Verkiezing Kant markeert groeiende macht van vrouwen

Mannen zijn een oude macht, vrouwen vormen een jonge macht. Het kan verhelderend zijn de politieke turbulentie en strijd van de afgelopen jaren eens vanuit dat perspectief te bekijken.

Dan wordt het misschien in één klap begrijpelijk waarom in de SP rokkenjager Van Bommel geen kans maakte tegen Agnes Kant en in de PvdA Greenpeace-avonturier Samsom het aflegde tegen Mariëtte Hamer.

In de klassieke mannenwereld zou dat de jongens niet zijn overkomen. Vrouwen mochten daarin wel een rol spelen, maar vooral in decoratieve zin. Zo verwelkomde VVD-leider Oud in 1956 de eerste vrouwelijke minister, Marga Klompé, als ‘een fleurige bloem in een triest geheel’. Mannen lazen in die tijd bij de kapper het moppenblad De Lach, waarin vrouwen als domme blondjes of harpijen figureerden. Dat was tot in het parlement te merken. Eind jaren zestig wenste de liberale minister Polak een debutante in de Kamer geluk met haar maidenspeech, naar hij had begrepen, zei hij, in dubbel opzicht. Zo’n vrijpostigheid is nu onbestaanbaar.

Het lot van Harry van Bommel onderstreept dat. In 2005 voerde hij namens zijn partij op succesvolle wijze campagne tegen de Europese grondwet. Dat succes, een overduidelijk ‘nee’ van het electoraat, was de basis voor de grote sprong voorwaarts van de SP bij de Kamerverkiezingen anderhalf jaar later. Nochtans maakten onthullingen over zijn gruizige avances jegens vrouwen hem vorig jaar zomer in één klap kansloos voor de opvolging van Marijnissen.

Voorheen had Van Bommel op een knipoog mogen rekenen, nu rekende Marijnissen publiekelijk met hem af. Hij wilde zich niet met het privéleven van zijn fractiegenoot bemoeien, zei hij tegen deze krant, maar Harry moest zich wel afvragen of hij nog politiek geloofwaardig kon opereren. Niet alleen de ChristenUnie, maar ook de SP kent dus een gedragscode voor haar vertegenwoordigers, die mijlenver af staat van de knipoogcultuur uit de oude mannenwereld.

De immigratie- en integratiekwestie is de voornaamste katalysator van de onrust die de Nederlandse politiek sinds de revolte van Fortuyn in 2002 beheerst. Die kwestie staat niet op zichzelf, maar raakt direct aan de macht die vrouwen zich in de afgelopen vijftig jaar moeizaam verwierven. Eindelijk bevrijd uit een wereld waarin mannen de dienst en de mores uitmaakten, zien zij zich andermaal geconfronteerd met een cultuur waarin vrouwen, al dan niet met hoofddoek, een ondergeschikte rol spelen.

Alle grote botsingen in de Nederlandse politiek van de afgelopen jaren zijn daarop terug te voeren. Het is dan ook geen wonder dat vrouwen steeds een hoofdrol speelden, voorop de liberale vigilantes Ayaan Hirsi Ali, Rita Verdonk en Lousewies van der Laan. De eerste twee scheurden de VVD aan stukken, de laatste bracht een kabinet (Balkenende II) ten val. In dit perspectief past ook dat de enige mannenpartij in het land, de SGP, nu ineens onder vuur van vrouwen ligt, nadat zij meer dan tachtig jaar ongestoord kon functioneren.

De strijd van vrouwen om behoud en versterking van de zojuist verworven macht moet vermoedelijk meer worden gezien als pro-vrouw dan als anti-religieus, en alleen als anti-religieus voorzover een godsdienstige stroming vrouwen in een ondergeschikte positie plaatst. Daarin zit een zekere relativering van het anti-islamitische of islamofobe karakter van het politieke activisme van Hirsi Ali, Verdonk en hun adepten. In het grove klimaat van polarisatie is dat onderscheid moeilijk te maken, maar het is toch niet onbelangrijk.

Na de verkiezing van Agnes Kant tot fractievoorzitter van de SP heeft links Nederland, hoe betrekkelijk ook dat begrip nog is, een vrouwelijk gezicht. Wat Hillary Clinton net niet is gelukt, hebben Halsema, Hamer en Kant in kleinere politieke biotopen wel voor elkaar gekregen. Niettemin heeft het optreden van Clinton sterk bijgedragen aan de machtsstrijd van vrouwen. Het slagveld strekt zich nu als het ware uit van de kleinste keukentafel tot het Witte Huis.

Daarmee is een beduidend verschil aangegeven met de vrouwen die zich als eersten in het masculiene politieke bedrijf een positie moesten veroveren. Zij gedroegen zich bijna als mannen en verwierven zich daardoor krijgshaftige bijnamen als Straaljager Hannie en Dikke Bertha. Sommige vrouwen namen zelfs mannelijke voornamen aan, zoals Bert Haars en freule Bob. Femke, Mariëtte en Agnes hebben dat niet meer nodig, zij staan eenvoudigweg voor zichzelf en behoeven geen van mannen afgeleide epitheta.

Het gevolg van de strijdbaarheid van vrouwen is dat de mannen in de Nederlandse politiek wat minder mannelijk en minder vaderlijk zijn geworden. Het vadertype is met Wim Kok vrijwel uitgestorven, evenals de Beau garçon met Ruud Lubbers en Hans van Mierlo. De Dirty Harry’s maken geen kans meer. In de jaren tachtig kon staatssecretaris Joop van der Reijden nog tegen het Kamerlid Andrée van Es zeggen: ‘Goed dat je een ander truitje aan hebt, want vorige week bleven Korthals Altes en ik er niet rustig onder’.

Dat is voorbij, nu zich in de verhouding tussen mannen en vrouwen bijna ongemerkt een verschuiving heeft voltrokken, die betekent dat ieder naar eigen maat wordt gemeten en Hannie van Leeuwen, ontdaan van het door een man (de communist Marcus Bakker) verstrekte krijgsimago, gewoon een krachtige oude vrouw is. Ook op dat punt heeft Hillary door haar superieure houding in de Lewinsky-affaire aan die sluipende verandering bijgedragen. Het getuigt van oud denken dat Marijnissen zijn opvolgster op de vingers wil blijven kijken. Als Kant verstandig is, werkt ze hem snel de fractie uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden