Verkiezing verloren, invloed blijft

Twintig jaar geleden begon het rechts-populisme als een protest van bange en boze kiezers; nu is het in West-Europa uitgegroeid tot een beweging met een stevige ideologische kern. Gaan rechts-populisten regeren, dan komen ze weliswaar soms in de problemen. Maar daarmee verliezen ze hun invloed nog niet.

Nederland heeft dit jaar een inhaalrace gelopen. Tot 2002 konden (extreem-rechtse populistische partijen hier geen potten breken. De politiek, en ook de journalistiek, prees zich gelukkig met Hans Janmaat. Zolang zo'n onhandige en van elk charisma gespeende politicus het voor het zeggen had binnen de nieuwe politieke familie, kon het daarmee nooit wat worden.

Maar Janmaat had wel degelijk een fijn ontwikkelde politieke neus. Ook in Nederland was er een groot gat in de markt voor de cocktail van anti-vreemdelingengeluiden, nationalisme, law and order en antipolitiek. Kort voor zijn dood op 9 juni van dit jaar smaakte Janmaat het twijfelachtige genoegen om mee te maken hoe de gehaaide Pim Fortuyn postuum aan de haal ging met Janmaats historische gelijk.

Zoals bekend hebben de erven-Fortuyn hun beste beentje voorgezet om er het op 15 mei vergaarde electorale kapitaal doorheen te jassen. De LPF zal in januari ver terugvallen en het ziet er niet naar uit dat andere rechts-populistische partijen daarvan sterk gaan profiteren. De Conservatieven.nl van Fortuyn-ontdekking Winny de Jong lijkt een doodgeboren kindje. Als Emile Ratelband de lijst van Leefbaar Nederland gaat trekken, dan wordt het daar erg eenzaam aan de top, want het partijkader en vooralsnog ook de kiezers willen niets van hem weten. En ex-minister van economische zaken Herman Heinsbroek ten slotte, heeft er wijselijk voor gekozen om zijn LNP maar niet in te schrijven voor de kamerverkiezingen, bij gebrek aan goede kandidaten. Als er van de huidige 26 kamerzetels van de LPF tien behouden blijven voor die partij en vergelijkbare bewegingen, dan is dat veel.

De vergelijking met het verkiezingsdebacle van de Freiheitliche Partei üsterreichs (FP & Ouml;) op 24 november dringt zich op. De partij die onder de bezielende leiding van Jörg Haider van 4,9 procent van de stemmen in 1983 naar 27 procent en regeringsdeelname in 1999 was gegroeid, viel in één klap terug naar tien procent. En ook deze keer door toedoen van Haider.

De ongekende nederlaag van de FP & Ouml; in Oostenrijk en de aangekondigde nederlaag van de LPF in Nederland zijn koren op de molen van diegenen die vinden dat je rechtse populisten politiek moet kaltstellen door ze regeringsverantwoordelijkheid te geven. De redenering die aan deze opvatting ten grondslag ligt is eenvoudig: rechtse populisten hebben hun succes voor een flink deel te danken aan hun compromisloze en eendimensionale ideeën. Als ze in een regeringscoalitie stappen moeten ze compromissen sluiten, worden ze geconfronteerd met de weerbarstige praktijk van het besturen en maken ze vuile handen. In plaats van overal tegen, moeten ze nu ook vóór iets zijn. Dat wil nogal eens tot interne spanningen leiden, net als het verdelen van de baantjes.

Kortom, rechts-populistische partijen gaan zodra ze aan de macht komen veel trekken vertonen van het vermaledijde politieke establishment en verliezen prompt een groot deel van hun electo-rale aantrekkingskracht.

Voor zo'n visie is wel iets te zeggen, maar er is geen sprake van een wet van Meden en Perzen. In Italië is al weer anderhalf jaar een regering met rechts-populisten aan het bewind. De Italiaanse premier Berlusconi, zijn partners van de regionalistische Lega Nord en de postfascistische Alleanza Nazionale zitten stevig in het zadel. De kans is klein dat ze - zoals in 1996 de eerste regering van Berlusconi met Fini en Bossi - voortijdig struikelen. Berlusconi is erin geslaagd het bondgenootschap te stabiliseren. Daarbij speelt ongetwijfeld een rol dat de onderlinge krachtsverhoudingen zich drastisch ten gunste van hem hebben gewijzigd. Vooral de onberekenbare Bossi van de Lega Nord zingt een toontje lager sinds hij bij de laatste parlementsverkiezingen is teruggevallen van tien naar 4 procent van de stemmen. Berlusconi profiteert van de gelegenheid om de media die hij niet in bezit heeft toch naar zijn hand te zetten (door kritische journalisten bij de staatsomroep Rai eruit te laten gooien). Verder is hij druk in de weer met het op zijn maat snijden van een aantal wetten, zodat hij kan ontsnappen aan vervolging op verdenking van corruptie en financiële malversaties. Om één voorbeeld te noemen: Berlusconi heeft in recordtijd een wetswijziging door het Italiaanse parlement gejast die - dwars tegen alle trends van Europese eenwording in - de internationale uitwisseling van informatie tussen politie- en justitiekorpsen juist bemoeilijkt. Achtergrond van deze opmerkelijke ontwikkeling is het persoonlijk belang van de Italiaanse eerste minister. Er dreigde een Europees arrestatiebevel tegen Berlusconi te komen.

In Zwitserland maakt de Schweizerische Volkspartei (SVP) van Christoph Blocher, net als alle andere grote partijen, deel uit van de federale regering. Tegelijkertijd bedrijven Blocher en de SVP - sinds 1999 met 23 procent van de stemmen de grootste partij van het land - in zekere zin oppositie. Het Zwitserse politieke systeem, waarin directe democratie een grote rol speelt, leent zich daar bij uitstek voor. Op dezelfde dag dat Jörg Haider in Oostenrijk zijn FP & Ouml; bij de verkiezingen ten onder zag gaan, stemden de Zwitsers over een door de SVP geïnitieerd referendum. De SVP wilde daarmee het asielbeleid aanzienlijk verscherpen en feitelijk de Zwitserse grenzen sluiten voor asielzoekers. Blocher verloor nipt, de marge was ruim drieduizend stemmen, maar hij beschouwde dat resultaat terecht als een enorme overwinning, die nog wat belooft voor de parlementsverkiezingen van najaar 2003.

Er zijn meer voorbeelden die lijken te illustreren dat het LPF-scenario - of het FP & Ouml;-scenario - van de afbladdering door de macht niet altijd opgaat. Rechts-po-pulisten blijken ook in Noorwegen en Denemarken wel degelijk met macht om te kunnen gaan. In beide, zeer welvarende Scandinavische landen met hun uitgebreide welvaartsstaat, is een conservatieve minderheidsregering aan het bewind. Zowel in Noorwegen als in Denemarken is die voor een parlementaire meerderheid afhankelijk van de steun van een rechts-populistische partij. Met respectievelijk 10 en 15 procent van de stemmen hebben de Dansk Folkeparti (Deense Volkspartij) van Pia Kjaersgaard en de Fremskrittspartiet (Vooruitgangspartij) van de Noor Carl I. Hagen grote invloed op het regeringsbeleid. De situatie is voor beide partijen vanzelfsprekend heel gunstig, en ze slagen er wel in hun positie uit te buiten en hun invloed daadwerkelijk tot gelding te brengen.

De Deense Volkspartij slaagde er onder de vorige sociaal-democratische regering al in om de sociaal-democraten de strengste asielpolitiek van heel Europa op te dringen. Het heeft de sociaal-democraten niet mogen baten. Ondanks een campagne waarin ze op het gebied van het immigratie- en asielbeleid standpunten innamen die nauwelijks verschilden van de Volkspartij, verloren ze toch de verkiezingen. De conservatieve regering die in november 2001 aantrad heeft in samenwerking met de Volkspartij het asielbeleid per 1 juli 2002 nog verder aangescherpt. Sindsdien is het Deense immigratiecijfer met ruim 70 procent gedaald. (Maar ook in de eerste helft van 2002 kwamen er al bijna de helft minder asielzoekers naar Denemarken dan in dezelfde periode van 2001. In Nederland daalde het aantal asielzoekers de eerste helft van dit jaar met 35 procent. In het derde kwartaal was de daling vergeleken met een jaar eerder zelfs 47 procent.) Denemarken telt 5 procent migranten op een bevolking van bijna 5,5 miljoen. De Nederlandse bevolking - ruim 16 miljoen mensen - bestaat voor bijna 10 procent uit niet-westerse allochtonen.

Maar ook rechts-populistische partijen die electoraal het tij tegen hebben, zijn soms zeer succesvol. De FP & Ouml; mag dan de verkiezingen verloren hebben, het strenge Oostenrijkse immigratie- en asielbeleid sluit nauw aan bij de ideeën van Haiders partij daarover. Aan de Oostenrijkse grenzen staat het leger paraat om illegale immigranten tegen te houden.

In Nederland bestaat een vergelijkbare situatie. Sinds 15 mei van dit jaar is veiligheid en alles wat daar in de ogen van Pim Fortuyn mee samenhing, topprioriteit voor alle politieke partijen. Sla er de programma's voor de aanstaande kamerverkiezingen maar op na. Het gerenommeerde Britse weekblad The Economist spreekt in zijn nummer van 30 november van 'Fortuynism without Fortuyn'.

In Frankrijk verhindert het kiesstelsel dat het Front National van Jean-Marie le Pen veel directe politieke invloed krijgt. Behalve wat dorpjes met een burgemeester die toevallig ook lid van het FN is, is Le Pens partij alleen in het ZuidFranse Orange aan het bewind. En in Marignane, waar zich het vliegveld van Marseille bevindt, is een voormalig lid van het FN burgemeester (die overigens nu weer toenadering zoekt tot Le Pen). Maar de invloed van het FN is veel groter. Zonder de politieke aardschok van de Franse presidentsverkiezingen in april van dit jaar, toen Le Pen tot de tweede ronde doordrong ten koste van de socialistische kandidaat en zittend premier Lionel Jospin, was het klimaat in Frankrijk niet rijp geweest voor het harde optreden van minister van binnenlandse zaken, Nicolas Sarkozy. De mediagenieke Sarkozy draait er niet om heen: zijn eerste prioriteit is het herstel van de openbare veiligheid, en wel langs repressieve weg. En dat doet hij expliciet voor de kleine man die in de steek is gelaten door zijn linkse voorgangers.

Kijk tenslotte naar wat op het ogenblik in Vlaanderen gebeurt. De Belgische premier Guy Verhofstadt kiest voor een frontale aanval op Dyab Abou Jahjah, de leider van de Arabisch-Europese Liga. Verhofstadt is zó bang voor de electorale winst die het Vlaams Blok toelacht door het militante optreden van de AEL, dat hij de scheiding der machten terzijde schuift en zich nadrukkelijk bemoeit met het vervolgingsbeleid van het openbaar ministerie. Er zijn natuurlijk de nodige kanttekeningen te maken bij het optreden van Jahjah en de AEL, bijvoorbeeld over de verbale steun voor Bin Laden en Jahjahs antizionisme, dat soms aanschuurt tegen antisemitisme. Toch is er ook een heel andere visie mogelijk op Jahjah en de AEL. Een politieke beweging stichten en gaan vechten voor de rechten van je achterban, is een bewijs van integratie.

Maar door de aanzienlijke politieke invloed van het Vlaams Blok is er wel erg veel politieke moed voor nodig - zeker een halfjaar voor de verkiezingen - om (ook) op zo'n manier naar de AEL te kijken. Vervolgen en eventueel verbieden past beter bij angstige politici. Als er al een trend is te signaleren met betrekking tot (extreem-)rechtse populisten, dan is dat deze: ze winnen voortdurend aan invloed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden