Levenslessen

'Verlegenheid is vrouwenziekte nummer één'

Maaike Meijer: 'Samen met twee collega's heb ik een boek over het werk van André Rieu geschreven. Mensen zeiden dan: maar jij bent toch een serieuze literatuurwetenschapper?' Beeld Merlijn Doomernik

Maaike Meijer (66) kan zich nog steeds kwaad maken. Vooral als het gaat om vrouwen die zich aanpassen en niet hun plek opeisen. Acht levenslessen van de voormalig hoogleraar genderstudies.

Les 1: Geef kinderen het gevoel dat ze nodig zijn
"Als kind vond ik het leven niet problematisch. Ik struinde graag door de natuur en speelde veel met jongens. Ik kon met welbehagen in korte broek lopen en naar mijn krachtige benen kijken. Het was een schok toen ik ontdekte dat ik een meisje was, ik beschouwde mezelf als beyond gender. Van mijn ouders mocht ik veel. Zo vatte ik toen ik een jaar of zeven was het plan op om in mijn eentje van Eindhoven naar Bergeijk te lopen, waar mijn oom en tante een boerderij hadden.

Na een kilometer of achttien kwam mijn vader me achterna op de brommer om te kijken of alles goed ging: ik zat aan de kant van de weg baarsjes te vangen, daarna liep ik weer verder. Zodra ik in Bergeijk aankwam, ging ik meteen touwtje springen met mijn nichtjes. Dan zeiden de volwassenen: 'Nou, zij kan er wat van' en was ik heel trots.

Het fysieke boerenwerk vond ik leuk: iedereen hielp mee en dat was erg gezellig. Ik heb toen enorme waardering gekregen voor gezinnen waar kinderen ook iets moeten doen, dat voelde helemaal niet als kinderarbeid omdat het zo hartelijk ging - het was groepswarmte. Die periode is voor mij vormend geweest. Het gaf een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid: wij waren nodig. Ik denk dat het voor moderne kinderen heel moeilijk kan zijn om niet nodig te zijn, maar wel je ouders gelukkig te moeten maken. Ga er maar aan staan. Je kunt beter zeggen: 'Jongens, die bieten moeten vanavond van het veld en daarna gaan we lekker spek eten.'"

Les 2: Overwin je handicap
"Het leven werd een stuk moeilijker toen op mijn elfde mijn vader overleed. Mijn moeder was heel ongelukkig en viel af en toe bijna over de rand van verdriet en eenzaamheid.

Psychische hulp bestond toen nog niet en ik dacht dat ik mijn moeder gelukkig moest maken; het was mijn schuld wanneer ze zo verdrietig was. Mijn moeder noemde me het zonnetje in huis en dat moest ik van mezelf waarmaken.

Ik paste me de hele tijd aan mijn moeder aan, ik probeerde alles goed te doen en daardoor raakte ik mezelf kwijt. De relatie met mijn moeder benam mij letterlijk de adem; ik ging ontzettend stotteren.

Daar heb ik ontzaglijk veel last van gehad en op mijn achttiende kon ik bijna niets meer zeggen. Maar het maakte ook dat ik ging vechten en daar groeide ik van. Ik heb altijd gedacht: als ik me door het stotteren laat belemmeren, kom ik nergens, dan is het afgelopen met mij.

Ik volgde een goede stottertherapie waarbij - naast ademhaling en ontspanning - ook het accepteren dat je stottert belangrijk was. Zo kreeg ik er een klein beetje controle over, nadat ik jarenlang echt bijna niets kon zeggen. Ik ging voor de klas staan en de leerlingen vonden het heel erg gek dat ze een lerares Nederlands hadden die zo ontzettend stotterde, maar er stond gelukkig genoeg tegenover. Aan het einde van een werkweek was ik bekaf en rolde vanaf het station zo mijn stamcafé in."

Les 3: Blijf niet vastzitten in verlegenheid
"Heel veel vrouwen - en ook mannen - worstelen ermee dat ze zich aanpassen en bescheiden zijn. Dat vind ik een verschrikkelijke valkuil en dat is door de socialisatie een groter probleem bij vrouwen dan bij mannen. Het is alsof bijna elke vrouw in deze cultuur is aangepakt door braafheid. Marianne Williamson heeft ooit gezegd: 'Our deepest fear is not that we are inadequate. Our deepest fear is that we are powerful beyond measure. It is our light, not our darkness that most frightens us. (...) Your playing small does not serve the world.' Dat vind ik een mooie gedachte.

Ik houd heel erg van mensen bij wie je voelt dat ze op eigen benen staan, mensen die de bron te pakken hebben van waaruit ze leven. Dat hoeven helemaal geen bitches of egocentrische mensen te zijn. Misschien heb je pas juist ruimte voor anderen als je eerst de ruimte neemt om er zelf te zijn. Ik heb vaak op de universiteit gezien dat wanneer vrouwen meedoen aan het gesprek, ze als bitch en opdringerig worden gezien. Terwijl mannen die hetzelfde doen helemaal niet zo worden gezien.

Wat ook vaak gebeurt, is dat mannen overnemen wat een vrouw heeft gezegd en dan net doen of het hun idee is. We zijn daar als vrouwen gedeeltelijk ook zelf verantwoordelijk voor. Omdat je voor je eigen privileges bijna altijd blind bent, moeten we het mannen uitleggen: zij snappen ons probleem minder goed omdat ze het zelf niet meemaken.

Ik ben altijd verheugd als ik mensen tegenkom die bloeien en hun intelligentie en werkkracht kunnen ontplooien alsof er niets aan de hand is. Ik wil dat zelf ook, ik wil niet vastzitten in verlegenheid: dat vind ik vrouwenziekte nummer één. Bestrijd in jezelf die angst en terughoudendheid. Dan kan er heel veel gebeuren."

Beeld Merlijn Doomernik

Les 4: Familieleden zijn niet per se je bloedverwanten
"Ik ben 'meemoeder' van een dochter: een vriendin van mij voedde haar dochter Shoshanna alleen op en ik merkte hoe zwaar dat voor haar was. Daarom kwam Sho op woensdag bij mij logeren en een andere vriendin deed ook mee en zo hebben we Shoshanna grootgebracht.

Als je enig kind bent, heb je familie nodig en dat hoeven niet per se bloedverwanten te zijn. We kookten samen, keken televisie, babbelden veel en ik verwende haar natuurlijk ook een beetje. We hebben altijd contact gehouden - haar eigen moeder is overleden - en nu heeft ze zelf een dochter die ook weer oppas nodig heeft: een jong gezin kan wel wat support gebruiken. Ik vind het leuk daar een beetje onderdeel van te zijn. Het voegt iets toe aan mijn leven en zo moet het ook eigenlijk zijn. Die individualisering is allemaal mooi en aardig, maar ergens klopt er iets niet: oude mensen die alleen zijn en jonge mensen die de drukte niet aankunnen."

Les 5: Perfectie haalt de kwaliteit weg
"Hard werken en er niet te veel mee zitten als iets niet helemaal lukt, houdt je vrijheid en werkplezier in stand. Ik heb als control freak echt moeten leren dat het niet altijd volmaakt hoeft te zijn. Perfectie haalt paradoxaal genoeg de kwaliteit vaak weg. Zo is het in een organisatie soms nodig dat de dingen blijven lopen en als ik het dan op zit te houden omdat ik het perfect wil doen, dan maak ik het eigenlijk slechter.

Dat perfectionisme een soort kramp is, zag ik vaak bij mijn promovendi, die raken in een schrijfkramp. Lever maar een kladhoofdstuk in, zei ik dan, want in een hoofdstuk dat al af is heb ik helemaal geen interesse - ik moet ook nog wat te doen hebben. Vertrouw er maar op dat je het in je hebt. Als je denkt dat het meteen goed moet zijn, kom je er sowieso niet uit."

Les 6: Alles wat je aandacht geeft, groeit
"Naast mijn baan als hoogleraar heb ik ook een tijd als coach gewerkt. We hadden een project dat 'het onderzoeksatelier' heette, en we ontdekten dat vrouwen heel weinig subsidieaanvragen deden. Er bestaan veel subsidies en potjes, maar bijna niets ging naar vrouwen omdat ze ook weinig aanvroegen. We zijn een project gestart waarbij we vrouwen hielpen goede onderzoeksaanvragen te schrijven en dat werd een enorm succes.

Ik ontdekte dat er bij veel vrouwen een blokkade zat. Soms was iemand heel ambitieus maar zat ze in een totaal niet-ambitieuze omgeving. Of iemand werd tegengewerkt en dan keken we of je om zo'n persoon heen kon werken - in de praktijk betekende dat negeren, want alles wat je aandacht geeft, groeit.

Ook keken we naar: wat zijn je steunpunten, aan wie heb je wat? We haalden heel goede resultaten: vrouwen die bijna ontslag hadden genomen, haalden nu ineens een miljoen binnen."

Les 7: Soms moet je een beetje provoceren
"Samen met twee collega's heb ik een boek over het werk van André Rieu geschreven. Mensen zeiden dan: maar jij bent toch een serieuze literatuurwetenschapper? En dan dacht ik: oh, maar dan schrijf ik júíst dat boek. Ik houd wel van lichte provocatie en ik wil mijn neus achterna kunnen gaan in wat ik wil onderzoeken - dat heb ik ook altijd bij collega's aangemoedigd. Ik ben dol op levensliederen en zing ze zelf ook. Ik vond André Rieu een heel interessant studieobject: liefhebbers van klassieke muziek vinden wel dat wat hij maakt ordinair is, of plat, maar ik vroeg me af waarom zoveel mensen daar dan heen gaan.

Voor mij is Rieu een exponent van een hedendaagse culturele dynamiek, waarin de behoefte aan collectieve emotie toeneemt en de kloof tussen high en low culture dicht. Er wordt bij Rieu met enorm veel plezier gemusiceerd en ze streven geen perfectie na in de zin dat elke noot goed gespeeld moet worden. Dat doen ze wel, maar niet krampachtig. Ze spelen zoals er voor de tijd van de grote symfonieën werd gespeeld: uit het hoofd, net als volksmusici.

Het is een andere perfectie: die van het samenspel, van het contact met het publiek, van het expliciete gevoel dat lang uit kunstuitingen is geweerd. Het publiek is onderdeel van de performance en die hele scheiding wordt opgeheven door het publiek te ontindividualiseren. In tegenstelling tot een klassiek concert, waarbij je in je eentje zit te genieten."

Les 8: Laat ouderdom je nergens van weerhouden
"Alleen maar leuke dingen doen, spreekt mij niet aan. Als je me een maand op een cruise zet, spring ik van verveling in het water. Geef mij maar een bureau, een lamp en een computer - ook nu werk ik nog zeker veertig uur per week. Ouderdom weerhoudt me nergens van. Ik ben misschien van plan om een grote oude boerderij te kopen in de Achterhoek. Eerst dacht ik: ik ben 66, dat krijg ik toch niet meer voor elkaar? Maar waarom zou ik dat niet doen? Ik kan morgen doodgaan, maar ik kan ook 102 worden. Ouderdom is denken: ik kan beter niet meer aan zoiets beginnen.

Ik ben zeker niet voor het ontkennen van ouderdom, maar het is ook een kwestie van in het nu leven. Doe gewoon alles wat je belangrijk vindt zolang je leeft. Een grote tuin kan ik misschien niet meer aan, maar dan ga ik op een elektrische grasmaaier zitten of ik laat dahlia's groeien.

Als je je gebreken onder ogen ziet, verdwijnen ze. Je vraagt om hulp of het lost zich op een andere manier op."

Wie is Maaike Meijer?

Maaike Meijer werd in 1949 in Eindhoven geboren en studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte als lerares, literair journalist en vertaler, en gaf talloze lezingen over literatuur. In 1988 promoveerde ze aan de Universiteit van Utrecht en was tien jaar lang universitair hoofddocent bij Vrouwenstudies Letteren in Utrecht. In 1998 werd Meijer hoogleraar genderstudies in Maastricht en tot 2013 werkte ze als directeur van het Centrum voor Gender en Diversiteit in Maastricht. In 2011 verscheen van haar hand een biografie over dichter Vasalis, momenteel werkt ze aan een biografie over schrijver, dichter en tekenaar Fritzi Harmsen van Beek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden