Verkwanselt de Vrije School haar eigen principes?/VRIJE SCHOLEN

Net nu de Vrije Scholen een feestje vieren omdat de eerste school driekwart eeuw geleden begon, maken ze een begin met het afschaffen van hun extra schooljaren. Moeders zijn boos. “De vrijheid van onderwijs is in het geding. De overheid dwingt alle ouders en leerlingen in hetzelfde gareel. Overal in het onderwijs wordt geklaagd over de ongeïnteresseerdheid van de leerlingen, de uitval, de crisis onder de jeugd. Nu wordt een vorm van onderwijs waarin daarvan geen sprake is, de nek omgedraaid.” De scholen blijven optimistisch. “Ons onderwijs moet gericht blijven op de doorgaande ontwikkeling van het kind tot een bewust mens. Dat kan ook in de nieuwe wettelijke structuur.” En een oud-leerlinge kijkt met gemengde gevoelens terug. In het begin dacht ze dat ze op een 'gekkenschool' zat, zo ánders was het op de Vrije School. Maar haar eigen kinderen gaan zeker naar de Vrije School.

Op 9 september 1923 begon in een Haags woonhuis de eerste Vrije School van Nederland. Of liever: schooltje, want meester Daan van Bemmelen - net terug uit het Zwitserse Dornach, waar hij inspiratie had opgedaan bij Rudolf Steiner op het hoofdkwartier van de antroposofische beweging - kreeg tien leerlingen onder zijn hoede.

Nu, 75 jaar later, zijn er in Nederland zo'n 90 scholen met 20 000 leerlingen. Het jubileum wordt deze weken gevierd.

Voor nogal wat aanhangers van de Vrije Schoolbeweging - overigens voor het merendeel geen antroposofen, 95 procent van de ouders kiest voor de Vrije School omdat de pedagogiek en de sfeer hen zo aantrekken - heeft dit jubileum een wrange bijsmaak.

In onderhandelingen met de overheid, in de persoon van oud-staatssecretaris van onderwijs Tineke Netelenbos, zijn de Vrije Scholen het afgelopen jaar akkoord gegaan met zo ingrijpende veranderingen, dat menigeen zich afvraagt of er over enige jaren nog wel sprake is van een Vrije School.

Inhoudelijk en qua pedagogische visie verschillen de Vrije Scholen sterk van het gewone onderwijs. In de onderbouw houden de leerlingen de hele periode dezelfde leraar. Leren lezen begint pas als de kinderen hun tanden gewisseld hebben.

Kunstzinnige vorming is geheel in het onderwijs geïntegreerd; er wordt veel tijd besteed aan beeldende vorming, toneel, koorzang en aan 'euritmie', een nog ten tijde van Rudolf Steiner ontwikkelde mengvorm van dans en gymnastiek.

De groepen zijn tot in de bovenbouw in principe heterogeen, dat wil zeggen dat de leerlingen niet naar intellectuele prestaties uit elkaar gehaald worden: geen scheiding van mavo-kinderen, havisten en vwo'ers dus.

Barbara Jacobs en Carla Kemme uit Haarlem, 'Vrije School-ouders' par excellence met respectievelijk zes en vier kinderen die dit onderwijs hebben gevolgd of nog volgen, zijn woedend op de leiding van de Bond van Vrije Scholen. “Zij heeft de idealen van de Vrije Schoolbeweging verkwanseld, om de subsidiëring veilig te stellen”, is hun oordeel.

De twee moeders hebben een Belangenvereniging voor behoud van het Vrije Schoolonderwijs opgericht en hebben intussen adhesie gekregen van zo'n vijfhonderd mensen. Imiddels beseffen ze dat de veranderingen niet meer zijn terug te draaien. “Wij richten ons op de lange termijn. De vrijheid van onderwijs is in het geding. De overheid dwingt alle ouders en leerlingen in hetzelfde gareel, zogenaamd omdat de maatschappij dat eist. Niet alleen de Vrije Scholen worden hierdoor getroffen, dat geldt voor alle ouders in Nederland.”

Kinderen worden op veel te jonge leeftijd onderworpen aan selectie, menen de kritische moeders “Ze moeten zich eerst tot echte mensen kunnen ontplooien voordat zij hun weg zoeken in de samenleving. Dat maakt de overheid steeds meer onmogelijk.”

Het zwaarste punt voor Jacobs, Kemme en hun medestanders is de invoering van het mavo- en havo-examen voor kinderen van respectievelijk 16 en 17 jaar. Niet alleen vinden ze dat te vroeg, het zal ertoe leiden dat de groepen in de bovenbouw veel eerder gesplitst zullen worden en dat de ruimte voor kunstzinnige vorming, essentieel in de Vrije Schoolpedagogiek, ingrijpend beperkt wordt. “Het is ook zo paradoxaal”, zeggen ze verontwaardigd, “overal wordt in het gewone onderwijs geklaagd over de ongeïnteresseerdheid van de leerlingen, de uitval, de crisis onder de jeugd. Nu wordt een vorm van onderwijs waarin daarvan geen sprake is, de nek omgedraaid.”

Op het lommerrijke landgoed de Reehorst in Driebergen, het 'Vaticaan' van de antropofische beweging in Nederland, waar ook het bureau van de Bond van Vrije Scholen gevestigd is, ontkent directeur Ton ten Böhmer dat het alleen de subsidie-eisen van de overheid zijn geweest die de veranderingen hebben afgedwongen. “De overheid heeft als katalysator gewerkt. Wij waren zelf al jaren doende met na denken over structurele en inhoudelijke veranderingen. De Vrije Scholen waren in de afgelopen twintig jaar wel sterk gegroeid, maar we dreigden ook steeds meer in een isolement terecht te komen.”

Het is zijn overtuiging dat de samenleving, en daarmee ook de ouders en de kinderen, de afgelopen vijftien, twintig jaar zo is veranderd dat de Vrije School onmogelijk kan vasthouden aan vormen en structuren zoals die in heel andere tijdsomstandigheden gegroeid zijn. De Vrije Scholen kunnen geen eilandjes blijven en de buitenwereld blijvend buiten de deur houden.

Dat betekent dat de scholen zich gericht moeten afvragen, of een aantal aspecten van de vorm waarin zij hun onderwijs aanbieden nog wel toegesneden zijn op wat voor kinderen van deze tijd goed is. Hij denkt aan de functie van toetsen en schoolexamens voor de voortgang van het leerproces, aan de vraag of werkelijk alle leerlingen erbij gebaat zijn tot hun achttiende jaar in het schoolse milieu te blijven.

Ten Böhmer: “Natuurlijk moeten we de essenties van de Vrije Schoolpedagogiek in stand houden. Ons onderwijs moet gericht blijven op de doorgaande ontwikkeling van het kind tot een bewust mens die zelf zijn keuzes kan maken, en het moet het kind maatschappelijk toerusten. Die essenties moeten we met de eisen die de nieuwe wettelijke structuur stelt, onder één noemer brengen. We geloven dat dat kan en we zijn daarvoor een groot vernieuwingsproject gestart, waaraan tot onze blijdschap alle scholen meedoen.”

Over het punt waar de meeste kritiek op is gekomen, de dreiging dat in de nieuwe structuur een deel van de leerlingen al met 16 jaar van school zal moeten, zegt Ten Böhmer: “Het uitgangspunt moet zijn: waar is de betreffende leerling het meest bij gebaat? Als het het beste is dat hij of zij langer blijft, dan moeten we dat doen, subsidie of niet. We zijn niet tegen toetsen en examens, wel als ze te vroeg komen. Ik persoonlijk vind een mavo-examen met 16 jaar te vroeg. Wat mij betreft handhaven we de ivo-structuur, waarbij de leerlingen via tussentijdse toetsen hun examen doen.”

Neerlandica en freelance journaliste Daphne van Paassen (29) kijkt met gemengde gevoelens op haar jaren op de Vrije School terug. Enerzijds vond zij het er geweldig, tegelijk vindt zij achteraf dat veel leerlingen, vooral in de bovenbouw, te weinig uitgedaagd werden om prestaties te leveren op punten die ze moeilijk vonden: “Als je maar een beetje faalangst had, hoefde het niet.” Dat leidde ertoe dat ze in het vijftiende jaar, toen ze zich voorbereidde op het vwo-examen, keihard moest werken. Op de universiteit vond ze het iedere keer weer een soort wonder als ze voor een tentamen slaagde; overigens slaagde ze cum laude.

Later, bij een reünie, bleek trouwens ook dat een groot aantal leerlingen met succes een hbo- of universitaire studie had gedaan, terwijl ze indertijd, bij een (vrijwillige) cito-toets, bijna allemaal een mavo-advies hadden gekregen.

Over de ingrijpende veranderingen die nu bij de Vrije Scholen op til zijn, zegt de oud-leerlinge: “Verregaande bemoeienis van de overheid vind ik slecht, maar ik ben er wel voor dat ze een aantal kerndoelen stelt. Het moet niet zo zijn, dat je alles over Atlantis hebt geleerd, maar niets over de Tweede Wereldoorlog, zoals mij is overkomen.”

Maar als ze kinderen krijgt, zal Van Paassen ze, zeker voor de eerste jaren, naar de Vrije School sturen, ook al heeft ze zelf in die periode een tijdje gedacht dat ze op een 'gekkenschool' zat, zo ánders was het er.

En mocht ze nog eens lerares worden, dan zal dat op een Vrije School zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden