergeleken met Bordeaux. Waarom zien we die niet in Nederlandse winkels? „Hongarije staat niet bekend als wijnland”, zegt Attila Szunomár van importbedrijf Lekkers uit Hongarije. „Vijfentwintig jaar geleden werd in grote hoeveelheden de goedkope Egri bikavér of ’stierenbloed’ geïmporteerd, maar veel mensen hebben daar geen goede herinneringen aan. Nu zijn de wijnen beter, maar voor 6, 7, 10 euro kiezen mensen bekendere landen als Chili of Australië.” ’Mijn’ Hongaar komt ook uit Villány. Ineens zat ie in mijn glas, in een Boedapests restaurant: Kopár Cuvée 2003, van wijnhuis Gere Attila. Een blend van cabernet sauvignon, merlot en cabernet franc. Ik had prompt geen oog meer voor mijn tafelgezelschap of het eten. Pruimen & peper, stevig hout en zácht! Ik denk nog steeds aan die wijn. Tja, zegt Szunomár, „Kopár, dat is de top. Maar je kunt ’m wel bij me bestellen, hoor.” Gelukkig, herenigd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden