Verlangen naar lelijkheid

Ze was een van de popdiva's van de jaren tachtig. Alison Moyet. Met de band Yazoo beleefde ze in 1982 haar doorbraak. Twee jaar later ging ze solo verder. Haar Billy Holiday-cover 'That Ole Devil Called Love' werd een grote hit en haar albums stonden wekenlang in de bovenste regionen van de hitparades. Nu, net op het mo ment dat de jaren tachtig een heuse retrorage zijn, maakt Moyet haar comeback. Eind deze week verschijnt haar nieuwe cd 'Hometime'.

En, wat vindt ze als jaren-tachtig icoon nou eigenlijk zelf van de return of the eighties? Ze reageert eerst met gemaakte afschuw. Dan zegt ze dat ze best kan begrijpen dat anderen zich laten verleiden tot het maken van golden oldies-tournees. Maar, benadrukt ze, haar eigen comeback heeft niets met de terugkeer van de jaren tachtig te maken. Zij kan er ook niets aan doen dat platenmaatschappij Sony haar acht jaar belette een nieuw album te laten verschijnen.

Ze is onvoorstelbaar enthousiast in de suite van het Amsterdamse hotel American. Zelfs het achtste interview van de dag voert ze, ontspannen in een stoel, benen over de leuning, alsof het haar eerste persgesprek in jaren is. En in zekere zin is dat ook zo. Na het verschijnen van haar laatste cd 'Essex', in 1994, was het bijna acht jaar stil rond Moyet. Vorig jaar trad ze weer in de publiciteit toen ze in Londen een rol aanvaardde in de musical 'Chicago'.

Haar jarenlange absentie was niet zelfverkozen, zo vertelt ze. Begin jaren negentig wilde Sony Moyets naam en status maximaal uitbuiten. ,,Ze wilden een soort Celine Dion van me maken. Of nog erger: een mainstream popdiva. Cher, maar dan in een grotere vorm.'' Ze moet hartelijk lachen om haar eigen opmerking. Het is niet de laatste keer dat haar postuur in het gesprek opduikt.

Begin twintig was ze, toen ze in 1982 vanuit het niets een wereldster werd. Ze zong al in wat kleinere bandjes toen ze op een dag een oproep in een blaadje zette. Vince Clark, net vertrokken bij het succesvolle Depeche Mode, belde haar. Ze namen een plaat op en een maand later had Yazoo, zoals hun bandje ging heten, een hit van jewelste.

Twee jaar later al gingen ze uit elkaar en begon Moyet een succesvolle solocarrière. Ze had hits met nummers als 'Is This Love' en 'All Cried Out'. Bij Sony tekende ze een contract voor zestien albums. Al snel doemden er problemen op: ,,Na het album 'Hoodoo' uit 1991 wilde ik een bepaalde artistieke weg inslaan, terwijl ze bij Sony een glossy popimago voor me in gedachten hadden. Dat wilde ik écht niet. Het idee om bekend te worden met muziek die ik zelf niet mooi vond, verafschuwde ik.''

,,Sony wilde pertinent niet dat ik mijn eigen muziek zou maken, maar omdat ik zo'n grote naam in hun stal was, wilden ze me ook niet laten gaan. Uiteindelijk heb ik meer dan acht jaar werkloos thuis gezeten. Verschrikkelijk was het. Ik ben ook maar een mens, iemand die wil werken, deel van de wereld wil uitmaken. Ze hadden op zijn minst kunnen zeggen: 'Je hebt miljoenen voor ons verdiend, het was een mooie tijd, ga nu je eigen weg'. Maar nee, ze wilden me koste wat kost aan mijn contract houden.''

,,Al die jaren heb ik gehoopt dat het snel over zou zijn, dat ik mijn eigen muziek weer zou kunnen maken. Het was als een middeleeuwse marteling. Langzaam en pijnlijk. Drup drup'', en ze tikt met tussenpozen op haar hoofd. ,,Het ging zo ver dat ik niet meer uitging, mijn vrienden niet meer opzocht. Ik wist hoe de conversatie zou lopen: 'En Alison, heb je al een nieuwe plaat?'. En dan moest ik datzelfde verhaal weer vertellen. Verder kon ik het alleen maar hebben over wat ik met mijn kinderen had gedaan.''

Niet dat daar iets mis mee is, haast ze zich te zeggen, ze is dol op haar kinderen. In zekere zin hebben ze haar gered. ,,Steeds als het heel goed ging in mijn carrière, bij elk nieuw succesvol album, kreeg ik een nieuw kind. Per ongeluk eigenlijk, maar niettemin is dat mijn redding geweest. Ik weet zeker dat ik zonder hen een héél ander leven had geleid. In ieder geval was ik wat kwistiger geweest met drugs.'' En ze moet een beetje grinniken.

,,Ik ben nooit erg goed geweest in beroemd zijn'', voegt ze toe. ,,Ik heb het altijd nogal intimiderend gevonden om herkend te worden op straat. Daar baal ik wel van, dat het me zo beïnvloedde. Maar het is een moeilijke positie die je hebt, vooral als je niet voldoet aan bepaalde verwachtingen; te gezet bent bijvoorbeeld. Hoe weerbaar je ook bent, op een gegeven moment ga je eraan onderdoor.''

En daar is het onderwerp weer. Ali son Moyet: de dikke zangeres. Zelf brengt ze het onderwerp keer op keer ter sprake. In de meeste gevallen als ze zichzelf op milde wijze belachelijk maakt. Maar ook omdat ze zich er oprecht boos over kan maken. ,,Ik moest voortdurend mijn recht verdedigen om gezien te worden. Er waren journalisten die me vroegen of ik me niet schaamde om op tv te komen zoals ik eruitzag. Het kostte me enorme moeite om uit te leggen dat het oké is om dik te zijn. Dat je dik én gelukkig kunt zijn.'' En ze lacht alweer.

,,Aan de andere kant: het mooie aan de jaren tachtig was dat iedereen beroemd kon worden. Tegenwoordig kan dat niet meer, met die schoonheidscultus rondom hedendaagse sterren. Die hebben totaal geen identiteit meer, je hebt geen idee wat hun achtergrond is, waar ze vandaan komen, wat hun artistieke richting is. In de jaren tachtig konden freaks nog doorbreken. Toen had je tenminste nog lelijkheid!''

Zelf kan ze over vermeende lelijkheid leuke anekdotes vertellen. Een echt meisjesmeisje voelde ze zich nooit. Ze groeide op in een gezin waar uiterlijk vertoon er weinig toedeed. Geen jurken, geen poppen. ,,In de zandbak zag ik andere meisjes met poppen spelen. 'Wat doe je daar dan mee?', vroeg ik ze. Ik voelde me nooit echt thuis in meidengroepjes.''

Toen ze in de door mannen gedomineerde muziekwereld terechtkwam, voelde ze zich dan ook nooit een vrouw te midden van mannen. ,,Ik voelde me hoogstens meer volwassen'', lacht ze daarover. ,,Ik heb mijn sterke en zwakke kanten, maar die hebben niets te maken met mijn vrouw-zijn. Ik ben nogal neurotisch, maar dat is een algemeen menselijke tekortkoming.''

Dat de pers zo over haar uiterlijk struikelde was desalniettemin geen pretje. ,,Ik was jong, dat gezeur over mijn uiterlijk kwam niet echt lekker aan. Maar goed, ik zag er ook níet uit toen ik begon. Toen Vince en ik met

Yazoo bekendheid verwierven, deed op een gegeven moment het gerucht de ronde dat ik een transseksueel was. Dat ging een heel eigen leven leiden. Toen we in een homobar in Amerika optraden was dat gerucht zelfs zo vervormd dat de hele menigte sportschoolhomo's dacht dat de zanger een zwarte homojongen zou zijn. Die waren wel een beetje teleurgesteld, ja'', glimlacht ze.

Van al dat soort gedoe hoopt Moyet nu verlost te zijn. Eindelijk liet Sony haar, min of meer per ongeluk, een cd maken, die nu bij een ander label verschijnt. Ze vertrok voor de opnames van de cd naar Bristol, waar producerscollectief The Insects zich over haar ontfermde. ,,Mijn voornaamste probleem is altijd geweest om een goede context voor mijn stem te vinden. Bij Yazoo kreeg ik de gelegenheid om heel eclectisch bezig te zijn: ik zong divers materiaal, dat toch één geheel vormde omdat het allemaal van Vince afkomstig was.''

Daarna begon de ellende. Producers beten hun tanden stuk op Moyet. ,,Als je zo'n naam hebt als ik, dan wil iedere producer, hoe goed zijn ideeën verder ook zijn, mínstens dat je een succes blijft. Dus kwamen ze met doorsneedeuntjes.'' Dat was anders met The Insects, die naam verwierven met hun werk voor Massive Attack en Gold frapp. ,,Zij wilden graag met me werken omdat ze mijn stem mooi vonden. Hun interesse was heel puur. En het was een fantastische gevoel om weer eens deel uit te maken van een collectief. Dit is werkelijk de eerste plaat waar ik helemaal tevreden over ben.''

Moyet heeft geen zin om nog te treuren over het enorme gat in haar loopbaan. ,,Ik heb er alleen een spijt van dat ik niet naar de universiteit ben gegaan, dat ik acht jaar lang zo'n versmalde blik heb gehad. Maar goed, ik moet natuurlijk vooral niet zeuren. Het is niet alsof de boze muziekindustrie mijn leven heeft vergald. Ik had best keuzes te maken, ze waren alleen niet altijd even gelukkig. Maar dat gebeurt wel vaker als je jong bent.''

,,Mijn jazztournee bijvoorbeeld, net nadat ik was doorgebroken. Ze vroegen me en ik dacht 'ach, waarom niet?'. Ik had géén jazztechniek, ik kende het genre niet, ik had er geen enkele relatie mee. 'That Ole Devil Called Love', dat zong ik wel eens in de badkamer. Op basis daarvan koos ik nummers! Be lachelijk, het was een complete ramp. En dat is nota bene het nummer waar iedereen me nu nog van kent. Nee, dat zijn dingen die ik vanaf nu anders ga aanpakken. Ik ben 41, ik maak me niet zoveel zorgen meer. Het volgende decennium moet míjn decennium worden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden