Verkiezingen Jeruzalem tonen verdeeldheid

Een Israëlische grenspolitieagent houdt een groep Palestijnen tegen in Jeruzalem. Vandaag zijn er burgemeestersverkiezingen, maar de Palestijnen doen er niet aan mee. (FOTO AP)

Bij de lokale verkiezingen van vandaag in Israël staan de schijnwerpers op Jeruzalem. De Palestijnen blijven thuis.

De 240.000 Palestijnen van Jeruzalem zullen vandaag de lokale verkiezingen boycotten, net zoals zij de afgelopen veertig jaar hebben gedaan, sinds Israël het oostelijke Arabische stadsdeel bezette en annexeerde. Het is hun stille demonstratie dat ze daarin niet berusten. Het is ook een teken dat de stad verre van een verenigde stad is, al roepen Israëlische leiders, inclusief de belangrijkste kandidaten voor het burgemeesterschap, om het hardst dat zij borg staan voor een ’eeuwig verenigd Jeruzalem’. In feite is de kloof tussen de mythe die Israël in stand probeert te houden en de werkelijkheid nooit groter geweest.

Peilingen tonen dat zelfs 62 procent van de Joodse bevolking van Jeruzalem de stad helemaal niet als verenigd beschouwt; 58 procent is voorstander van een compromis over Jeruzalem om een vredesakkoord met de Palestijnen mogelijk te maken.

„Het gros van de Israëliërs weet dat een verdeling van de zeggenschap over Jeruzalem onvermijdelijk is”, zegt advocaat Daniel Seidemann van Ir Amim, een groepering die de veranderingen in de stad op de voet volgt. „Op het ogenblik bevinden we ons in dat schemergebied tussen het politiek haalbare en historisch onvermijdelijke.”

Een willekeurig ritje door stad laat zien hoe verschillend en hoe gescheiden de Joodse en Arabische stadsdelen zijn. Joods Jeruzalem, oorspronkelijk het westelijke deel van de stad, heeft zich via de bouw van woningen uitgestrekt over de grenzen van de Arabische oostelijke wijken heen.

Arabisch Oost-Jeruzalem, en met name het oude centrum, ligt er verwaarloosd bij. De bouw in de Arabische wijken is bijna altijd illegaal, omdat het (Joodse) gemeentebestuur het verkrijgen van bouwvergunningen zo goed als onmogelijk maakt. De infrastructuur – wegen, water, riolering, scholen en klinieken – is nauwelijks vernieuwd sinds Israël het vier decennia geleden voor het zeggen kreeg.

„Aan de wegen is al veertig jaar niets gedaan”, zegt Hassan Aboe Asla uit Tsoer Bacher, een dorpje met zo’n 15.000 inwoners dat Israël bij Jeruzalem heeft ingelijfd. „En er is nog altijd geen behoorlijke riolering.”

De septic tanks van particuliere burgers stromen regelmatig over, de straat op. Een paar jaar geleden heeft de gemeente nieuwe pijpleidingen gelegd. Ze hielden op ergens halverwege de heuvelhelling, zodat het rioolwater vrijelijk de huizen van de gezinnen daar bereikt. We betalen net als ieder ander onze gemeentebelastingen”, benadrukt Aboe Asla, die zelf, tot aan zijn pensionering een paar jaar geleden, gemeenteambtenaar was. „Maar we krijgen absoluut niet dezelfde dienstverlening als de Joodse wijken”, zo legt hij uit. „De twee nieuwe scholen aan de rand van Tsoer Bacher zijn daar gebouwd nadat het Hooggerechtshof dat had bevolen. Ook toen heeft het nog jaren geduurd en moesten er juristen aan te pas komen die dreigden de regering aan te klagen wegen minachting van het hof.”

Volgens de gegevens van Ir Amim vormen de 240.000 Palestijnse inwoners een derde van de bevolking van Jeruzalem. Ze krijgen nog geen tien procent van het budget. Door hun weigering te stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen, hebben ze ook geen invloed op het beleid. „Zelfs als ze zouden stemmen”, meent Aboe Asla, „zouden ze nooit genoeg stemmen behalen om de opzettelijke discriminatie tegen te kunnen gaan die tot doel heeft de Palestijnen uit de stad te verjagen.”

Naast het tekort aan bouwvergunningen voor de groeiende bevolking heeft Israel bijvoorbeeld tussen 1967 en 2006 8.300 Palestijnen hun recht in Jeruzalem te wonen ontnomen. De afgelopen jaren heeft de afscheidingsbarrière rond Jeruzalem de Palestijnse winkels en bedrijven afgesneden van hun clientèle op de Westelijke Jordaanoever en de economie van Oost-Jeruzalem veel schade toegebracht. En dan is het voor veel inwoners van de Westoever ook nog eens een lijdensweg geworden om hun werk, scholen, ziekenhuizen en andere instellingen in Jeruzalem te bereiken. De ’barrière’ omringt zelfs twee grote Arabische wijken in Jeruzalem zelf, waardoor een vijfde van de Palestijnse bewoners achter een betonnen muur woont en van geen enkele gemeentedienst kan genieten.

„Paradoxaal genoeg”, zo merkt Prof Rassem Khamaisi van het Internationaal Centrum voor Vrede en Samenwerking in Oost-Jeruzalem op, „heeft het Israëlische beleid om te proberen de Palestijnen de stad uit te werken, als een boemerang gewerkt.” Hij citeert cijfers waaruit blijkt dat het aandeel van de Arabische bevolking is gegroeid van een kwart van de inwoners van de stad in 1967 tot een derde vandaag de dag.

Volgens zijn berekeningen zullen ze in 2020 veertig procent van de bevolking uitmaken. Juist de aanleg van de zogeheten veiligheidsbarrière (die rond Jeruzalem vaak de vorm heeft van een hoge muur) heeft tal van Palestijnse Jeruzalemmers die naar de voorsteden waren verhuisd, aangemoedigd naar de stad terug te keren, uit angst hun baan te verliezen.

Seidemann voegt daar aan toe dat ook vele Palestijnen zijn verhuisd naar de rand van de nieuwe grote Joodse wijken. „Ga naar de supermarkt in Neve Ja’akov”, zegt hij over zo’n Joodse wijk aan de oostelijke kant van de stad, „en je ziet dat de prijzen aangegeven zijn in het Arabisch, Russisch en Hebreeuws, in die volgorde.”

„Dit alles vereist dat de Israëlische regering zich gaat bezinnen over een andere aanpak”, meent Khamaisi. Zijn streven: een politieke regeling die alle bewoners de kans geeft op een waardig bestaan.

Tot nu toe lijkt de Israëlische regering een omgekeerde weg in te slaan. Dit jaar vonden na een lange periode van rust vier aanslagen plaats, waarvan twee met bulldozers. Alle vier de Palestijnse aanslagplegers kwamen uit wijken/dorpjes in het zuiden van Jeruzalem, en alle vier werden tijdens hun acties doodgeschoten.

Toch vonden Israëlische politici en de veiligheidsdiensten dat dat niet voldoende was en het zaak was ook de huizen van hun familie te vernietigen. Vicepremier Haim Ramon riep op hun wijken te straffen door de veiligheidsbarrière te verleggen en ze af te sluiten – in feite een pleidooi voor het verdelen van Jeruzalem. Oud-opperbevelhebber Sjaoel Mofaz en de nummer twee van de Kadimapartij gooide nog eens olie op het vuur door Oost-Jeruzalem een broeinest van terrorisme te noemen – terwijl hij tegelijkertijd bezwoer een eeuwig verenigde stad na te streven.

„Je ziet hoe de politici slechts haat zaaien”, zegt Aboe Asla. „Ze wijzen elke rationele oplossing voor het conflict af.” Maar Seidemann neigt naar voorzichtig optimisme. „Als je wilt weten hoe Jeruzalem uiteindelijk wordt verdeeld, volg dan het principe zoals dat in 2000 door president Bill Clinton is vastgesteld: ’Volg de voeten’. Waar je Arabische voeten ziet, wordt het Arabisch, waar je Joodse voeten ziet, wordt het Joods. En daarnaast moet er een aparte regeling komen voor de Oude Stad”, legt uit.

Maar dan zwakt hij met een gezonde dosis realisme zijn eigen rooskleurige voorspelling af. „Voor het zover is, moeten beide partijen niet alleen nog heel wat hobbels en vooral zichzelf overwinnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden