VERLICHTING BELICHTING AANLICHTING UITLICHTING

Een stad is een huiskamer zonder plafond: in het donker gaat het leven bij kunstlicht gewoon door. Maar verlichting is nog geen belichting of aanlichting. "Gaar word je van al die grachtengordels met uitgelichte gevelwanden." Tussen grof geschut en 'citybeautification'.

'Vervuiling' noemt Christa van Santen veel soorten van licht in de openbare ruimte. In opdracht van de dienst Stadsilluminatie van de gemeente Amsterdam schreef ze samen met ir. A.J. Hansen een zwartboek over licht en verlichting in de stad. Voor herrie en afval gelden normen, maar een overmaat aan licht in de stad kan zonder problemen. Alleen binnen de land - en tuinbouw gelden beperkingen, sinds bleek dat helverlichte kassen aantoonbaar schadelijke gevolgen op hun omgeving hadden.

Aan de nonchalante manier waarop in Nederland met licht wordt omgesprongen, kan Van Santen zich enorm ergeren. In plaats van gebouwen zwaar te beschieten met licht, zoals nu gebeurt, kun je er ook mee 'schilderen'. Ieder gebouw heeft zijn eigen verhaal, afhankelijk van de architectuur en de context, en behoeft dus zijn eigen soort belichting. "Een goede belichting is afgestemd op de omgeving. Je moet de stad beschouwen als een interieur. Boven je bureau heb je een heldere lichtbron, maar er staat ook een gezellige schemerlamp waarbij je een borrel drinkt en boven de eettafel hangt weer een andere. In huis pas je de soort licht, de kleur en de sterkte aan bij de functie die het moet vervullen. In de stad gelden dezelfde overwegingen. Het moet leefbaar zijn en je moet rekening houden met het karakter van het gebouw dat je aanlicht."

Als beeldend kunstenaar maakt Van Santen lichtobjecten. Achttien jaar was ze universitair hoofddocent aan de afdeling Bouwkunde van de Technische Universiteit van Delft. Haar lessen over vorm, kleur en licht in de architectuur waren vermaard vanwege haar praktische benadering: hoe ervaar je deze fenomenen als mens, hoe reageer je erop, hoe beinvloeden ze je gedrag en wat is hun esthetische kant? Samen met bouwfysicus ingenieur A.J. Hansen richtte ze binnen de TU een lichtlaboratorium op, waar het effect van licht op maquettes gemeten en berekend kon worden, met een daglichtkamer en een bezonningssimulator die via een computerprogramma op alle breedtegraden, maanden en uren instelbaar is. Het lab wordt nog altijd bezocht door architecten en wetenschappers van over de hele wereld. De boeken 'Licht in de architectuur' en 'Daglicht/Kunstlicht, een leidraad', door Van Santen en Hansen samen geschreven, liggen op menig architectenbureau.

Sinds ze 2 1/2 jaar geleden ophield met haar lessen aan de TU, werkt Van Santen als onafhankelijk lichtadviseur. In die functie ontwierp ze bijvoorbeeld een verlichtingsplan voor het centrum van Den Haag in opdracht van de projectgroep 'De Kern Gezond', deed ze op verzoek van de gemeente Almere een voorstel over het veiliger maken van fietspaden en adviseert ze de Illuminatiecommissie van de gemeente Amsterdam.

Van Santen heeft uitgesproken ideeen over licht in de stad. Het aanlichten van de Beurs van Berlage, het daarnaast gelegen beursgebouw en de Bijenkorf in Amsterdam is daar een goed voorbeeld van: een combinatie van beperkt aanlichten, driedimensionaliteit en verlichting van binnenuit. Om te zorgen dat karakter en plasticiteit van de Beurs ook 's avonds behouden blijven, zijn alle bogen en portalen naar Berlages wens verlicht. De zijgevel langs het Damrak kreeg geen enkele extra spot, daar het schijnsel van de straatverlichting hier al ruim voldoet. Met binnenverlichting op sommige plaatsen komen karakteristieke trekjes als de toren en de glas-in-loodramen van Antoon Derkinderen goed tot hun recht. Het brengt Berlages gebouw ook 's avonds tot leven.

"In Nederland klemmen de meeste bedrijven maar wat van die grote bakken tegen de muur aan en overstralen daarmee de hele omgeving," zegt Van Santen. "Alles in de buurt van zo'n hel verlicht gebouw wordt zwart. Bovendien drijf je elkaar zo op tot extreem hoge lichtniveaus en - verbruik. Ik vergelijk het maar met schreeuwen. Als iemand heel hard roept, moet jij nog harder brullen om hoorbaar te zijn. Neem het tot winkelcomplex verbouwde postkantoor Magna Plaza in Amsterdam: dat staat alles weg te schreeuwen, het is net Disneyland. Of het pas voor miljoenen gerestaureerde Amstel Hotel: daar staat zo'n enorme batterij licht op, dat het alles in de omgeving wegdrukt. Niets zie je meer van de Amstel die erlangs loopt of van de kleine lampjes langs de Magere Brug. Bovendien komt de plastiek van de architectuur zo totaal niet tot zijn recht."

"Architectuur is driedimensionaal: het gaat over ruimte, die door lichtwerking zichtbaar wordt. Door alleen de voorgevel aan te lichten, valt de diepte weg en daarmee het inzicht in de architectuur. Gaar word je van al die grachtengordels met uitgelichte gevelwanden. Het is zo obligaat, en bovendien is het lang niet alles. Achter die verlichte coulissen ligt nog een hele stad. Daarbij geeft het altijd problemen met bewoners die last hebben van die felle schijnwerpers. Alleen voor rondvaartboten is het interessant, maar in zo'n boot zit je maar een keer. De rest van je leven loop je."

In Nederland is het heel ongewoon voor een stedebouwkundige of architect om met een lichtdeskundige samen te werken. Voor Duitsland, Frankrijk en de VS is dat normaal; daar opereren veel onafhankelijke lichtadviseurs. Wederzijdse inspiratie kan de architectuur zelfs beinvloeden. Van Santen: "Er is nu meer licht in de stad dan ooit en op het gebied van lampen en armaturen bestaat een enorme ontwikkeling. Voor de creatieve toepassing daarvan zijn vakbekwame mensen nodig. Binnen de Nederlandse architectuur vormt licht echter een sluitpost. Meestal wordt hier pas op het allerlaatste moment aan een verlichtingsfirma om advies gevraagd. Dat wil zeggen dat de lichtvoorziening hier grotendeels in handen is van de commercie. Bedrijfsadviseurs zijn soms bekwaam; ze krijgen een opleiding bij hun bedrijf, maar ze betrekken natuurlijk wel altijd de spullen van hun eigen firma in het advies. Dat is een soort verkapte vertegenwoordiging. Een onafhankelijk adviseur kan uitgaan van de lichtwerking die hij wil en voor iedere situatie opnieuw de meest geschikte lampen en armaturen kiezen uit het aanbod van de verschillende firma's."

Dat de Amsterdamse Illuminatiecommissie Van Santen als adviseur raadpleegt, is op zich al bijzonder. Stadsilluminatie is een speciale tak binnen de afdeling Openbare Verlichting van het Amsterdamse Gemeentelijk Energiebedrijf (GEB). Een unieke commissie, die voortkomt uit een groep particulieren die zich in de jaren twintig en dertig met feestverlichting bezighield.

Commissiehoofd Wim van Merrienboer nam kennis van Van Santens ideeen over het aanlichten van bruggen, gebouwen en monumenten tijdens een lezing op een wetenschappelijk congres. Ze pasten uitstekend in zijn opvattingen over de integratie van stadsilluminatie en openbare verlichting. 'Citybeautification' noemt hij deze combinatie van veiligheid, sfeer en het laten uitkomen van historische schoonheid. Als het aan hem ligt, wordt dit project het vlaggeschip van het Amsterdamse GEB. "Ik ben de stad in de loop der jaren gaan zien als een totaal in plaats van als losse elementen. In eerste instantie ging het onze afdeling om veiligheid en werd stadsilluminatie er altijd maar bij gedaan. Tegenwoordig wordt dat steeds meer uitgebreid richting comfort en imago. Bij avond moet het er heel professioneel uitzien."

"Dat betekent dat wij ons als lichttechnici voor het eerst met architectuur moeten bezighouden. Openbare verlichting hing altijd aan palen en draden en de monteurs en technici van de dienst moesten ervoor zorgen dat de installaties aan de normen voldeden. Voorheen lieten we ons adviseren door fabrikanten. Van Christa van Santen leren we om met de ogen van een architect naar een gebouw te kijken. Van haar hopen we op termijn zoveel te leren dat we het daarna zelf kunnen. Haar zwartboek is een eerste aanzet tot het maken van voorschriften, zoals bij Bouw- en Woningtoezicht."

Als Van Merrienboer zijn zin krijgt, worden de gelden van Openbare Verlichting en Stadsilluminatie in Amsterdam in ieder geval samengevoegd tot een budget. Een logische consequentie wanneer het hem lukt om aan te tonen dat bij een bepaalde belichting minder lantaarnpalen nodig zijn. In de praktijk is een eigen budget als dat van Amsterdam echter een ongekende luxe. Als een gemeente al een dienst Openbare Verlichting heeft, is er meestal weinig geld voor bijzondere belichting. Zeker nu steeds meer energiebedrijven geprivatiseerd worden, zoals in Utrecht, of opgesplitst in deelgemeentes, zoals in Rotterdam net gebeurd is.

Voor projecten als 'Rotterdam by Night', waarbij geld beschikbaar was voor het aanleggen van belichtingsinstallaties voor de Willemsbrug, musea en experimenten als de 'Jogging Track', een suggestieve lichtbaan langs de Maas, zijn voorlopig plannen noch middelen voorhanden. Voor andere gemeentes geldt hetzelfde. Op gemeentehuis en kerk wil nog wel eens een schijnwerper staan, maar verder zijn de diensten Openbare Verlichting voor het openbaar nut en kost het zo veilig mogelijk berijdbaar maken van wegen en straten geld genoeg. Den Haag nam graag Van Santens voorstel aan om gebouwen in de stadskern aan te lichten, maar stelt vervolgens geen budget beschikbaar om dit plan ook uit te voeren. Want wie profiteren, bewoners, toeristen of horeca?

Voor Haarlem en Leeuwarden zijn de positieve effecten van bijzondere stadsbelichting echter duidelijk. Leeuwarden was de eerste gemeente die met een zelfstandig pr-beleid begon dat volledig door het bedrijfsleven gefinancierd werd. De ondernemersorganisatie City-Club ontwikkelde een plan om de historische grachtengordel 's avonds uit te lichten 'als een dependance van Parijs'. "Wij zijn met recht het Noorderlicht," zegt manager Yntema trots. Het financieringsplan, dat voorziet in een lening bij de bank waarvan iedere deelnemer maandelijks per lamp 23 gulden terugbetaalt via zijn eigen GEB-rekening, blijkt een vondst. Zonder een cent van de gemeente is het hele centrum nu bekabeld en schittert het dagelijks tot 23.00 uur dank zij een investering van rond het miljoen. Zevenhonderd deelnemers doen inmiddels mee, met als bijkomend gevolg dat de veiligheid in het centrum is toegenomen en de panden sindsdien uitstekend onderhouden worden. Na aflossing van de lening kan met de rest van het geld aan het aanlichten van bruggen, fonteinen en monumenten worden gedacht.

Haarlem keek de kunst af en is begonnen met het hanteren van een vergelijkbare regeling. Met een even weinig fantasierijke belichting, oordeelt Van Santen ('Boem! een schijnwerper erop'), maar als poging zeker te waarderen en dat zonder gemeentelijk budget. Een volgende fase kan zijn dat met de architectuur wordt gerekend en dat diepte, lichtkleur en de mogelijkheid om van binnenuit te verlichten overwogen worden. Bovendien kan bij een totaal-lichtplan veel worden bezuinigd door de straatverlichting te koppelen aan die van gebouwen: wanneer de een uitgaat, hoeft de andere pas aan.

Het Amstelhotel kan in ieder geval een lichtplan van Van Santen tegemoet zien. "Architecten moeten van het begin af samen met belichtingsadviseurs nadenken over de nachtsituatie. Dat bespaart ook enorm veel geld. Ik kan het in ieder geval goedkoper, want ik gebruik minder licht. Ik snap ook wel dat een hotel als het Amstel op kamers van 2000 gulden per nacht geen schijnwerper kan zetten. Maar het uitlichten van zo'n opvallend punt in de stad mag wel een beetje aan banden worden gelegd. Op dit moment is niets aan regels voorhanden om belichting aan te kunnen toetsen."

"Wat betreft de illuminatie van de openbare ruimte voel ik me een pionier, een roepende in de woestijn. Is het geen paarlen voor de zwijnen dat je je zo inleeft in de architectuur? Ik vind mezelf veeleisend, en ik hoop maar dat mensen het resultaat zien. Uiteindelijk wil ik anderen inspireren om ook belichtingsadviseur te worden. Licht is vormgeven, het heeft zoveel invloed. Zelf heb ik genoeg werk, maar er zouden in Nederland minstens twintig bureau's moeten zijn."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden