Verknipte meesters weer herenigd

Gescheiden Paren | Een zeventiende-eeuws schilderij kon je rustig in stukken snijden, vonden kunsthandelaren lange tijd. Museum Bredius brengt de helften weer samen.

JOKE DE WOLF

Gewapend met een mes loopt kunsthistoricus John Berger op de Botticelli af en snijdt er koelbloedig het hoofd van Venus uit. Achter hem snort de camera: het is de nogal schokkende openingsscène van 'Ways of seeing', Bergers televisieserie uit 1972 over kijken naar kunst. Pas even later wordt duidelijk dat het Berger in die eerste uitzending gaat om de vanzelfsprekendheid waarmee we in de twintigste eeuw met kunstreproducties omgaan - ook het door hem 'aangevallen' doek was een goedkope kopie die tijdelijk aan de museummuur was gehangen.

Alleen de woordcombinatie 'mes' en 'meesterwerk' doet veel kunstliefhebbers al huiveren. Toch was het snijden in schilderijen nog niet eens zo lang geleden een gangbare praktijk. Vooral negentiende-eeuwse kunsthandelaren dachten vaak: twee kleine zeventiende-eeuwse schilderijen brengen meer op dan een grote, en zo konden ze meteen de minder prettige - en dus minder verkoopbare - delen van het schilderij wegmoffelen. Het gevolg: er kwamen zo nu en dan schilderijen op de markt met eigenaardige afbeeldingen.

Kunstkenner Abraham Bredius (1855-1946) hield van dat soort werk. Hij was de eerste die zich eind negentiende-eeuw specialiseerde in Hollandse zeventiende-eeuwse schilderkunst, en naast zijn directeurschap van het Mauritshuis (waarvoor hij bijvoorbeeld Rembrandts 'Saul en David' kocht) zocht hij voor zichzelf vaak de opmerkelijke, kleinere werken uit van bijvoorbeeld Jan Steen of Albert Cuyp.

Het museum dat tegenwoordig zijn collectie beheert, Museum Bredius, toont nu 'Linking pieces': een expositie waarop schilderijen te zien zijn die eerst één geheel vormden, uit elkaar zijn gehaald en nu, na onderzoek of gepuzzel, weer min of meer 'samen' zijn. Het is vreemd genoeg een onderwerp waarover nog nooit eerder een tentoonstelling werd gemaakt.

Achttien 'paren' bracht het museum bij elkaar, aangevuld met een aantal tekeningen en etsen. Daarbij maakt het museum zelf ook slim gebruik van de mogelijkheid kopieën te maken: het bekendste schilderij waar ooit in gesneden is, 'De Nachtwacht', hangt er in twee kleinere reproducties. Het zou nooit in het statige herenhuis van het museum passen, het was in 1715 zelfs al te groot voor de ruimte in het Amsterdamse stadhuis, reden om er simpelweg een stuk af te snijden. Alleen dankzij een eerder gemaakte kopie, die ook in reproductie te zien is, weten we hoe Rembrandt het doek oorspronkelijk bedoelde.

Bernard Vermet zat in 1996 in de trein toen bij hem het kwartje viel. De kunsthistoricus deed onderzoek naar architectuurschilder Hendrick Aerts (1570-1603) en probeerde de afbeelding op het kleine doekje van de schilder, uit de collectie van Museum Bredius, te begrijpen. Erop staat alleen een oude, kreupele man, die wordt meegenomen door de Dood.

Opeens zag hij dat het het rechterdeel moest zijn van een groter werk, en samen de 'Allegorie op de ouderdom en de dood' was: het linkerdeel, dat er precies op aansluit, kende hij van een foto uit een veilingcatalogus uit 1908. Het bleek de tegenhanger van een bekend werk van Aerts uit het Amsterdamse Rijksmuseum, de iets vrolijker 'Allegorie op jeugd en liefde'.

Blijkbaar is het schilderij in de negentiende-eeuw in tweeën geknipt, omdat het stukje met de Dood erop kopers zou afschrikken. Met wat speurwerk is het linkerdoek laatst teruggevonden en aangekocht door de 'Vrienden' van museum Bredius. Voor deze tentoonstelling hangen de delen nu weer samen, naast elkaar, zonder lijst, op een witte achtergrond waarop de nog ontbrekende vlakken in zwarte lijnen zijn geschetst. Grote vraag voor het museum is wat nu te doen: moeten de delen weer aan elkaar genaaid? De kans dat de ontbrekende stukken bewaard zijn, is nihil, dus die zouden dan moeten worden gereconstrueerd.

De tentoonstelling laat zo de bezoekers meepuzzelen en meedenken over de vragen die dit soort ontdekkingen oproepen. Tegenover de Aerts hangt een lappendeken die in 1990 wel weer aan elkaar werd gezet: Jan Steens 'Huwelijksnacht van Tobias en Sara'. Bredius, naast Rembrandtkenner ook een groot liefhebber van Jan Steen, kocht ook hier het eigenaardige rechterdeel, waarop een engel een monster doodt. Het linkerdeel, met de - goed verkoopbare - afbeelding van het pasgetrouwde echtpaar was in het Centraal Museum in Utrecht terechtgeko men. De vleugels van de engel, die tot boven het hoofd van Tobias komen, kwamen weer tevoorschijn bij de restauratie, ze waren netjes overgeschilderd. En ja, je ziet, als je goed kijkt naar het herenigde paar, het litteken nog zitten.

Puzzels

Dit soort 'échte' puzzels spreken direct tot de verbeelding, maar er zijn ook minder dramatisch gescheiden werken samengebracht. Twee grote visstillevens bijvoorbeeld op het ene ligt zeevis, op het andere zoetwatervis. Een rijke Alkmaarder bestelde ze in 1656 na elkaar bij Pieter van Schaeyenborgh. Het Alkmaarse Stedelijk Museum bracht ze in de jaren zeventig van de vorige eeuw apart naar de veiling, en zo raakten ze gescheiden. Kunsthandel Hoogsteder & Hoogsteder, de buurman van Museum Bredius, heeft de twee panelen nu weer samen in bezit. En verkopen zullen ze ze niet snel; ook tegenwoordig zitten weinig kopers te wachten op twee schilderijen met dode vis.

De herenigde paren en trio's vertellen stuk voor stuk een verhaal over de onverbiddelijke, zakelijke kant van de kunstgeschiedenis. Het is prachtig om ze nu weer samen te zien.

***

'Linking Pieces', van 3 december tot 5 maart 2017 in Museum Bredius, Den Haag. www.museumbredius.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden