Verlenging lagere olieproductie komt VS goed uit

Een olieraffinaderij in Texas. Beeld afp

De Opec verlengt de verlaging van de olieproductie om de prijs te stuwen, maar de VS traineren het plan.

De veertien olie-exporterende landen van de Opec en andere oliestaten zijn het gisteren eens geworden om de productieverlaging, die sinds eind vorig jaar is ingesteld, met negen maanden te verlengen. Zo moet de prijs van een vat olie boven de 50 dollar blijven.

De Opec had zijn output verlaagd met 1,2 miljoen vaten per dag en niet-Opec-landen, zoals Rusland deden ook nog eens 600.000 vaten minder om de olieprijs te steunen. Het lijkt er op dat die 1,8 miljoen vaten per dag minder nu gecontinueerd worden. Maar de Verenigde Staten doen niet mee, zij zijn de lachende derde. Alleen al in de periode vanaf 1 januari dit jaar schroefden de schalieoliebedrijven daar de productie op met 545.000 vaten per dag, bijna een derde van de afgesproken productieverlaging door de andere oliestaten.

De prijs per vat schommelt nu rond de 50 dollar, bij lange na niet die van meer dan 100 dollar in 2014, maar hoger dan de 30 dollar van begin 2016. Amerikaanse schalieoliebedrijven hebben een break-even-punt van rond de 40 tot 50 dollar per vat. In 2016 legden veel Amerikaanse oliemaatschappijen de productie stil om de verliezen in te dammen. Nadat de Opec en Rusland besloten om minder olie te produceren, klom de prijs weer.

Oliebedrijven in Noord-Dakota, Texas, Oklahoma en Pennsylvania zagen hun kans schoon en begonnen weer olie te produceren. Inmiddels produceren er weer 400 Amerikaanse oliebedrijven, dat is 120 procent meer dan een jaar geleden. Naar verwachting zal de olieprijs daardoor niet echt gaan stijgen.

Financiële problemen

Bovendien is de Amerikaanse president Trump van plan de strategische oliereserve voor de helft te gaan verkopen. In de komende tien jaar wil hij 270 miljoen vaten op de markt brengen. De redenering is dat de Verenigde Staten, die nu al 9 miljoen vaten per dag produceren, genoeg olie in de grond hebben om klappen op te vangen. Het aanhouden van een olievoorraad van 688 miljoen vaten, die na de oliecrisis van 1973 is opgebouwd, is niet meer relevant na de schalieolierevolutie.

De landen van de Opec en Rusland zijn voor hun begroting erg afhankelijk van de olie-inkomsten. Hoe lager de olieprijs hoe groter het begrotingstekort. Door de lage olieprijs zijn landen als Venezuela, Brazilië, Nigeria en zelfs Saudi-Arabië financieel in de problemen gekomen. Ook Rusland heeft de broekriem moeten aanhalen. Met het verlengen van het verlaagde productieplafond lijken zij er slechts voor te zorgen dat de prijs niet opnieuw sterk daalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden