Verkiezingen / Establishment moet pas op de plaats maken (opinie)

De kiezer heeft de traditionele middenpartijen als een baksteen laten vallen. De Randstad is niet langer toonaangevend, de ’provincie’ rukt op.

De kruitdampen zijn opgetrokken. Nederland is weer wakker geworden. De inmiddels traditioneel dertig op drift geraakte zetels zijn verdeeld onder de SP, Wilders, ChristenUnie en de Partij van de Dieren. Is de polarisatie terug? Is Wilders de nieuwe Fortuyn? Is Eindhoven met de SP als grootste partij nu echt Peking aan de Dommel? Heeft Nederland nu evenveel dierenliefhebbers (PvdD) als streng-gereformeerden (SGP)? Is dit de voorlaatste afrekening met de middenpartijen? Geven de provincies nu voor het laatst een signaal richting het establishment in Den Haag, Amsterdam en de Randstad?

Majesteit, politici en analisten kunnen gaan interpreteren. Misschien zijn de mensen niet zozeer op drift, als wel consistent in hun zoektocht. Mensen zoeken houvast, duidelijkheid en overzicht. En dan is het niet zo vreemd dat het CDA als een partij van rust en stabiliteit het van de middenpartijen nog het beste gedaan heeft, omdat deze partij ook appelleert aan zaken als de civil society in plaats van het heilige individu. De mensen hebben niet zozeer voor politieke partijen gekozen, als wel voor een meer katholieke, warmere benadering waarbij subsidiariteit, solidariteit en aandacht de kernwoorden zijn. Zelden was een uitslag zo helder.

Het is interessant om in de kranten de kaartjes van Nederland te zien. De culturele kloof is evident. Hoe verder weg van Den Haag en Amsterdam, hoe groter de winst van de SP en Wilders. Partijen als het CDA en de ChristenUnie, traditioneel ook sterk buiten de Randstad, houden daarom goed stand, maar de voormalig paarse partijen worden volledig weggevaagd. Bos werd gezien als een paars politicus en ook het libertaire Amsterdamse GroenLinks kon niet meekomen. Nederland stemt definitief cultureel, waarbij de ’provincie’ en de Randstad tegenover elkaar staan.

De maatschappijvisie tussen beide groepen is totaal verschillend. De scheiding der geesten zit tussen individualisme versus gemeenschapsdenken, libertijns tegenover waarden & normen, vrijheid versus verantwoordelijkheid, Haags centralisme tegenover decentrale zelfregu-lering. Niet langer laten mensen zich leiden door de vermeende belangrijke technocratische issues van politiek Den Haag, Hilversum en de grachtengordel. De maatschappijvisie is aan de orde.

Nog scherper blijkt nu dat Fortuyn het feilloos gezien had. Tijdens de paarse periode hebben de mensen het vertrouwen in het establishment verloren en de politici hebben dit vertrouwen bij lange na niet teruggewonnen. De kabinetten-Balkenende hebben veel bereikt en de Nederlandse economie weer gezond en robuust gemaakt. De hervormingen in de sociale zekerheid en gezondheidszorg waren nodig, maar deze maatregelen hebben de mensen niet de houvast en het vertrouwen gegeven die ze zoeken. Wat de mensen nu vragen is terug te vinden in de katholiek-sociale leer: het subsidiariteitsbeginsel en de solidariteit, maar zeker ook ieders eigen rol daarbij. Dat verklaart de forse winst van de SP in Brabant, Limburg en Hulst en de marginale winst van de SP in Urk, Staphorst, Bunschoten en de rest van de bible belt. De SP wordt terecht wel eens de radicale vleugel van de KVP genoemd.

Het CDA legde de afgelopen jaren sterk de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van mensen en organisaties, gebaseerd op het beginsel van de soevereiniteit in eigen kring, een vrijheidsbeginsel dat prima uit te voeren was met de VVD. Terecht, maar het is slechts een deel van het verhaal. Het subsidiariteitsbeginsel is dat andere deel van de gespreide verantwoordelijkheid. Beide hebben zelfregulering als uitgangspunt. Het subsidiariteitsbeginsel geeft nadrukkelijk ook nog een rangorde aan en verbindt overheid en samenleving. Het bepleit dat zaken op een zo laag mogelijk niveau georganiseerd worden en is voortgekomen uit een solidariteitsgedachte. Eveneens binnen het openbaar bestuur wordt deze van onderaf opgebouwde hiërarchie bepleit: gemeente-provincie-nationale overheid-Europese Unie is de volgorde. En wanneer op basis van het subsidiariteitsbeginsel doorgeredeneerd wordt en zaken op het lagere niveau niet georganiseerd kunnen worden, kom je voor een aantal zaken, ook bijvoorbeeld op het punt van de solidariteit, uiteindelijk, bij de centrale overheid uit. Bij soevereiniteit in eigen kring hoeft dat niet. Dan staan organisaties meer op zichzelf; in zekere zin geïsoleerd, waardoor nuttige en noodzakelijke relaties tussen organisaties onderling en tussen maatschappelijke organisatie en overheid gemist worden. Misschien is de mindere aandacht voor elementen van de katholiek-sociale leer in het beleid van de afgelopen kabinetten ook weer niet zo vreemd, omdat de leidende mensen (Balkenende, De Geus, Donner, Zalm, maar ook Bos) veelal van gereformeerden huize en uit de Haagse burelen kwamen. De komende jaren verwachten de mensen een niet-Haags kabinet met een meer katholieke invulling, waarbij meer mensen uit de provincie aanschuiven en de sturing van onderop komt.

In de commentaren is de veelgehoorde analyse dat veel kiezers op anti-Europese partijen gestemd hebben. De winnaars blinken inderdaad niet uit in pleidooien voor Europa. Toch is de praktijk anders. De regio’s waar veel op SP en Wilders is gestemd (Limburg, Brabant, Zeeland, Twente) zijn gebieden waar interregionale samenwerkingen floreren. De mensen willen de Europese gedachte van die beginjaren terug, waarbij subsidiariteit en solidariteit, vormgegeven door de katholieke founding fathers van Europa, centraal stonden. Europa meer als waardengemeenschap dan als enkel economisch vehikel.

Welk kabinet moet er nu komen? Het zal een kabinet moeten zijn dat niet Haags is, oog heeft voor alle delen van het land en de zaken van onderop organiseert. Ik denk dat we in deze niet zozeer moeten kijken naar de politieke partijen als wel naar de achtergrond van de mensen en de bereidheid het subsidiariteitsbeginsel daadwerkelijk toe te passen. Dat doet recht aan het cultureel bepaalde signaal van de kiezers. Balkenende zal de moed en het vermogen moeten hebben de draai te maken naar een kabinet dat meer de subsidiariteit en de solidariteit van de katholiek-sociale leer in zijn beleid en presentatie tot zijn recht laat komen. Wanneer hij dat doet en daar de mensen bij zoekt, dan doet hij recht aan de uitspraken van de kiezer en de gevoelens in grote delen van Nederland en kan hij prima de moreel leider van deze coalitie zijn.

Frank A. M. van den Heuvel is bestuurslid van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden