Verhalen voor onder de kerstboom

De dubbeldikke kerstnummers zijn uit en dat betekent als vanouds interviews, héél véél interviews. Om de keuze te vergemakkelijken een uitgebreide bloemlezing.

DE GROENE AMSTERDAMMER

“Vroeger bad majoor Bosschard nog voor het eten, dat duurde zolang dat de soep koud werd.” (Peter, werkzaam in een opvangcentrum van het Leger des Heils)

“Ministers zijn per definitie zakkenrollers, die altijd proberen de zakken van Financiën te rollen. Ze willen nu eenmaal zo veel mogelijk geld uitgeven.” (Belastingexpert Ferdinand Grapperhaus)

“Rijk worden is niet voor iedereen weggelegd. Het gaat tegenwoordig om je communicatieve eigenschappen. De vlotte babbel dus. Opleiding hoeft niet, als je uitstraling maar goed is. Want wij verkopen in feite gebakken lucht.” (Peter Smit, 32-jarige miljonair)

“De hele financiële wereld is ook nog echt een mannenwereld. Het vervelende daarvan is dat er zo dikdoenerig wordt gedaan. Vrouwen blijven over het algemeen normaler praten, blijven met beide benen op de grond staan en zijn minder geneigd om luchtkastelen te bouwen. De blaaskakerigheid zou door hun aanwezigheid vast afnemen.” (Feministe Marjan Sax)

VRIJ NEDERLAND

“Ik vind mezelf een goede trainer in die zin dat ik weinig last van zenuwen heb en door mijn inzicht en ervaring in staat ben, of denk te zijn, de juiste man op de juiste plaats te kunnen neerzetten. En ik heb de pretentie een wedstrijd snel te kunnen proeven en lezen. Ik heb snel in de gaten waar de sleutel van de wedstrijd ligt en daar dan met een wissel op in te spelen.” (Bondscoach Guus Hiddink)

“Ik heb de eerste hasj rokende Italianen naar Nederland gehaald. Vijftien jaar geleden adverteerde ik in 'Frigidaire' met een couponnetje voor een gratis kop koffie en vijfentwintig procent korting op cannabisprodukten. Het eerste jaar verkochten we aan die Italianen honderd koppen koffie en tweehonderd zakjes hasjiesj tegen inwisseling van dat reductiebonnetje. Het tweede jaar was dat het dubbele. En het derde jaar heb ik die coupons uit 'Frigidaire' moeten halen, want tussen kerst en oudjaar zat ik met een paar duizend Italianen in mijn zaak. Nu komen er rond kerst zo'n dertigduizend Italiaanse klanten. En dan praat ik nog niet eens over de vijftigduizend Italianen die mijn collega's binnenkrijgen omdat ik te vol zit.” (Henk de Vries, de man achter coffeeshopketen The Bulldog in Amsterdam)

HP/DE TIJD

“Heerma en Helgers moeten mij niet om raad komen vragen. Die moeten het nu zelf maar doen. Daar zijn zíí nou voor ingehuurd. Je moet je plaats kennen. Er zit nu een ander op mijn plek.” (Elco Brinkman)

“We zijn zó druk. . . We golfen heel veel. We bridgen heel veel. We zijn allemaal lid van het Frans Hals-museum en we gaan allemaal naar het Concertgebouw. Een groepje dames zet zich in voor Braziliaanse kinderen. Er zijn leesclubjes. Muziekclubjes. Tuinclubjes. En we zitten natuurlijk allemaal op gym, want we willen er wel goed blijven uitzien.”

“Er zijn hier ook wel ambtenaren, maar, gut, ambtenaren, die zien wij niet zoveel. En er is veel import. Daar zit wel wat nouveau riche tussen. Je haalt ze er zó uit. Ze rijden allemaal in een jeep, de vrouwen zijn te blond en te opzichtig, de kinderen te duur gekleed, ze hebben geen smaak, ze maken veel drukte, en, tja, ze spreken met een accentje. Maar ach, ze hebben hun eigen wereldje en hoeven er niet zo bij te horen. Ik moet u zeggen: het derangeert me totaal niet.” (Een inwoonster van Aerdenhout)

“De slag om Srebrenica was van de kant van de Serviërs een correcte militaire operatie. Mladic heeft ons op knappe wijze uitgemanoeuvreerd; het leek wel een spelletje Pacman.” (Luitenant-kolonel Ton Karremans)

ELSEVIER

“Een drie-partijen-coalitie is veel moeilijker. Wat dat betreft heb ik weinig van Lubbers kunnen leren. Toen waren er slechts twee partijen. Het bij elkaar houden van drie partijen is een totaal ander vak.” (Premier Wim Kok)

“Het Nederlandse leger is zó vermaatschappelijkt dat het niet meer geschikt is voor dit soort gruwelijke taken. Onze soldaten hanteren kantoortijden en zijn gewend dat er op de juiste tijd koffie wordt geserveerd.” (Maarten Brands, hoogleraar contemporaine geschiedenis)

“Ik heb vaak op mijn donder gekregen dat ik niet kan acteren. Als ik in het strafschopgebied onderuit word gehaald, probeer ik voort te strompelen. Half overeind op het doel af. Tijdens de rust is het dan: ga nou liggen klootzak. Dat zit niet in mij.” (Voetballer Marc Overmars)

“Als ik werkelijk lid van de NSDAP was geweest, zoals hier en daar wordt gesuggereerd, geloof maar dat Hitler dat met duivels plezier tegen mij zou hebben uitgespeeld!” (Prins Bernhard)

“Ik geloof dat ik op zes lagere scholen heb gezeten. Daardoor heb ik nooit de tijd gehad om vriendjes te maken. Als ik ergens in het land voorlees, komen er wel eens stokoude heren op me af die zeggen: weet je nog, toen we samen in de klas zaten, maar ik kan me er nooit iets van herinneren.

Als ik echt had geleden onder die rommelige jeugd, zou ik nu zwaar psychisch gestoord moeten zijn.'' (Schrijver Remco Campert)

“Volgens mij klink ik als een Jehova-getuige. Nou ja, liever dat dan een holle bolle meid.” (Soapactrice Babette van Veen)

HERVORMD NEDERLAND

“Als kind vond ik het eerlijk gezegd wel een vervelend idee dat Jezus alles zag wat je deed, maar wat maakt het uit? Ik ben nooit bang geweest dat ik het niet goed deed, dat ik eigenlijk slecht was. Wel voel ik me soms schuldig, maar dat is vooral als het heel goed met me gaat. Dan denk ik, nou Carla je had God wel eens even mogen danken.”

“Dat iemand zich telkens zo overgeeft aan de liefde, dat zou je slecht kunnen noemen, ja. Maar ik ben toch niet ècht slecht? Ik heb nooit iemand vermoord, nooit in drugs gehandeld, ik heb nog nooit iemand het ziekenhuis ingeslagen. Ik leef alleen zoals ik dat prettig vind. Daarbij houd ik mij keurig aan allerlei regels en zeker aan de tien geboden. Dat doe ik voor mijn eigen lol, niet omdat ik braaf wil zijn. Allemaal eigenbelang.”

“De dood is voor mij normaal, die hoort erbij. Het is een gigantische kracht. Ik ben ook niet bang voor de dood. “Als ik langs een begraafplaats kom, zeg ik altijd: 'Dag doden!'. En als er een rouwstoet voorbij komt, bid ik altijd even: God, ik hoop dat deze dode rust heeft.” (Dichteres/schrijfster Carla Bogaards)

“Ik weet niet of ik het nog mag meemaken, maar er komt een dag waarop alle ambten binnen de kerk beschikbaar zijn voor vrouwen. Daar ben ik van overtuigd.” (Tiny van Lieshout)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden