Verlichting uit de islam

Elf tegels: Verlichting. In één beweging uitgevoerd met oriëntaalse zwier, maar met Latijnse letters. De kleur groen was vermaard in de Raqqa-architectuur van de 13de eeuw, de bloeitijd van de islamitische Verlichting.

Ze bestaan al eeuwen, de Parijse salons. En nog steeds passeren daar in de debatten van intellectuelen en kunstenaars namen als Helvétius, Smith en Hamilton de revue. Ze roemen de founding fathers van de Franse, Schotse en Amerikaanse Verlichting om hun avant-garde-ideeën, gewaagde vragen, liefde voor de Oudheid en rationalistische wereldvisie. Deze denkers hadden de weg gewezen naar de moderniteit: via de rede. En dankzij hun inspanningen was het denken, tot dan een begaafdheid die God slechts aan een enkeling had geschonken, omgedoopt tot een morele plicht.

Nee, deze drie verlichtingsdenkers dachten en beoogden niet hetzelfde, soms zelfs integendeel. Mij gaat het om iets anders: dat ze in de salons waarschijnlijk nog nooit van Hassan Al-Basri of Wassil Ibn Atta hebben gehoord. Toch waren zij voor de vroeg-islamitische cultuur minstens zo belangrijk als Helvétius, Smith en Hamilton voor de westerse cultuur.

Voor een religie die nu het imago heeft uitsluitend olympische records te kunnen breken in handelingen die het Westen met de Middeleeuwen achter zich heeft gelaten, is het nauwelijks voorstelbaar, maar in de achtste eeuw beleefde de islam zijn eigen 'Verlichting'. Al-Basri en zijn leerling Ibn Atta poogden toen met tientallen andere theologen en filosofen om de rede en de vrije wil een belangrijke plaats te geven binnen de islam. Gevoelige en kritische vragen schuwden zij niet.

Deze studeerkamergeleerden paarden liefde voor de klassieken (vooral de Grieken) aan een rationalistisch wereldbeeld. Het opdoen van kennis om haar vervolgens te benutten in de interpretatie van de eigen religie, stond centraal bij de moetazilieten (Al-Moetazilah, 'de afgezonderden'). Volgens hen was de rede een natuurgeschenk aan ieder mens, los van een specifieke godsdienst, taal, sociale klasse, cultuur, afkomst of beschaving.

Deze denkstroming ontstond tijdens het eerste islamitische kalifaat van de Umayyaden (661-750). De sociaal-economische onvrede die tot de ondergang van dit rijk leidde, was volgens de Amerikaanse islamoloog Bernard Lewis even ingrijpend als de Franse en Russische revolutie.

De komst van het tweede kalifaat, dat van de Abbasiden (750-1258), schonk de moetazilieten alle ruimte. Hun stroming werd in 827 zelfs staatsgodsdienst, in een rijk dat zich uitstrekte van Noord-Afrika tot diep in Azië, het omvatte grofweg de hele Arabische wereld. Deze periode werd de Gouden Eeuw van de islam; kunst, wetenschap en literatuur kwamen tot

grote bloei, het was de tijd dat 'Duizend-en-een-nacht' kon ontstaan. Geleerden vond men voor de samenleving net zo belangrijk als ademhalen voor de mens.

De Abbasiden kozen het kosmopolitische Bagdad als hoofdstad en als zomerresidentie Raqqa, de Syrische stad die nu het centrum is van het 'kalifaat' van Islamitische Staat. De Abbasiden kenden een intellectueel klimaat dat in schril contrast stond met dat van de autocratische Umayyaden. Alles wat onder de Umayyaden niet gebeurde, kreeg ruimte bij de Abbasiden, inclusief het gunnen van bestuursfuncties aan niet-Arabische moslims en het stimuleren van onderzoek en debat.

De achtste eeuw van onze jaartelling was de tweede eeuw van de islam; die godsdienst was zich toen nog volop aan het ontwikkelen. Dat de Abbasiden ruimte gaven aan verschillende denkscholen was deels vanuit politiek opportunisme. Maar een andere factor was minstens zo belangrijk. De oorspronkelijke bewoners van Irak, hoofdzakelijk Joden en christenen, hadden kennis van het Aramees, Grieks en Latijn en vertaalden belangrijke literatuur uit de Oudheid. Daar profiteerden de moetazilieten zeer van in hun zoektocht naar ethisch rationalisme. Ze namen de inzichten uit vroegere beschavingen gretig tot zich en verenigden zo het beste uit alle werelden. Dat was een breuk met het verleden. In de periode vóór de moetazilieten keek men juist neer op de Griekse, Romeinse en Byzantijnse culturen; islamitische geleerden vonden die invloeden minderwaardig en wezensvreemd aan de islam.

Theologisch verschilden de moetazilieten onderling fel van mening. Die strijd leverde wel op twee fronten belangrijke bijdragen op: theorieën over de vrije wil en over de verhouding tussen de mens en het goddelijke.

Volgens de moetazilieten zat er spanning tussen de eigenschappen die aan Allah werden toegeschreven. Want als Hij de Almachtige is, zoals één van zijn '99 schone namen' luidt, hoe kan Hij de mens dan toestaan kwaad te doen zonder in te grijpen? De mens heeft een vrije wil en draagt dus zelf verantwoordelijkheid voor zijn keuzes tussen goed en kwaad. Dat is, zeiden de moetazilieten, de zin van de Dag des Oordeels: dán moet de mens zich voor zijn daden verantwoorden voor Allah, de Rechtvaardige - een andere schone naam.

Deze ideeën vloeiden grotendeels voort uit politieke geschillen. De moetazilieten bekritiseerden de Umayyaden, die tegenstanders uit de weg ruimden in naam van Allah. Dat goddelijke bevel stelden ze ter discussie.

Het tweede front waarop de moetazilieten het verschil hebben gemaakt, was de discussie over de aard van Allah en die van de Koran. Zij meenden dat Allah geen God en mens tegelijk kon zijn - menselijke eigenschappen als 'barmhartig, liefdevol, rechtvaardig' passen een God niet.

Dat raakte aan een andere heikele kwestie: hoe moet je aankijken tegen Zijn geopenbaarde woord? Voor de moetazilieten was het duidelijk: de Koran kon niet door Allah zijn gedicteerd, want een God kan niet dicteren, dat kan alleen een mens. De Koran moest dus een menselijke creatie zijn. Dat bood de mogelijkheid van eigentijdse interpretatie; iets wat tegenwoordig voor veel moslims ondenkbaar is.

Het rationalisme en de verlichting van de moetazilieten zeggen trouwens weinig over hun opvattingen over andersgelovigen. Hun zuivere monotheïsme maakte hen op z'n minst sceptisch over het christendom met zijn Heilige Drie-eenheid. Maar onverdraagzaam waren de moetazilieten niet.

Ze gaven met wat we nu 'Verlichting' noemen de jonge islam al wat lichtpuntjes. Was hun streven gedoemd te mislukken? Of is hun denken verwoest door machtige lieden als Ahmad ibn Hanbal (780-855), die nog altijd conservatieve moslims inspireert? Dat is onderwerp van academisch onderzoek. Zo ook van mijn eigen promotieonderzoek in Leiden.

We zullen nooit weten hoe de islamitische wereld er nu had uitgezien als de moetazilieten niet waren ingestort door interne verdeeldheid en weggevaagd toen het politieke momentum zich tegen hen keerde. Wat we wel weten is dat het lot van de hedendaagse aanhangers van deze school weinig goeds voorspelt; zie de Egyptische taalgeleerde Nasr Hamid Abu Zayd die zijn leven veiligstelde door uit te wijken naar Nederland.

Het gedachtengoed van de moetazilieten wordt in de islamitische wereld als ketterij bestempeld, omdat het ingaat tegen de gangbare ideeën over Allah en de Koran, en omdat het ruimte opeist voor alternatieve interpretaties van heilige teksten. Orthodoxe moslims hebben van Al-Moetazilah een scheldnaam gemaakt voor iedereen die ook maar een beetje van hun pad afwijkt. Voor de meeste soennitische landen die zichzelf opwerpen als hoeders van de islam, zijn de moetazilieten een doorn in het oog. Ministeries van godsdienstzaken hebben deze 'kwaadwilligen' de afgelopen jaren actief bestreden. En met succes. Veel pogingen om het moetazilisme nieuw leven in te blazen, zijn gestrand, omdat ze (ten onrechte) werden geassocieerd met het Westen, waar God allang dood zou zijn. De hervormingsgezinde moslims die sinds de aanslagen op het WTC (2001) roepen om een Helvétius, Smith of Hamilton of een Voltaire zouden moeten bedenken dat zo'n Verlichtingsimpuls niet uit het Westen hoeft te komen - juist niet misschien.

Moderne moetazilieten - ik ken er niet meer dan een dozijn - opereren ondergronds, of onder andere namen, zoals de 'Beweging van vernieuwing en gematigdheid' van de Iraakse tandarts en schrijver Ahmad Al-Umri.

Toch blijft er niets machtiger dan een idee waar de tijd rijp voor is. Het is tijd dat het scheldwoord Al-Moetazilah een geuzennaam wordt. Maar de kans dat de islamitische wereld de wedergeboorte van deze verlichte geesten beleeft, is klein. De geschiedenis leert dat Verlichting een voedingsbodem nodig heeft, met ruimte voor debat over religie, rede en vrije wil. Ik denk dat die ruimte in de huidige moslimwereld nog ontbreekt. Dat is een treurige conclusie voor zo'n hoopgevende stroming.

IS: misplaatst heimwee in Raqqa

Islamitische Staat riep zichzelf in 2014 tot kalifaat uit en Raqqa (Syrië) als hoofdstad. Dat was symbolisch, de islamisten spiegelen zich aan het Abbasidische kalifaat (750-1258), een wereldmacht met Raqqa (nu Syrië) en Bagdad (Irak) als hoofdsteden. De kalifaten verschillen enorm, noteerde de Belgisch-Egyptische Khaled Diab in 2014 in The New York Times. Het middeleeuwse kalifaat was een toonbeeld van vrijheid, aldus Diab, terwijl IS-kalief Al-Baghdadi 'achterlijke, gewelddadige, puriteinse horden' aanvoert.

De Abbasiden waren vooruitstrevend in de wetenschap. In de geest van de aan Mohammed toegeschreven wijsheid dat 'inkt van geleerden heiliger is dan martelarenbloed' bracht kalief Haroen al-Rashid (uit 'Duizend-en-één-nacht') in de achtste eeuw de brille van zijn tijd bijeen in het Huis van de Wijsheid, een internationale denktank waar naast moslims ook joden, christenen en andere niet-moslims studeerden. Ze laafden zich aan de kennis van islamitische geleerden, aan de Al-Chemy (scheikunde) en Al-Gebra, aan de geneeskunst in Bagdad. Europa was, aldus Afshin Ellian in Elsevier, 'jaloers op het verlichte en ontwikkelde Bagdad'.

Het culturele klimaat rond kalief Haroen al-Rashid was ronduit tolerant; diens hofdichter Abu Nawas mocht odes op de wijn schrijven, 'en zelfs homo-erotische poëzie waar een moderne imam het schaamrood van op de kaken krijgt', aldus Diab.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden