Verkamman / Het internationale voetbal heeft zich ontwikkeld tot een bal voor nog maar enkele grote superclubs

In 1953, het laatste jaar voor de invoering van het betaald voetbal in Nederland, had ons land 10.350.000 inwoners. Bij de KNVB waren 3162 voetbalverenigingen aangesloten en namens die clubs joegen 343.657 voetballende leden achter het bruine monster.

Als bron van voetbalvermaak huisden op het hoogste niveau 56 clubs (vier eerste klassen met veertien clubs). Het Nederlands elftal bestond uiteraard nog uit amateurvoetballers en bakte er helemaal niets van. Van de 4-0 nederlaag tegen de amateurs van Noorwegen keek vrijwel niemand op. Dat was een normale uitslag, want de goede spelers waren stuk voor stuk naar buitenlandse profclubs vertrokken. Alleen Abe Lenstra bleef thuis, want achterdochtig als hij was vertrouwde het Friese fenomeen de Franse en Italiaanse clubbazen geen moment. Abe zat er niet mee, hij werd in Heerenveen op handen gedragen. Op het gemeentehuis in zijn woonplaats werkte hij taakbewust en in volle ernst aan een fijne loopbaan als ambtenaar. Abe kon goed leren – misschien kon hij ooit wel doorstoten naar de rang van gemeentesecretaris! Zijn maatjes Faas Wilkes en Kees Rijvers begrepen hier niets van – zij inden onwaarschijnlijke bedragen in Zuid-Europa.

In 1953 stelde het voetbal niet veel voor in Nederland, maar de belangstelling was niettemin fors te noemen. De 56 clubs trokken 4.933.000 toeschouwers naar de in hoofdzaak houten tribunes; een mooi gemiddelde van bijna 9000 fans. Sparta was met een gemiddelde van 19.150 het meest in trek. Alleen Juliana uit Spekholzerheide, Theole uit Tiel, het eveneens in Tiel residerende TEC, Achilles uit Assen en Brabantia uit Eindhoven trokken minder dan gemiddeld 3000 mensen.

Een jaar later was er dus betaald voetbal. Dat avontuur begon ook weer met vier eerste klassen van veertien clubs. Bij het deftige Sparta moest men blijkbaar erg wennen aan deze nieuwlichterij. De club deed weliswaar lang mee om het afdelingskampioenschap, maar de publieke belangstelling halveerde bijna, van 19.150 naar 9962 toeschouwers. Bij Xerxes was het leed helemaal niet meer te overzien. Ondanks de aanwezigheid van het 17-jarige supertalent Coen Moulijn zakte het toeschouwersgemiddelde bij deze club uit Rotterdam-Noord van 6192 naar 2338. De invoering van het betaald voetbal moest vooral ook de spelkwaliteit bevorderen, maar gek genoeg zakte het toeschouwersgemiddelde meteen onder de grens van 8000 kijkers. In de jaren die volgden werd nog een andere trend doorgetrokken. De grote clubs werden groter en rijker, de kleintjes werden kleiner en armer.

Aan deze gang van zaken moet ik denken bij de schaalvergroting (en verkleining!) van het actuele topvoetbal. In de dans om het gouden kalf van de Champions League is een parallel zichtbaar met de nationale situatie in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Vooral omdat de betrokken multinationals en de televisie het willen, heeft het internationale voetbal zich in zeer korte tijd ontwikkeld tot een bal voor nog maar enkele grote superclubs. De smalle top uit Spanje, Italië, Engeland en in mindere mate Duitsland en Frankrijk maakt de dienst uit. De beoogde topclubs die de enorme bedragen uit de Champions League enkele jaren aan een stuk mislopen, worden vrijwel rechtstreeks bedreigd in hun bestaan als topclub. Zie Feyenoord, maar eigenlijk ook Ajax. Ze spelen nog wel internationaal, deze twee clubs, maar met de geldsmijterij in de Champions League is indirect bereikt dat het toernooi om de Uefa Cup intussen een troosttoernooi is voor de clubs die de top niet meer kunnen bijbenen. De effecten hiervan zijn naargeestig. Zie bijvoorbeeld het aantal toeschouwers bij IK Start-Ajax: 1840 mensen. Dat zelfde aantal werd in 1953 bij Theole-Sittardia geteld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden