Verkeersvlieger

Mijn jongste dochter studeert psychologie in Heidelberg. Volgens mijn vriend Frank Koenegracht, zenuwarts in ruste, is dat allemaal onzin en kun je die vijf jaar geploeter ook op een avondje bij elkaar leren; maar wij, haar ouders, zijn wel trots op Kims studie in een mooie, oude stad. Psychologie, kennis van de ziel, wat wil een mens nog meer? Vooraf liet ze echter al weten niet te veel vaag gezwets aan te kunnen, het moest wat haar betreft hard en concreet zijn, haar voorkeur ging dan ook uit naar neuropsychologie, maar daarvoor moet je wel eerst door al die huis-, tuin en keukenpsychologie heen.

Vreemd, van mij kan ze die hang naar concreetheid niet hebben. Wij Schoutens zijn kletsmajoors: dominees, schrijvers. Het zal haar moeder wel zijn. In het verleden was Kim al ongebruikelijk bezig. Op haar twintigste heeft ze nu al twee jaar zelfstandig in duistere landen gewoond, al scheen de zon er wel veel: de Dominicaanse Republiek en Mozambique: armelijke optrekjes met ritselende ratten en een gammele plee in de open lucht, het kan haar niet schelen.

En dan nu het jongste plan waarmee ze dit weekend op de proppen kwam: ze wil piloot worden. Psychologie, best een leuke studie, maar toch niet daadkrachtig genoeg. Piloot, wacht even hoor, wat zei je precies: piloot? Natuurlijk wilde ik dat als jongetje ook wel, vanwege het eeuwig verlangen aan deze aarde te ontsnappen, maar een brilletje in mijn zesde levensjaar gooide die universele jongensdroom aan duigen, zonder dat ik er verder veel verdriet van heb gehad. Piloot dus, en niet zomaar bestuurder van een armzalige Piper Cup of Cessna, maar verkeerspiloot. Weg met de psychologie, op naar de Lufthansa, want daar wil ze de opleiding volgen.

Prompt kwam het huis vol te liggen met natuurkundeboeken waarin wordt uitgelegd hoe een hevel werkt en wat de hydrauliek eigenlijk betekent in een mensenleven. En uit de computer stijgen inmiddels monotone testgeluiden op van reactiesnelheidstestjes. Ik heb er een paar gedaan, moest een reeks van vijftien getallen snel en feilloos in de omgekeerde volgorde herhalen, maar ik vloog direct al uit de bocht: gelukkig maar, ik ben per slot van rekening brildragend en schrijver.

Ken ik eigenlijk wel vrouwelijke verkeersvliegers? Ze bestaan ongetwijfeld, maar ik ben er nog nooit op een gestuit. Misschien worden ze zorgvuldig voor ons verborgen gehouden en doen ze hun werk in stilte. Je weet ook niet hoe passagiers reageren als halverwege de vlucht uit de cockpit een vrouwenstem meldt: here is your captain speaking.

Een piloot moet een bariton hebben of nog liever een bas, anders landen we niet veilig. Allemaal onzin uit de categorie Koenegracht. Vrouwen kunnen natuurlijk net zo goed vliegtuigen besturen als mannen en je hebt tegenwoordig ook vrouwelijke generaals en politiecommisarissen, maar ik denk dat we toch een ouderwetse suggestie van betrouwbaarheid verwachten. Maar een stemtest maakt geen deel uit van de sollicitatie bij Lufthansa, verzekert Kim mij.

Dus beste Neelie, liebe Angela, dear Hillary, hier komt mijn dochter Kim!

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden