Verhoog status moederschap

Op welke partij u ook stemt, meer en betere kinderopvang gaat er komen, maar of er voldoende behoefte aan is, wordt betwijfeld. Nederlandse vrouwen zijn moeilijk de arbeidsmarkt op te krijgen, omdat ze last zouden hebben van een historisch gegroeid groot moederhart. In 2002, als toenmalig cabaretier, schreef ik een liedje: ’Moederhart, een moederhart wat moet je met een moederhart?’ Sindsdien zoek ik een antwoord op die vraag.

De moeizame totstandkoming van goede kinderopvang draait om een prangend onderliggend probleem, en dat is dat zorg, ouderschap, en vooral moederschap in onze maatschappij een lage status genieten. Tegen de tijd dat ik aan kinderen begon, was kinderen ’nemen’ verworden tot een leuke hobby erbij. Ik zou dus wel even breken met mijn historische moederhart, wat immers een irritant ding is op weg naar economische zelfstandigheid. Plots lag daar dat feit: een kind, afhankelijk en hulpeloos. Vaak wordt de zorg voor kinderen een beetje doorgeschoven van man op vrouw, dus vooral de moeders dragen een enorme verantwoordelijkheid, waarvan het maatschappelijk belang nihil wordt geacht. Dat veroorzaakt strijd in het moederhart.

Mijn ervaringen met kinderopvang lopen parallel aan de belangrijkste ontwikkelingen in die sector. Toen ik in 1994 na het zwangerschapsverlof weer ging werken, bracht ik mijn zoon elke dag een paar uur naar de kinderopvang. Ik hield de balans in de gaten: is dit ook nog goed voor hem? Ik vond het kinderdagverblijf goed: vertrouwenwekkend, prettige leiding. Er ging ook wel eens wat mis, maar dat was overkomelijk. Mijn moederhart kon het aan, al moest je wel opmerkingen pareren als: ’Je krijgt toch geen kind om het naar de opvang te brengen?’ Normaal was het nog niet.

Tegen de tijd dat mijn dochter kwam, was de opvang uitgebreid met buitenschoolse opvang waar mijn zoon terechtkon. Het was in een paar jaar flink gegroeid. De leiding kon dat niet helemaal bijhouden. Van de vijf dagdelen kinderopvang heb ik er drie gemaakt, met daarnaast twee ochtenden peuterspeelzaal (gratis!) erbij. Daar kwam veel publiek uit een lagere sociale klasse, terwijl er een leuker en beter didactisch programma aangeboden werd. Een uitkomst voor mijn dochter en mijn moederhart.

Rond 2000 bepaalde de kinderopvangorganisatie dat alle leerlingen van de lagere school van mijn kinderen gebruik moesten maken van een andere opvanglocatie, niet meer vlakbij school en huis, maar een kwartier fietsen de andere kant op. Een onbegrijpelijke beslissing, wat veel praktisch gedoe gaf. Het waren grote groepen en de leiding kon ik niet meer op creativiteit betrappen. De kwantiteit van de kinderopvang was in tien jaar tijd enorm gegroeid, maar de kwaliteit niet. Mijn kinderen gingen klagen en dat treft het moederhart diep.

Daarna kwam die beruchte wet van minister De Geus met die administratieve rompslomp: toen zijn we met kinderopvang gestopt.

Het bestaan van kinderopvang staat niet meer ter discussie, maar wat daarin maatgevend is zal de komende jaren ingevuld worden. Wat ik nu met heel mijn hart wens, is dat we de status van het verzorgen en opvoeden verhogen: dat we met zijn allen erkennen dat bij het goed grootbrengen van kinderen veel komt kijken en het belang daarvan voor een maatschappij enorm is.

Impliciet gaat het om eerherstel voor het leven van mijn moeder, erkenning van de behoeftes van mijn kinderen, erkenning van het enorme maatschappelijk belang van verzorging én opvoeding, erkenning van mijn moederhart.

(Columniste Elma Drayer is volgende week terug van vakantie)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden