Verlaat de akker, plant een bos

De manier waarop we nu voedsel verbouwen, maakt de aarde kapot, betoogt ecoloog Mark Shepard vandaag in Parijs. Eerder liet hij Nederland kennismaken met 'herstellende landbouw'.

Hoe noem je zo iemand? Een pionier, omdat hij op een heel nieuwe manier zijn vak uitoefent. Een goeroe, omdat hij over de hele wereld zijn gedachtegoed verkondigt. Zelf zegt Mark Shepard: ik ben een boer. Maar dan wel een boer die in de New York Times stond en die een bestseller schreef.

In de zijlijn van de klimaattop in Parijs is het vandaag 'de dag van de boer'. Er wordt gesproken over 'agro-ecologie' en wat boeren kunnen doen tegen klimaatverandering. Mark Shepard is - uiteraard - van de partij.

Vorige week was Shepard (52) in Nederland. Hij gaf workshops op het landschapspark Lingezegen (tussen Arnhem en Nijmegen) en sprak op een ecologiecongres in Velp. Tussendoor bezocht hij het 'voedselbos' Ketelbroek bij Groesbeek. Op een bescheiden perceel van zo'n tweeënhalve hectare worden hier fruit- en notenbomen geteeld en er groeien planten en struiken met eetbare vruchten, bladeren of scheuten: van de tamme kastanje tot de buffelbes en van Siberisch postelein tot aardamandel. Het geheel functioneert op eigen kracht, zonder dat er mest of water wordt toegevoegd. Ketelbroek heeft het uiterlijk van een bos, maar is bedoeld om voedsel te produceren. Vandaar: voedselbos. De eerste amandelen zijn inmiddels geoogst en opgegeten.

Wat Wouter van Eck, een van de initiatiefnemers van Ketelbroek, in het klein doet, doet Mark Shepard in het groot. In een gehucht in de Amerikaanse staat Wisconsin heeft hij 42 hectare grond ingericht volgens de principes van de permacultuur. Dat betekent dat het ecosysteem duurzaam (met permanente gewassen) én rendabel is. Om rendabel te zijn heeft Shepard wel meer dan 250.000 bomen nodig, met onder andere hazelnoten, kastanjes, walnoten en appels. Bovendien heeft hij om de rekeningen te kunnen betalen inkomsten nodig uit spreekbeurten, de verkoop van zaaigoed en de baan van zijn vrouw.

Koreaanse pijnboom

Terwijl in Groesbeek de regen overgaat in natte sneeuw steekt Shepard - grijze baard, wollen jas, oranje ijsmuts- een paar naalden van de Koreaanse pijnboom in zijn mond. Daarvan staan er op het perceel twee, voor de pijnboompitten. Maar de naalden, knikt Shepard, smaken ook best.

Trouwens, dat woord 'voedselbos', zegt Shepard, dat klinkt heel leuk en lekker maar het is feitelijk onjuist. In de strikte zin van het woord is noch Ketelbroek noch zijn bedrijf in Wisconsin een bos. Het is eerder een soort savanne. Neemt niet weg dat zo'n omgeving in de natuur de hoogste biodiversiteit kent en dus ook veel eetbaars kan voortbrengen.

Shepard noemt het gedachtegoed achter zijn bedrijfsvoering 'herstellende landbouw' - ook de titel van zijn boek dat vorig jaar in Nederlandse vertaling verscheen. De benaming suggereert dat er in de landbouw iets kapot is dat hersteld moet worden. "Wat er kapot is?" Verbaasd herhaalt Shepard de vraag. "Ons huidige akkerbouwsysteem met eenjarige gewassen maakt de aarde kapot." Want, legt Shepard uit in zijn boek, eenjarige planten als graan en mais hebben kale grond nodig om te groeien. Daarvoor moet eerst gras of bos dat de bodem van nature bedekt, worden verwijderd: "Het vernietigen van een intact, meerjarig ecosysteem". Omploegen maakt de grond vervolgens arm en droog: "Beetje bij beetje verdwijnt er kostbare vruchtbare aarde. Wat overblijft is het kale skelet van de planeet." Daarom moeten we af van akkers en daarvoor in de plaats voedselbossen planten.

Shepard kijkt om zich heen over het perceel van Ketelbroek en merkt de bamboe op. Dat is een woekeraar, hoor, waarschuwt hij. Wouter van Eck weet het. Er zit maar een ding op, volgens hem: veel scheuten van de plant opeten. Lachend: "Can't beat them, eat them."

Voor de goede orde, zegt Van Eck, zo'n voedselbos is niet 'terug naar de natuur': het systeem is nauwkeurig uitgedacht, er zijn zeven lagen van beplanting (zie kader) en het is bedoeld om stelselmatig voedsel te produceren.

Shepard knikt instemmend, voordat hij met zijn gezelschap weer in de bus stapt naar de andere kant van Nijmegen. Hij is uitgenodigd in het landschapspark Lingezegen, waar hem een lunch wacht. Brood slaat hij beleefd af. Nee, allergisch is hij niet, maar zijn principe is om niets te eten dat hij niet zelf zou verbouwen. Brood van een eenjarig gewas als graan laat hij daarom staan.

Amandelen

Een nogal divers publiek heeft zich aangemeld om een dag lang met Shepard op te trekken en zijn ideeën te vernemen. Aan de lunchtafel zitten natuurbeschermers, de eigenaresse van een landgoed en studenten met rastahaar en bergschoenen.

Shepard staat op om zijn impressie te geven van wat hij zag in het voedselbos in Groesbeek. Waar zal hij eens beginnen? Bij de Koreaanse pijnboom. Twee exemplaren daarvan in een voedselbos, dat zet natuurlijk geen zoden aan de dijk voor de productie van pijnboompitten. En dan de amandelen. "Give me a break!", roept Shepard uit terwijl hij zich voor zijn hoofd slaat. Is het je ein-de-lijk gelukt om in Nederland amandelen te oogsten, en dan stop je ze niet in de grond om nieuwe bomen te krijgen maar je eet ze op. Nee, zo wordt het nooit wat.

Wouter van Eck ligt niet wakker van de Amerikaanse kritiek, laat hij weten. "We zijn best trots op allebei onze Koreaanse pijnbomen. We hebben niet de pretentie om voor dit product een groot marktaandeel te veroveren." En wat de amandelen betreft: die worden al eeuwenlang op bescheiden schaal geteeld in NoordWest-Europa, zelfs in Zweden.

"Is niet erg dat Shepard hier geen weet van heeft, hij komt immers uit een gebied met veel strengere winters. Wij hebben inmiddels ongeveer vijftien amandelbomen geplant omdat ze zo goed produceren." En, zegt Van Eck, misschien wel de belangrijkste conclusie na de oogst van de amandelen: "Ze smaakten heerlijk."

Voedselbossen

Voedselbossen in de geest van Mark Shepard zijn er maar weinig. In de Verenigde Staten doet de Universiteit van Missouri experimenten op proefpercelen. In Nederland zijn er behalve Ketelbroek in Groesbeek nog negen locaties waar een voedselbos is of zal komen. Het grootste, 60 hectare groot, moet in Flevoland komen als onderdeel van de Floriade in Almere in 2022. De provincie Flevoland heeft inmiddels ingestemd met de aanleg van de eerste twintig hectare in het kader van 'nieuwe natuurontwikkeling'.

Eetbare producten

De beplanting in een voedselbos bestaat uit zeven lagen, die ieder eetbare producten geven:

1. Kruinen van grote bomen ( bijvoorbeeld tamme kastanje)

2. Kleinere bomen en grotere struiken (bijvoorbeeld halfstam fruitbomen)

3. Lagere struiken (bijvoorbeeld kruisbes)

4. Kruidlaag (bijvoorbeeld struisvaren)

5. Grondbedekkers (bijvoorbeeld aardbei)

6. Wortel- en knollenlaag (bijvoorbeeld aardamandel)

7. Klimplanten die zich door de andere lagen slingeren (bijvoorbeeld kiwi)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden