Verhogen? AOW-leeftijd moet juist lager worden

Verhoging van aow-grens helpt niet tegen de vergrijzing, zoals topeconomen denken.

Midden in de jaren tachtig opperde de commissie Drees, die de toekomst van de AOW moest veilig stellen, het idee de AOW-leeftijd te verhogen tot 67 jaar. Dit voorstel redde het niet, maar stel dat het was aangenomen, hoe zou de situatie voor vele ouderen op dit moment dan zijn? In weerwil van alle gepraat dat we oudere werknemers zo nodig hebben, blijken ouderen ook in de huidige ontslaggolf niet gespaard te worden voor afvloeiing. Omdat in de afgelopen jaren ook de werkloosheidsregelingen flink zijn afgeslankt, zouden een groot deel van hen in de bijstand terechtkomen en daar tot hun 67ste moeten blijven. We zouden nu bezig zijn veel ouderen naar de armoedegrens van een kale AOW te sturen.

Waarom willen bekende economen als Van Wijnbergen (PvdA) en Bovenberg (CDA) zo graag de AOW-leeftijd verhogen? Vooral om de gevolgen van de vergrijzing te bestrijden. Door de vergrijzing moeten we een groot beroep op jongeren doen om de voorzieningen voor ouderen te kunnen blijven betalen. Dat is waar, alleen is de AOW helemaal niet zo duur. Door jarenlange bezuinigingen op de AOW-uitkering, gaan de kosten daarvan helemaal niet dramatisch stijgen. De kosten van de gezondheidszorg stijgen wel, maar daar helpt een verhoging van de AOW-leeftijd niet tegen. Misschien zelfs wel integendeel: als mensen gedwongen langer blijven werken terwijl ze door hun werkgever niet als productief worden beschouwd, kan dat tot meer psychologische problemen en onvrede bij ouderen leiden.

Maar vergrijzing leidt toch tot tekorten op de arbeidsmarkt, waardoor er vanzelf meer vraag naar ouderen komt als de vergrijzing toeslaat? Dat eerste klopt, maar of het tweede ook klopt is de vraag. In onze kennismaatschappij raakt de kennis van oudere werknemers steeds sneller versleten. Door de AOW-leeftijd te verhogen wordt dat probleem alleen maar groter. De oudere werknemers blijven langer werken met achterhaalde kennis. Ouderen worden zo voor werkgevers nog onaantrekkelijker en zij zullen nog eerder dan nu hun ouderen ontslaan.

De verhoging van de AOW-leeftijd lost dus geen enkel probleem op. We kunnen daarom ook beter de AOW-leeftijd verlagen. Dat maakt de positie van oudere werknemers sterker en lost bovendien een probleem van pensioenfondsen op. Momenteel betalen pensioenfondsen veel vervroegde pensioeninkomens aan mensen jonger dan 65 jaar. Twee op de drie mannen tussen de 60 en 65 jaar werken niet meer. Een groot deel daarvan krijgt een pensioen dat gefinancierd wordt door de pensioenfondsen. Die fondsen moeten ook het ’AOW-deel’ van die pensioenen betalen. Door de AOW-leeftijd te verlagen, worden de fondsen in ieder geval van die last verlost.

Om de pensioenfondsen niet extra te belasten moeten de pensioenrechten bij een lagere AOW-leeftijd navenant naar beneden aangepast worden. Mensen kunnen hun oude pensioenrechten weer terugkrijgen als ze toch tot hun 65ste blijven doorwerken. Daarom moet tegelijk met het verlagen van de AOW-leeftijd het gedwongen ontslag bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd (63 jaar dus) worden afgeschaft. Mensen die dat willen kunnen langer blijven doorwerken. Daarmee houden we de best gemotiveerde en best toegeruste ouderen op de arbeidsmarkt over. Dit is heel wat zinniger dan het ondoordacht voor iedereen verhogen van de AOW-leeftijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden