Verhandelde 'weeskinderen' opgeleid tot zendelingen

Nederlandse christelijke stichting werpt zich op als 'sponsor' voor Nepalese meisjes

Tientallen kinderen uit Nepal, Tibet, Bhutan, India en Burma zijn verhandeld uit religieuze motieven. Ze komen uit boeddhistische en hindoeïstische gezinnen en worden in kindertehuizen opgeleid tot christelijke zendelingen.

Trouw onderzocht het bizarre verhaal van de Nepalese 'Humla-meisjes', afkomstig uit het afgelegen Humla-district in de Himalaya's. Hun ouders maakten een decennium geleden een moeilijke keuze: de kinderen thuislaten waar ze mogelijk door maoïstenrebellen zouden worden geronseld, of meegeven aan een mensensmokkelaar, naar een onbekende bestemming. Zij kozen voor het laatste. De smokkelaar was een bekende Nepalese politicus, die het vertrouwen van de ouders wist te krijgen. Hij regelde dat ze uit de ouderlijke macht werden gezet en bracht de kinderen in ruil voor een bemiddelingstarief en 'schoolgeld' naar India. De ouders dachten meestal dat de kinderen een opleiding zouden krijgen in de Nepalese hoofdstad Kathmandu.

De 32 Humla-meisjes brachten hun kindertijd door in het Michael Job Centrum in Tamil Nadu, opgericht door 'Dr P. P. Job'. Deze onlangs overleden Indiase evangelist, die bekend stond als de Billy Graham van Azië, gaf de meisjes een nieuwe naam en levensverhaal.

Voor de 'dochters van christelijke martelaren' - in werkelijkheid leefden hun boeddhistische ouders dus nog - zocht het kindertehuis donateurs. Onder meer de Nederlandse Stichting Hulp Vervolgde Christenen (HVC), een orthodox-protestantse organisatie, financiert het project.

Twee jaar geleden zijn de Humla-meisjes bij een reddingsactie, ondersteund door de Indiase en Nepalese autoriteiten, uit het kindertehuis gehaald en teruggebracht naar hun geboortestreek. Een deel van de groep is met hun ouders herenigd. De Nederlandse stichting blijft de meisjes financieel ondersteunen en helpt ze bij hun werk als evangelisten, onder meer om hun ouders tot geloof te brengen. Voor de meisjes is het niet altijd makkelijk om terug te zijn. Zij spreken niet of nauwelijks Nepalees of Humli, waardoor communicatie, ook met de ouders, soms lastig is.

Directeur Jan Bor van de Stichting Hulp Vervolgde Christenen heeft zich de afgelopen tijd wel 'tachtig keer' afgevraagd wat hij fout heeft gedaan, na de harde kritiek op de wijze waarop de meisjes als 'wees' in een Indiaas tehuis belanden. "Als kinderen uit een oorlogssituatie op je stoep staan, wat doe je dan? Dan geef je ze te eten en stuur je ze naar school. Ik heb maar één wens, en dat is deze meisjes helpen."

Bor vindt de terugkeer van de meisjes nog altijd verkeerd. Over de Nepalese politicus alias mensensmokkelaar is hij minder negatief: "Ik weet dat hij bekend staat als smokkelaar maar hij heeft hele goede connecties op overheidsniveau. Volgens de meisjes is hij goed voor ze. Ik laat hem in z'n waarde."

De mensensmokkel uit religieuze motieven is omstreden in Nepal. Sommige ouders en sociaal werkers menen dat goed onderwijs belangrijker is dan het respecteren van identiteit of vrijheid van religie. Ze hadden liever gezien dat de meisjes in India waren gebleven. Een voorman van de Nepalese Raad van Kerken is het daar niet mee eens. Hij roept christelijke donoren als HVC op minder goedgelovig te zijn en hun ethische normen aan te scherpen.

DE VERDIEPING 2|5

In naam van religie verhandeld

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden