Verliefd op Arctis

Spitsbergen (Marcelus Oostdijk) Beeld
Spitsbergen (Marcelus Oostdijk)

Wie eenmaal heeft geproefd van het licht en de stilte op Spitsbergen, raakt nooit meer uit de greep van deze ijzige wildernis.

Als een amechtige walrus vlijt ’Mein Schiff’ zich in de Adventfjorden tegen de kade van Longyearbyen. Tergend langzaam is het Duitse cruiseschip de wal genaderd. Alles wat daar lag, heeft ijlings plaats gemaakt voor de afgeladen reus met zijn 1914 passagiers en honderden bemanningsleden. De meeste opvarenden slaan het trage spektakel gade vanaf het balkon van hun hut – vaak nog in ochtendjas, het is pas acht uur.

Eenmaal afgemeerd op Spitsbergen spuwt de cruiseboot zijn mensenmassa aan land. Met bussen worden de toeristen 500 meter verder afgezet bij het winkelgebied van de hoofdplaats Longyearbyen. Ze gaan er shoppen, heen en weer lopen en nóg een keer shoppen. En dan weer wachten op de bus. Een enkeling stapt het adembenemende Svalbard Museum binnen of probeert een rondscharrelend rendier op de foto te krijgen. Een paar uur zal er een file zijn op de voetgangerspromenade van Longyearbyen. De middenstand in het pooldorp doet goede zaken. En daarna keert de rust voor de 2.500 inwoners weer terug. Zo gaat het ’s zomers wel een keer of vijftien. Niet alleen met Mein Schiff; er zijn cruiseschepen die wel 3.400 gasten aan boord kunnen verstouwen.

Ook onze ’Antarctic Dream’ moet wijken voor de luxueuze indringer. Met 84 passagiers en 37 man staf is dit ijsversterkte vaartuig van de Vlissingse reder Oceanwide Expeditions geen kleine jongen. Maar vergeleken met het zeekasteel van reisgigant TUI is dit in Nederland gebouwde schip, dat jaren bij de Chileense marine voer voordat het voor de toeristenindustrie werd omgebouwd, maar een jolletje. Luxe tweepersoons hutten met douche en toilet, garnalencocktail of pasteitje op z’n tijd, uitstekende keuken, iedere denkbare alcoholische versnapering en charmante glimlachjes van het Filippijnse keukenpersoneel – dat zijn de ingrediënten van een rondvaart om Spitsbergen. Voeg daarbij de dagelijkse lezingen van poolexperts als een Belgische professor in de biologie, een Canadese archeoloog en een ijsberenexpert uit Denemarken, en je hebt een reis met vijf sterren.

Alleen word je soms overmand door heimwee – naar je eerste Spitsbergenreis ruim 25 jaar geleden. Met vijftien passagiers en tien bemanningsleden op de ’Plancius’. Een ouwe Hollandse loodsboot met een onverstoorbare pruttelmotor die af en toe bij een hoge golf oversloeg maar daarna weer netjes in de maat voortploegde. Ziek waren we, als die kleine schuit de oversteek maakte van Noorwegen naar de Koele Kusten van Spitsbergen.

Ploegend door de Barentszzeedie niet voor niets de Dansvloer van de Duivel wordt genoemd, volgden we het spoor van de legendarische ontdekker Willem Barentsz en vol verwachting zochten we naar de voetstappen die oude Nederlandse walvisvaarders in het poolgebied hadden achtergelaten. Die reis was in al z’n eenvoud onvergetelijk.

Maar de Plancius raakte uit de vaart en ligt inmiddels als roestbak op de Malediven. Grotere schepen, zoals voormalige Russische ijsbrekers, namen haar plaats in. Daarna kwam de ’Antarctic Dream’. En inmiddels is het voormalige hydrografisch onderzoeksschip HMS ’Tydeman’ van de Koninklijke Marine aan de vloot van Oceanwide toegevoegd: compleet gestript op een werf in Hansweert en onherkenbaar opgebouwd tot luxe cruiseboot voor honderd passagiers. Met een nieuwe naam, de Plancius.

De touwladder waarlangs de gasten zich een kwart eeuw geleden met kloppend hart afdaalden naar soms wild op en neer dansende zodiacs, is vervangen door een stevige gangway. Nog steeds kan het spoken in de rubberboten, maar sterke kerels beschermen je tegen de zwaarste golven. Er is nu meer plaats op de voorsteven, voor fotografen en vogelaars. Meer beschutting op de tussendekken, voor dromers en koukleumen.

Veiligheidsvoorschriften zijn aangescherpt, toeristen doen geen corvee meer en de gemoedelijkheid op de brug heeft plaatsgemaakt voor een strak regime van regels en verboden. Er loopt tegenwoordig een purser rond met een laptop, de kapitein draagt een uniform in plaats van een schipperstrui. En als de zodiac je weer aan boord brengt, draait ieder op een bord zijn eigen nummertje om – zo kun je zien of er niemand per ongeluk aan land is achtergebleven.

Vierentachtig man. De boot is vol, tot de laatste hut.

De staf springt handig om met zo’n grote groep. Soms worden alle negen zodiacs tegelijk ingezet bij het ontschepen van de opvarenden of voor een ademstokkende vaartocht in de snerpende kou tussen de ijsbergen door. En op de landingsplek worden ook de grootste brekebenen zonder moeite uit de bootjes gevist. Maar eenmaal aan land gezet verloopt de ’expeditie’ (meestal zijn er drie groepen) soms minder soepel.

Driekwart van de opvarenden komt uit Vlaanderen en is verslingerd aan fotograferen. Veelplegers zijn het. Vrijwel alles wordt digitaal vastgelegd. Wie op de reis niet minstens een paar duizend foto’s heeft gemaakt, telt niet mee. Af en toe is het in de groep dringen geblazen en klinken er knorrige geluiden. Als er een rendier of poolvosje in het vizier komt bijvoorbeeld.

Die Vlaamse kerstmuts is de ergste. Altijd en overal staat hij bij iedereen in de zoeker, hij verstoort vogelnesten en plantengroei, hij vertrapt sporen van walvisvaarders of houtresten van jagershutten en alle voorschriften van de gidsen – ’Loop niet voor de troepen uit, blijf achter het geweer’ – slaat hij stelselmatig in de wind. Voor rode ogen verwijderen heeft je camera een knop, voor irritante rode mutsen helaas niet.

Maar grote spanning ontstaat pas echt als de ijsbeer ergens op het toneel verschijnt en de kreet ’IJsbeer aan bakboord’ door de intercom klinkt. Dan vliegt iedereen in een slalom over smalle trappetjes en door zware deuren naar het voordek.

De camera’s hangen al in de aanslag en een enkele snelle Jelle heeft het beest al in het vizier. De meeste passagiers zoeken zich ondertussen nog suf naar ’een wit stipje’. „Hij beweegt zich heel snel naar links, tussen een grote en een kleine ijsschots. Zie je daar die bruine ruitvormige vlek? Daar pal onder, ongeveer in het midden. Zie je hem? Hij kruipt nu trouwens uit het water.”

Adembenemende momenten. Je ziet helemaal niks en er gebeurt ook bijna niks, maar het geheel draagt een spanning alsof Jack van Gelder zelf aan het woord is. Op zo’n moment heb je kapitalen over voor een superlens of een echte verrekijker.

Intussen dobbert de Antarctic Dream bijna geluidloos tussen de ijsschotsen. Er lijkt geen einde te komen aan die stilte, je hoort alleen het klikken van de camera’s.

En de ijsbeer? Hij kijkt eens om, schudt zijn natte vacht uit en loopt met waggelende kont in de richting van het pakijs.

Van die stilte krijg je nooit genoeg, net zo min als van het licht in het poolgebied. De zon blijft maar schijnen, dag en nacht – in de zomer althans. Mutsen gaan af, wanten uit: buiten is het 0 graden, binnen worden de bollekes bier ververst.

Ruim 25 jaar geleden voeren we met de oude Plancius naar de rand van het pakijs: 79 graden noorderbreedte, 80 graden, 81 graden, een steenworp van de pool. Maar geen ijs te bekennen. Er kon zelfs gewaterskied worden. Hoe lang zou het nog goed gaan in de Arctis.

Afgelopen zomer is Amsterdam-eiland, de bakermat van de Nederlandse walvisvaart, een onbereikbare locatie. Tachtig graden NB, we halen het niet eens. De bevroren massa’s versperren onze vaart. Angst voor insluiting door het ijs dwingen de Chileense kapitein het roer om te gooien en de koers te verleggen naar de Hornsund in het zuiden, een fjord van ongekende schoonheid. Met licht dat zich uitstrekt tot de morgen. En met natuur en overblijfselen van historische wapenfeiten, zoals de walvisvaart en de jacht. Een walvis die met zijn rug groet, een ijsbeer die ook hier voor opwinding zorgt, een walrus in de zon. Een gebied om voor altijd verliefd op te blijven.

Driekwart van de opvarenden komt uit Vlaanderen en is verslingerd aan fotograferen. Vrijwel alles wordt vastgelegd. (Marcelus Oostdijk) Beeld
Driekwart van de opvarenden komt uit Vlaanderen en is verslingerd aan fotograferen. Vrijwel alles wordt vastgelegd. (Marcelus Oostdijk)
Spitsbergen (Marcelus Oostdijk) Beeld
Spitsbergen (Marcelus Oostdijk)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden