Verheffing van lompheid tot moreel ideaal Van Doorn

Het heeft iets van een wintergriep die jaarlijks terugkeert of, beter nog, van een huidschurft die op gezette tijden tot gejammer aanleiding geeft en waartegen geen kruid gewassen lijkt: het gedoe over de aantasting van de vrijheid van meningsuiting.

Het is dezer dagen weer raak, met twee opvallende blunders tegelijkertijd. Paus Benedictus XVI moest het verst zoeken om zich in de nesten te werken. Hij reisde helemaal naar de 14de eeuw om een Byzantijnse keizer te vinden die de islam principiële gewelddadigheid verweet, een beschuldiging waarbij de paus zich leek aan te sluiten.

In een tijd dat het Westen en de moslimwereld tegenover elkaar staan en juist van de wereldgodsdiensten verwacht wordt dat zij de oplopende controverse helpen temperen, is dit een uiterst ongelukkige provocatie. Ze is koren op de molen van de radicalen in beide kampen en ze dwingt de paus een diplomatiek verzoeningsoffensief te beginnen.

Intussen deed minister Donner op zijn bescheiden wijze ook een duit in het zakje, zij het dat hij precies de tegengestelde kant op toerde door te filosoferen over de invoering van de sjaria in ons land op basis van een tweederde meerderheid van het electoraat. Het betrof overduidelijk een theoretische exercitie, maar ook in dit geval roken kwaaddenkende radicalen onmiddellijk bloed en kwamen met de absurde verdachtmaking dat Donner wel iets in de sjaria zag.

Van kleine politici in de problemen, zoals Geert Wilders en Mat Herben, valt zoiets nog wel te begrijpen, maar dat zelfs Trouw-redacteur Elma Drayer de minister ervan verdenkt ’de invoering van de sjaria niet principieel (te willen) uitsluiten’, onthult iets van de heersende nervositeit. (gelukkig corrigeerde Hans Goslinga haar twee dagen later impliciet door de affaire-Donner nader te analyseren en de taak van de journalist in dergelijke kwesties te omschrijven als het onderscheiden van zin en onzin).

Tussen de bedrijven door lanceerden regisseur Eddy Terstall en cabaretier Hans Teeuwen een manifest waarin de stelling wordt verdedigd dat ’de vrijheid van meningsuiting net zo ononderhandelbaar is als de gelijkheid’, een krankjoreme bewering want ’gelijkheid’ bestaat niet en kan niet bestaan. Maar het klinkt wel stoer.

Aanleiding tot het opstellen van het manifest blijkt een uitspraak van (alweer) minister Donner, deze keer over het optreden van Madonna, hangend aan een kruis met een doornenkroon op haar hoofd, dat hij naar zijn zeggen graag had willen verbieden als het juridisch mogelijk was geweest. Naast andere incidenten schept zo’n uitspraak volgens Teeuwen een klimaat van angst en zelfcensuur dat zich in artistieke kringen al doet gevoelen.

Ook Terstall heeft een wijsheid in petto: ’De vrijheid van meningsuiting is meer dan een wet; het is een van de pijlers van de democratie en als zodanig niet onderhandelbaar.’ Kleine vergissing: ja, het recht geeft de burgers alle vrijheid het overheidshandelen te bespreken en te kritiseren, met alle hardheid en heftigheid die daarbij hoort. Nee, het geeft niet het recht aan burgers om hun medeburgers zo grof mogelijk te attaqueren. Er bestaat geen recht op belediging, al hebben warhoofden dat inmiddels geconstrueerd.

De kwestie is heel simpel tot twee waarheden terug te brengen – een praktische en een principiële. De praktische waarheid luidt: provoceren, honen, schelden en vernederen werken altijd averechts. Het effect is per definitie negatief. Men wekt haat en woede.

Daarnaast is er de principiële waarheid: provoceren, honen, schelden en vernederen zijn altijd tekenen van gebrek aan beschaving. Behalve ineffectief is dergelijk gedrag onfatsoenlijk en niet zelden immoreel. Het heeft geen enkele positieve verdienste.

Helaas is dit gedrag moeilijk uit te roeien, deels omdat onze samenleving zwak genormeerd is, deels – en dat is erger – omdat er altijd postmoderne relativisten klaar taan die vinden dat ’alles moet kunnen’, hoe smakeloos ook. De laatste jaren is het hek helemaal van de dam. Buitenlandse waarnemers verbazen zich over de krachtige vergroving van het gesprek in de publieke ruimte.

Met zijn zojuist verschenen boek ’Dood van een gezonde roker’ voegt de Brits-Nederlandse publicist Ian Buruma zich in dit koor. Hij heeft de feiten uit de afgelopen vijf jaar nog een op een rij gezet en hij heeft met een groot aantal hoofdpersonen gesproken. Hij verdiepte zich in hun motieven en achtergronden, en zijn oordeel is doorgaans mild, met een zeker begrip voor verwarring en woede.

Maar zijn eindoordeel is dodelijk. Het staat halverwege het boek en het leest als volgt: ’De eis van totale eerlijkheid, de gedachte dat tact een vorm van hypocrisie is en dat alles, ongeacht hoe gevoelig het is, in alle openheid en zonder enig beperking gezegd moet kunnen worden, die verheffing van lompheid tot een soort moreel ideaal, dat gecultiveerde gebrek aan fijngevoeligheid is iets wat we in het Nederlandse gedrag wel meer tegenkomen.’

Inderdaad, wij noemen dat ’vrijheid van meningsuiting’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden