Verlichting / Het heilige hier en nu is van tamelijk jonge datum

Wat heeft radicale Verlichting met de oorlog tegen religieuze terreur te maken? In een korte serie probeert Trouw licht te werpen op een zaak die toch wat duister is geworden. Vandaag deel 3: Over Al-Kaida en Verlichting, hiernamaals en hiernumaals.

'Jullie houden van het leven, wij van de dood.' Opnieuw klonk deze leus na de aanslag in Madrid. Op een video eiste Al-Kaida de verantwoordelijkheid voor de massamoord op; de tegenstelling werd weer eens aangescherpt.

Enerzijds mensen die enkel willen gehoorzamen aan de absolute wetten van God. Anderzijds zij die geloven in democratisch totstandgekomen wetten van de mens. Enerzijds islamisten die kiezen voor het hiernamaals. Anderzijds westerlingen die kiezen voor het hiernumaals.

Wat deze dodelijke terreur met de Verlichting te maken heeft? Volgens velen: niets. De islamistische doodsdrift wordt meestal verklaard als woede, machteloosheid, verdriet, rancune, jaloezie. Het is voor westerlingen moeilijk invoelbaar de hang naar het martelaarschap te verstaan als een overtuiging, religie, politieke theologie of geloof. Dat komt waarschijnlijk doordat bij ons het idee overheerst dat je maar één keer leeft en dat je van dit ene leven het beste moet maken. Wij staan er zelden bij stil hoe relatief nieuw deze alom gekoesterde leer is. En die andere houding kunnen we slecht navoelen.

Hiernamaals of hiernumaals? Pas sinds de 18de eeuw werd het geluk op aarde, tenminste in het Westen, het dominante politieke streven. In 1776 ontketende de verlichtingsdenker Thomas Jefferson een 'radicale revolutie' door in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring te stellen dat ieder mens het recht heeft om zoveel mogelijk te genieten van het leven, en dat regeringen er zijn om de zoektocht naar geluk te faciliteren. Deze toen ongekend radicale opvatting is hier al zo ingesleten dat wij een meer traditionele kijk op het bestaan, het lijden en een beter leven na de dood niet meer goed begrijpen.

We begrijpen niet hoe opstandig wij zijn, vanuit de traditie gezien, als in onze opinie het gebruik van onze redelijke vermogens volstaat om van dit leven een soort paradijs te maken met een maximum aan geluk voor zoveel mogelijk mensen.

Plato wist dit al: duisternis maakt blind voor licht, en licht maakt blind voor duisternis. In zijn beroemde grot allegorie uit de Politeia legt hij uit dat nadat de arme gevangene zijn onderaardse schaduwwereld uit is gesleurd en in het volle zonlicht is gezet, hij geruime tijd geen hand voor ogen ziet. Maar als hij eenmaal aan het nieuwe licht gewend is geraakt, en weer teruggaat naar zijn oude, vertrouwde gevangenis, merkt hij dat hij daar opeens niets meer kan onderscheiden. Nu is het het licht dat hem blind heeft gemaakt voor de duisternis.

Hetzelfde is na de Verlichting van de 17de, 18de eeuw gebeurd. Na de 'duistere' Middeleeuwen, waarin het gezag van de kerk het licht van de rede blokkeerde, is het licht weer gaan schijnen. Maar toen we gewend raakten aan dit licht, werden we tegelijk blind voor de oude duisternis waar we ooit vandaan gekropen zijn.

Het is dan ook begrijpelijk dat de duisternis helderder wordt waargenomen door de mensen die er zelf net aan ontkomen zijn. De tegenstelling tussen een 'verlicht' geloof in het hiernumaals en een 'duister' geloof in het hiernamaals heeft iemand als Ayaan Hirsi Ali tot het standpunt doen komen dat de islamitische grotwereld niets zo hard nodig heeft als Verlichting. Alleen een 'kennismaking met de rede' kan volgens het VVD-kamerlid de geest van de individuele moslim bevrijden van 'het juk van het hiernamaals'. Daarmee treedt zij, een Somalische vluchtelinge, in de voetsporen van de radicale Verlichting die -een eeuw voor de revoluties in Amerika en in Frankrijk- werd ontketend in de wereld van het denken door een in Amsterdam bivakkerende Joodse banneling, Benedictus (Baruch) de Spinoza genaamd (1632-1677).

De Europese beschaving was tot ongeveer 1650 nog gebaseerd op geloof, traditie en autoriteit. Radicaal aan Spinoza's Verlichting is dat deze alle argumenten om te geloven, de traditie te volgen, en de autoriteiten te gehoorzamen, onderuit haalde. Na het verschijnen van Spinoza's ideeën begonnen mensen meer en meer te twijfelen aan de absolute waarheidsaanspraken van de geopenbaarde religies. God werd volgens Nederlands beroemdste filosoof door de gelovigen totaal verkeerd begrepen als zij hem allerlei menselijke eigenschappen, emoties en waardeoordelen toedichtten. God had geen eigen wil, geen hand, geen stem, en voor God bestond er ook niet zoiets als blijheid of droefheid, of goed of kwaad. Dat waren menselijke projecties. Wat God dan wel was? Niets anders dan het grote geheel waar de mens maar een onderdeeltje van uitmaakte. God was met andere woorden niets anders dan de natuur zelf; een opvatting die voor een theologische, maar ook voor een politieke aardverschuiving zou zorgen. Om goed te leven, hoefden de mensen volgens 'de goddeloze' Spinoza niet langer op Gods geboden te vertrouwen. Een goed begrip van het eigenbelang volstond; wat het individu wil, zo begreep Spinoza, is gelukkig zijn in het hiernumaals. Dit is de essentie van de nieuwe filosofie der radicale Verlichting, schrijft de filosoof Jonathan Israel. ,,Daarin gaat het om het verwerpen van geopenbaarde religie, wonderen, en goddelijke voorzienigheid, en het vervangen van het idee van gered worden in het hiernamaals door het idee van een hoogste goed in het hier en nu.''

De radicale Verlichting deed onze blik geleidelijk verschuiven van hiernamaals naar hiernumaals. Verbaasd kijken wij nu naar de mensen die zo overtuigd en gemakkelijk hun tijdelijke bestaan verruilen voor een hun onbekende eeuwigheid. Het succes van de radicale Verlichting deed vergeten dat ook wij het leven op aarde ooit als kale wachtkamer hebben gezien. De gedachte dat deze wachtkamer best een beetje kan worden opgeknapt, is nog steeds actueel, maar kan wellicht het beste worden overgebracht in een ruimte die niet verblindend licht, maar ook niet aardedonker is. Eenzijdige nadruk op individueel genot wordt dan religieus gecorrigeerd door de verplichtingen van een allen verbindende moraal. Maar een religie die oorlog, moord en martelaarschap vergoddelijkt is toch het meest geholpen bij de verlichte gedachte dat strijd tegen het lijden hier en nu het allerheiligst is.

Jonathan Israel, Radical Enlightenment: Philosophy and the Making of Modernity 1650-1750, Oxford University Press1; Gordon S. Wood, The Radicalism of the American Revolution. Vintage Books. Random House.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden