VERKAMMAN

In dit hoekje sprak ik u, lezer, vorige week over het protestante volksdeel dat de genoegens rond het bruine monster zo heel lang is ontzegd. Pas in 1941 was de tijd rijp voor de zaterdagmiddag-voetbalcompetitie. Op zondag naar voetbal kijken en op de zevende dag naar voetbal luisteren, bleef voor veel protestanten hierna nog bijzonder lang onmogelijk. Daar weten we bij deze prachtkrant overigens alles van. Tot halverwege de jaren zestig deden wij alsof Quick Boys-Ter Leede belangrijker was dan Ajax-Feyenoord en vonden wij Kas Woudsma van DES Nijverdal een aanzienlijk interessantere doelman dan Eddy Pieters Graafland van Feijenoord.

Wij hadden minder met de Europa Cup dan met de wisselbokaal van ons nationale zaterdagelftal, de Coupe Fernand Canelle. Jaarlijks waren bedrijfsvoetbaleftallen uit België en Frankrijk de tegenstanders in de strijd om dit kleinood, waar -achteraf beschouwd- de ware principiële zaterdagmiddagvoetballer uit Spakenburg en Rijnsburg misschien toch iets voorzichtiger mee om had moeten gaan. Want wat ik deze week in een Frans boek ontdekte: Fernand Canelle was een Parijzenaar en een Franse voetbal-international uit het begin van de vorige eeuw. Fernand voetbalde vrolijk op de zondag. Bijvoorbeeld op zondag 10 mei 1908 in Rotterdam als rechtsback in de A-interland Nederland-Frankrijk. Hij had het moeilijk die dag. De beroemde Mannes Francken van HFC was de linksbuiten, door wie hij werd dolgedraaid.

Fernand Canelle speelde in Parijs voor Club Français. Hij bracht het tot zes interlands, werd later official en tot op de dag van vandaag wordt hij geroemd in Frankrijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij in het verzet. Zijn heldenmoed kostte hem het leven.

De wisseltrofee die de naam van Fernand Canelle draagt, weegt dertig kilo. Het is een eigenaardige ding. Een speler probeert de bal mee te nemen en wordt van achter met een gemene charge aangevallen. Het is een actie die tegenwoordig met rood wordt bestraft, maar tussen 1953 en 1969 gingen de zaterdagcracks met volle overtuiging voor deze in brons gegoten doodschop.

In het prachtige boek 'Oranje op Zaterdag' heeft Loek Laurman de bijzondere avonturen van deze sectarische voetbalploeg beschreven. In een vorig leven was Loek te Rotterdam toevallig mijn leraar Nederlands. Tevens was hij een trage, doch sierlijke buitenspeler bij de club die ook ik heb gediend (Unicum, Rotterdam-Schiebroek) en eerder nog had hij bij Zwart Wit'28 Leo Beenhakker uit het eerste elftal verdreven.

Het bijzondere van 'Oranje op Zaterdag' is dat Loek een nu bijna onvoorstelbaar tijdsbeeld heeft vastgelegd. Het fanatisme der principiële zaterdagstrijders grijpt je anno 2000 naar de keel: clubs die van de KNVB de zekerheid willen hebben dat hun jongens vanuit het verre Frankrijk de terugreis absoluut niet op zondag zullen maken; Aalt Kok van de IJsselmeervogels, die in de lente van 1970 zijn status als amateur-international opgeeft omdat hij vermoedt dat bondscoach Arie de Vroet hem als principiële zaterdagvoetballer discrimineert; een zware dominee die een voor dit Oranje geselecteerde jongen -zijn neef- ter verantwoording roept, omdat de garantie van het niet op zondag reizen niet afkomt; die dingen.

(Volgende week: twee bekeerde internationals en een volop op zondag scorende dominee in de hoogste voetbalklasse van Nederland).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden