Verkiezingsstrijd in Ierland verzandt door gebrek aan kleurrijke strijdpunten

AMSTERDAM - Al even weinig bruisend als een goed getapt glas Guinness. Daarmee is de campagne voor de Ierse parlementsverkiezingen van morgen het best omschreven. Zelfs politieke publiciteitsstunts bleven achterwege. Of het moest het moment zijn dat Bertie Ahern, leider van de oppositionele Fianna Fail en favoriet om Fine Gael-voorman John Bruton als premier op te volgen, zich door Sylvester Stallone in zo'n kek jasje van het 'swingende' Planet Hollywood werd gehesen.

Ook het afsluitende televisiedebat van woensdagavond deed niet echt stof opwaaien. Maar wat wil je ook. De twee partijen die beide stammen uit de tumultueuze kinderjaren van de Ierse republiek verschillen niet of nauwelijks meer van elkaar. En dat was in die aanvangsjaren wel anders, toen de grondleggers in een burgeroorlog over de deling van Ierland in de zuidelijke republiek en het Britse Noord-Ierland lijnrecht tegenover elkaar kwamen ter staan. Eamon de Valera, aartsvader van Fianna Fail, als fel tegenstander van de deling, versus Michael Collins, met zijn Fine Gael, die het delingsverdrag met Groot-Brittannië wel steunde.

Tegenwoordig is het onderscheid hooguit nog te vinden in aanhang en structuur. Fianna Fail met zijn legendarische electorale machine, meer nationale beweging dan partij, zichzelf beschouwend als de 'natuurlijke' regeringspartij en traditioneel leunend op kleine keuterboeren en de stedelijke arbeidersklasse. Sinds de populistische partij in de jaren zestig vrijerijen met het zakenleven aanging is ook dat laatste restje linksigheid verdwenen.

Daar tegenover Fine Gael die haar steun vooral zoekt onder de conservatieve katholieke boerenstand en de professionele middenklasse. Ook niet echt links dus.

Op economisch gebied zit er ook nauwelijks verschil tussen de twee grote politieke blokken. En zelfs als dat zo zou zijn: het gaat Ierland economisch zeer voor de wind, dus daar valt ook al geen strijd over te voeren. Het 'eeuwig groene' landje met zijn 3,6 miljoen inwoners is zo'n beetje de economische 'tijger' van Europa. Met vorig jaar een groeipercentage van 7 procent van het bruto nationaal produkt (in '95 was dat zelfs ruim 10 procent) vallen die van de naburige West-Europese landen zowaar heel bleekjes weg.

De 'Keltische tijger', zoals de Ieren zichzelf graag noemen. Het land dat nog geen twee decennia geleden gold als het arme broertje van Europa, en dat nu - dankzij de wet van de stimulerende achterstand - het Sillicon Valley van datzelfde Europa is geworden. Waar, vooral rondom de hoofdstad Dublin, een informatica-industrie is gevestigd die anno nu drie kwart van alle in Europa verkochte personal computers fabriceert of assembleert, en waar sinds 1980 veertig procent van alle Amerikaanse high tech-investeringen in Europa heen is gevloeid.

De regerende 'regenboog'-coalitie van Fine Gael, Labour en Democratisch Links kan daar natuurlijk een nummer van maken, ware het niet dat die voorspoedige trend zich al ruimschoots voor haar aantreden, eind 1994, had ingezet. Onder door Fianna Fail gedomineerde regeringen, van Albert Reynolds, van Charles Haughey, met de inventieve en zeer kundige minister van financiën Ray MacSharry, dus die oogst komt niet geheel op Brutons conto.

Ierland is 'booming', en de enige reden dat er verkiezingen worden gehouden, is een kalendermatige: de zittingsperiode van de Dail, het Ierse parlement, zit erop. Een extra moeilijkheid om de ware strijdpunten naar voren te halen, en elkaar vliegen af te vangen. Zelfs worden heikele onderwerpen ontzien als echtscheiding - vorig jaar met minder dan een procent verschil via een referendum gelegaliseerd - of abortus - mag in het rechtzinnig katholiek gedomineerd alleen wanneer het leven van de moeder gevaar loopt. Fianna Fail noch Fine Gael willen de broze vrede verstoren, de oude wonden openrijten.

De glanzende staat waarin Ierland zich momenteel bevindt heeft niet kunnen voorkomen dat het oppositieblok Fianna Fail/Progressieve Democraten in de peilingen een procent of tien voorligt op de regerende regenboog-coalitie, die op zo'n 40 procent lijkt uit te komen. Maar of het genoeg is om het oppositieblok de gewenste absolute meerderheid van minstens 83 zetels in de 166 zetels tellende Dail, het Ierse parlement, te brengen, is maar zeer de vraag. Zodat de kans ook nog bestaat dat Fianna Fail en de Progressieve Democraten straks steun moeten gaan zoeken bij de in het 'aardse' Ierland steeds vrij sterk uit de voeten komende Groene. Of zelfs in het 'regenboog'-kamp, waar dan de Labour Party van minister van buitenlandse zaken Dick Spring de eerste aangewezene is. Niet helemaal onlogisch, tenslotte was Labour tot haar switch in 1994 naar Fine Gael jarenlang de coalitiepartner van Fianna Fail.

Bij gebrek aan kleurrijke strijdpunten, aan scherp programmatisch onderscheid, is de verkiezingsstrijd in Ierland verzandt in een wat tegenwoordig heet, 'presidentiële' campagne, zeer op de personen gericht, en de laatste jaren ook zeer in zwang elders in Europa, zie bijvoorbeeld grote buur Engeland. Zo is het dus John Bruton tegenover Bertie Ahern. Oftewel de zwierige zoon van een rijke boer in zijn handelsmerk, het double-breasted pak, tegenover de wat meer emotionele, strijdlustige oppositieleider, die zijn enorme populariteit vooral dankt aan zijn ongedwongen omgang met de man of vrouw in de straat, waar hij gaarne en zonder een enkele lijfwacht vertoeft, al dan niet op weg naar een pub om daar met 'het volk' een glas te heffen.

De enige die in de aanloop naar de verkiezingen nog een steen in de vrij rimpelloze verkiezingsvijver gooide, was de leidster van de kleine, rechtse Progessieve Democraten, Mary Harney. De 44-jarige Harney is met haar stevige uitspraken over privatisering, recht en orde, of aanpak van uitkeringsfraude al de Margaret Thatcher van Ierland genoemd. Ze raakte kennelijk door de glorieuze opiniepeilingen, die haar partij deden groeien van 8 naar 15 zetels, zo op hol, dat ze steeds rigoureuzere uitspraken deed.

Zo vond ze dat in de publieke sector zeker 25 000 banen moesten verdwijnen, en stelde ze voor de bijstand voor jonge, ongehuwde moeders zo te reorganiseren dat de meiskes maar beter bij de ouders konden blijven wonen. Vooral dat laatste viel in het Ierland met zijn omvangrijke, rebelse jeugdpopulatie niet erg best.

Damage control in de laatste week dus voor Bertie Ahern, die de ongeleide projectielen zijn coalitiegenote en toekomstig regeringspartner met veel mitsen en maren moest corrigeren. Opdat ze niet de kansen voor open doel om zeep zou helpen om weer te gaan regeren, om weer met zijn persoon de taoiseach, de premier, te leveren. Want met minder neemt Fianna Fail - de partij die 49 van de 74 jaren dat de Ierse republiek bestaat de regering heeft gevormd - geen genoegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden