Verkamman / Na een halve eeuw excuses van de KNVB

Kippenvel op het lijf, wanneer zaterdag in de Sint Laurenskerk van Rotterdam op de kansel de aftrap van de interland Ierland-Nederland in herinnering wordt geroepen. Een dag voor die wedstrijd is Faas Wilkes overleden. In Dublin is er een prachtige stilte en een eerlijk applaus voor een der grootste voetballers van ons land.

Wanneer voor die oefenwedstrijd de volksliederen worden gespeeld, staan de naasten van Faas in zijn woning te Rotterdam-Schiebroek om hem heen geschaard, zo krijgt de volle kerk te horen.

Zaterdag klinkt nogmaals, voor de laatste keer, het Wilhelmus voor Faas. En ook het adembenemende Pa todo el ano van Maria Dolores Pradera. Ivo Opstelten, Jan D. Swart en Hugo Borst houden warme toespraken. En om me heen zie ik de ontroering bij oud-collega’s van Faas, oude vrienden, zoals de internationals Cor van der Hart, Jan Notermans, Kees Kuijs, Tinus Bosselaar, Henk Schouten en Piet van der Kuil. Wie hield er niet van Faas? Waar Faas was, scheen de zon.

Ten slotte is er in de Sint Laurenskerk ook nog ‘nieuws’, wanneer ik het zo mag noemen. KNVB-Bondsvoorzitter Jeu Sprengers heeft de moed na een halve eeuw namens de bond excuses aan Faas aan te bieden. De bond heeft hem tientallen interlands onthouden.

Wanneer Faas in 1949 het Nederlandse amateurvoetbal voor een profbestaan bij Inter Milaan verruilt, is het automatisch gedaan met zijn interlandloopbaan. Sprengers’ voorganger Karel Lotsy ziet in 1949 niets in dat verfoeilijke voetballen voor de centen. Lotsy laat weinig gelegenheden voorbij gaan om te benadrukken dat in Nederland de ware voetballer de eerlijke amateur is. Dat is om meerdere redenen een nogal eigenaardig standpunt.

Karel Lotsy is behalve KNVB-voorzitter ook nog een bestuurlijke hotemetoot van de wereldvoetbalfederatie Fifa. Dat is hij voor de Tweede Wereldoorlog, wanneer hij als mental coach van Oranje de internationals met vlammende betogen voorhoudt dat zij niet alleen voor de eer van de Bond, maar ook voor rood-wit-blauw en ons innig geliefd Koningshuis ten strijde trekken.

Tijdens de oorlog heeft Lotsy ineens weer andere waarden te verdedigen. Zodra de nieuwe orde spoedig joodse scheidsrechters uitsluit, heeft de aangebleven sportleider Lotsy daar geen moeite mee; althans, hij blijft gewoon zitten waar hij zit. Lotsy vormt samen met SS-ers en NSB-ers het bestuur van de nieuwe, van de koninklijke K beroofde voetbalbond en Lotsy ziet er ook geen kwaad in af en toe een gezellige voetbalwedstrijd in Berlijn te bezoeken.

Na de oorlog zorgt Lotsy er min of meer zelf voor dat zijn toch redelijk bezoedelde reputatie spoedig wordt ‘gezuiverd’ en in een vloek en een zucht is hij weer dezelfde, invloedrijke KNVB-official van voor de oorlog. Hij doet als Fifa-kopstuk vrolijk mee aan het organiseren van de WK-eindtoernooien van 1950 (Brazilië) en 1954 (Zwitserland). Op die toernooien zijn het beroepsvoetballers die de dienst uitmaken. Dat vindt Lotsy allemaal prima. Alleen de Nederlandse voetballer moet van Lotsy de reine amateur blijven die hij altijd is geweest, want alleen dan kan die voetballer pas echt gelukkig worden. Die onzin is aan Faas dus niet besteed.

Het betekent dat de dribbels van Faas tussen de zomer van 1949 en het voorjaar van 1955 niet te zien zijn in Oranje. ‘Ik speelde graag voor het Nederlands elftal, maar het spelen in Italië en Spanje vond ik toch echt veel belangrijker’, zegt Faas me enkele jaren geleden, wanneer ik hem voor een NOS-televisiedocumentaire interview. En nu dan, bij zijn dood, heeft Jeu Sprengers de wondervoetballer de plaats gegeven, die hij verdient: als de international die door de KNVB volkomen ten onrechte een slordige veertig interlands is onthouden. Zonder dat onrecht zou Faas nu nóg topscorer van Oranje zijn geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden